Uncool oldies
begeven zich massaal op
Facebook, en jagen er
het jonge volkje weg, zo lees ik in mijn Engelse krant. Het zet mij
aan het denken. Over mezelf. Ze hebben me al vijftig-
en zestig- en
zeventig-plusser
genoemd, ze hebben me met de senioren op
de bus willen zetten voor een Tupperware-uitstapje
met bingo-avond. Noem me dan een oude man,
in hemelsnaam. Een bejaarde,
als het zo ver zal zijn. Of nu dus een uncool oldie,
daar kan ik perfect mee leven. Vooral het uncool
flatteert me. Laat me maar de eendjes voeren in het park, mijn
snoeppapiertjes keurig in de afvalbak doen. Maar op Facebook
zul je mij niet vinden. Ik moet niet weten op welk terrasje mijn
achternicht met een zacht eitje ontbeten heeft, en ik hoop van haar
hetzelfde. Voor mij hoeven de jonkies dus niet bij die
Suikerberg en zijn arglistige reclamewinkel weg te gaan. Dat ze het
toch doen, vind ik wel cool
van ze.
zondag 16 september 2018
zondag 9 september 2018
9 september
Shaun Helman adviseert de Britse overheid in kwesties van
verkeersveiligheid. We denken nu even niet aan fietsers of
autorijders, maar aan de voetgangers. In het bijzonder, voetgangers
die zich met hun smartphone in het verkeer begeven. Ze staan overal
in de weg, botsen tegen mensen op, steken de zebra over met hun ogen
aan het schermpje geplakt, dat is wat Helman 'ongewenst gedrag'
noemt. Zijn overtuiging is, dat je niet moet proberen dat gedrag met
dure campagnes te veranderen, het lukt toch niet. Beter kun je de
infrastructuur aanpakken, zegt hij. Verkeerstekens in het trottoir
verwerken, lichtjes inbouwen in de stoeprand, die rood worden als er
gestopt moet worden. Aparte loopstroken voor smartphonegebruikers,
met pijlen op de grond die de te volgen richting aangeven.
Mocht iemand eraan twijfelen, het bestaat al, in China en in Nederland, bijvoorbeeld. Helmans denkwerk is verdienstelijk, maar hij had best wat verder mogen gaan. Tunnels bijvoorbeeld onder de trottoirs, waar de telefoonkijkers via voor hen voorbehouden roltrappen of liften in terecht kunnen, zodat ze verder ongehinderd hun weg kunnen gaan, alleen elkaar voor de voeten lopend. Ze worden niet afgeleid door drukke etalages of vrijende stelletjes, niet door Greenpeace- of andere activisten aangeklampt. Het bovengrondse straatbeeld zou er aanzienlijk van opfleuren. Mensen zouden elkaar weer aankijken, wie weet zelfs een goeie dag toewensen.
Mogelijk is het telefoonsignaal ondergronds niet zo best, dat is dan ook mooi meegenomen.
Mocht iemand eraan twijfelen, het bestaat al, in China en in Nederland, bijvoorbeeld. Helmans denkwerk is verdienstelijk, maar hij had best wat verder mogen gaan. Tunnels bijvoorbeeld onder de trottoirs, waar de telefoonkijkers via voor hen voorbehouden roltrappen of liften in terecht kunnen, zodat ze verder ongehinderd hun weg kunnen gaan, alleen elkaar voor de voeten lopend. Ze worden niet afgeleid door drukke etalages of vrijende stelletjes, niet door Greenpeace- of andere activisten aangeklampt. Het bovengrondse straatbeeld zou er aanzienlijk van opfleuren. Mensen zouden elkaar weer aankijken, wie weet zelfs een goeie dag toewensen.
Mogelijk is het telefoonsignaal ondergronds niet zo best, dat is dan ook mooi meegenomen.
vrijdag 7 september 2018
7 september
Gelezen,
op een oude versleten deur in Florac (Lozère): Laissez la porte
fermée pour que les chats n'entrent pas. Eronder, in kleine
lettertjes: Merci. Dat heet nu heldere communicatie. Geen
truttige frulletjes à la Veuillez avoir la gentillesse
of Merci de bien vouloir, die alleen maar de aandacht van de
boodschap afleiden. Het is ook geen verzoek, het is een instructie. Fair
enough. Als die deur open staat, lopen de katten naar binnen. De
bewoner van het pand wil dat niet, dat is zijn goed recht. Ik laat
die deur dus toe, avec plaisir. Dat had ik zonder het briefje
natuurlijk ook gedaan. Aan wie was het dan wèl gericht? Het zijn
mijn zaken niet. Ik ben maar een passant op vakantie. Sprakeloze
rijder op de Corniche des Cévennes.
![]() |
| Klik om te vergroten |
zaterdag 1 september 2018
1 september
Weerzien
met oude bekenden, na weer een winter en een zomer. Vous allez bien?
Alles goed? Wie geht es? Are you all right? Het doet goed. Het is ook
oppassen. Veel dingen gebeuren in zo'n jaar. Een van de bekenden kan
er niet zijn - omdat, de winter is slecht geweest - wegens.
Voor het gesprek al te somber wordt, kun je beter het register
bijstellen. Wat een heerlijk weer weer, en wat zie je er goed uit, en
wat sta je prachtig met je nieuwe haarsnit. Niet te veel vragen
stellen, zo onder ouder wordende bekenden. Un train peut en cacher
un autre.
zaterdag 18 augustus 2018
Le français sans peine
Van
mijn Franse buurman, die de kleinkindjes te gast had, zoals ook
ikzelf, heb ik het woordje chicoufs geleerd. Van Chic, ils
arrivent! en Ouf, ils repartent! Het is zeer minzaam
bedoeld, natuurlijk is hij dol op ze, zoals ook ikzelf, maar vandaag
na twee weken afscheid van ze nemend, begreep ik toch even wat de
buurman bedoelde. Ze hebben het woord zelf ook gehoord, die van mij,
en toen ik het ze uitlegde, keken ze meer dan bedenkelijk. Terecht.
Hoe kan een papi zoiets over zijn kleinkindjes zeggen? Tja, en
hoe leg je ambiguïteitstolerantie uit aan een elf- en een
dertienjarige? Geen nood, ik zie ze over een paar dagen al weer.
Chic!
dinsdag 7 augustus 2018
7 augustus
Als
je een praatje moet maken, bijvoorbeeld bij de afwas, en je weet niet
waarover, waarover kun je ook praten met een wildvreemd iemand als er
niets bijzonders aan de hand is, dan kun je altijd over het weer
beginnen, zoals we allemaal weten. Miss Marple was daar goed in,
misschien heb ik het wel van haar geleerd.
'Nice day,' kon ze zeggen, op een mooie dag. De regel van zo'n
gesprek is, dat je niets zegt dat tegenspreekbaar is. 'Wat is het
heet,' zeg je dezer dagen, en de aangesprokene beaamt het. 'Ja, het
is bakken,' zegt hij of zij bijvoorbeeld. Het gesprek is vertrokken,
het kan nu met enige vaardigheid alle kanten op worden gestuurd.
Ondertussen vordert ook de afwas, en als die klaar is, kan het
gesprek worden afgerond. 'Nou, ik ga maar eens,' kun je nu zeggen, in
mijn geval meestal met enige tot vrij grote opluchting. Ik praat niet
zo heel graag als het niet echt nodig is. Nu, afwassen ook,
eigenlijk.
zondag 29 juli 2018
29 juli
Ik
wil een cartoon tekenen, voorstellend een tafereel op de Camping
Municipal van M. Ik
teken een joekel van een caravan, met bovenop een buitenmaatse
schotelantenne. Daar komt in een ballonnetje PIEWIEIEWIEIEWIEP! uit,
want deze mensen zijn hun antenne aan 't richten. (Later op de avond
zal hun thuislandtelevisie wijd en zijd te horen zijn, maar dat gaat
niet op dit prentje.) Bij een van de hoeken zie je iemand gebukt
staan met een soort boormachine. Ballonnetje: TAKTAKTAKTAKTAK!!, ze
zijn de poten elektrisch neer aan 't laten. Net naast de caravan zie
je een klein iglotentje, waar WWOEOEOEWOEWOEWWW!! uitkomt. Dat is
het elektrisch pompje waar ze de luchtbedden mee opblazen. Uit een
grote bak bovenop de caravan komt nog een tekstballonnetje:
SHSSSHSSSHSSSSHHHSH!!: ze hebben de airco opgezet (het is
warm). MOOI PLEKKIE HIER!!!, schreeuwt een voorbijganger boven het
tumult uit. JA HOOR!!!, roept de caravanman terug. Maar ik kan niet
zo best tekenen. Mijn gade zegt: Je vergeet de mover. Ja, zeg ik,
maar die maakt maar heel weinig lawaai. En trouwens, we hebben zelf
ook een mover.
![]() |
| Klik om te vergroten |
woensdag 25 juli 2018
25 juli
Ik
bestel iets in mijn beste Frans. Ik zeg quatre-vingt-dix niet
nonante. Ik let angstvallig op al mijn le's en mijn la's, mijn uns en mijn unes en mijn du's en de la's. Ik soigneer mijn nasalen en gutturalen,
mijn palato-alveolairen en andere sibilanten, mijn e's en mijn é's
en mijn è's. Als ik klaar ben, krijg ik het gevraagde, ik betaal, en
de man of vrouw zegt: Thank you! Ze hebben natuurlijk al van
ver aan mijn sandalen of de lengte van mijn short of mijn haar gezien
dat ik van elders kom. Of zou het toch mijn accent zijn?
zaterdag 21 juli 2018
21 juli
Als
niet mijn scooter in panne was geraakt, waardoor ik een depaneur
moest laten komen, zodat ik, op hem wachtend, de tijd moest doden op
een terras op de Place du Marché, waartoe ik een Magasin de Presse
binnenliep om er de Libération te kopen, die helaas
uitverkocht was (het was rond de middag), wat mij ertoe noopte dan
maar Le Monde te kopen, die achteraf ook veel prettiger bleek
om te lezen, dan had ik daar niet, op pagina vier, een stuk gevonden
over de Spaanse justitie en de eeuwige Carles Puidgemont en zijn
positions jusqu'auboutistes.
Toen
was mijn dag weer goed, al betreur ik natuurlijk het - ik hoop
kortstondig - gemis van mijn goeie Sym. Voor een prachtig woord als
jusqu'auboutiste wil ik nog wel een paar straten te voet
lopen. In het thuisland zitten ze ook, de immer onbuigzame
gelijkhebbers die, als ze ooit toch gelijk zouden krijgen, wel heel
snel iets anders vinden om weer onbuigzaam over te zijn. Ook nadat
Brussel-Halle-Vilvoorde al lang gesplitst is. BHV? Gesplitst?
Waar hebt u het over?
zondag 8 juli 2018
8 juli
Gezien,
nabij Chambéry, de wereldbekerwedstrijd van België tegen Brazilië,
aan de table belge, waaraan een mij verder onbekende Waal me
had uitgenodigd. Hij trakteerde me prompt op een koffie. Eerder was
een andere jonge Waal op zijn fiets mijn woonwagen voorbijgereden en,
de nummerplaat ziende, had hij geroepen: Les Belges mènent un à
zéro! Toen wist ik dat ik mijn voetbalaversie opzij moest
zetten. De Waals-Vlaamse vriendschap is me dat waard. Toen laat in de
wedstrijd Meunier een gele kaart kreeg, mengde de Franse cafébaas
zich in het gesprek. C'était Debrune?, wou hij weten. Non,
zei de Waal, c'était Meunier. Et puis, ce n'est pas De Brune,
c'est De Bruyne. C'est un Wallon qui le dit, voegde hij er
ten overvloede aan toe. Ik zal het maar toegeven: ik heb me wreed
geamuseerd. Dat de Belgen wonnen was meegenomen, maar anders was ook
oké. Het is maar een spelletje, en al die vlaggen blijven
belachelijk.
donderdag 5 juli 2018
5 juli
Zowat
exact tien jaar geleden ging ik op rust. Dat heb ik zopas passend
gevierd, door mijn vouwstoel naar achter te zetten, in sluimerstand,
en in de schaduw van een boom een XL middagdut te doen. Het was stil,
ook al tsjirpten de krekels massaal en oorverdovend. Weinig dieren
kunnen ze dat nadoen, samen zoveel lawaai maken zonder dat het op
mijn zenuwen werkt. Eén mug is te veel. Eén hond. Dommelend in mijn
stoel, half wakend half slapend, bedacht ik nog wat tien jaar van een
leven betekenen. In de eerste tien jaar, bijvoorbeeld, heb ik leren
lopen, praten, lezen en schrijven, ik was nog net geen tien en ik had
in Brussel al de Spoetnik gezien in het Russisch paviljoen. Ik had al
geleerd, vanop de eerste rij, dat er schoolmeesters waren die
kinderen in de speeltijd naar binnen riepen om ze er herhaaldelijk en
hard te slaan, en dat ze daar zichtbaar plezier in vonden. De laatste
tien jaar heb ik niet veel meer bijgeleerd. Ik bedoel: de voorbije
tien jaar. Dat is nu net het soort versprekingen dat een mens begint
te maken. Maar dat is oké. Ik bedoel: ik ben op rust, vandaag onder
een boom in Piemonte, en ik heb iets te vieren.
vrijdag 29 juni 2018
29 juni
Ik
loop op het strand van Torre del Lago op zoek naar een plekje om mijn
badhanddoek neer te leggen, en mezelf erop. Dat duurt wel even. De
Italiaanse zeden willen dat de honderden en honderden kilometers
strand die het land rijk is, verdeeld zijn in allemaal kleine
stukjes, waar middenstanders tegen betaling badgasten mogen toelaten.
Vele en vele duizenden parasols en strandstoelen staan in strak gelid
langs de zee opgesteld. Wie iets betaalt, mag daar op of onder gaan
zitten of liggen. In het obligate bijhorende etablissement zijn
panini en gelati en andere dingen te koop. De kust, om
het maar eens korter te zeggen, is totaal geprivatiseerd, en ziet er
ook zo uit. Lelijk.
Niet
echt totaal: tussen het geldgewin is hier en daar een strookje strand
vrij toegankelijk. Daar ben ik naar op weg. Je mag er zo maar gaan
liggen, voor niets. Het is er flink vuiler dan elders, er wordt niet
schoongemaakt. Wie er per ongeluk zou beginnen te verdrinken in zee
heeft pech: elders dan op de andere strandjes, die allemaal een
salvataggio- ploeg met boot hebben, is de drenkeling hier op
zichzelf aangewezen.
Ik zie het allemaal rond me, en ook de
tientallen mensen die beladen met strandlakens en hoedjes en tassen
en zonnebrillen en andere rommel uren langs het water lopen, in de
hoop dat iemand ooit misschien iets van ze koopt.
Dit
is nou kapitalisme, denk ik bij mezelf, als ik plots word opgeschrikt
door een luidspreker die loeihard reclameboodschappen over het strand
begint uit te braken. Ik stap harder door, maar het geraas blijft me
onverminderd volgen. Op ieder strandje moet wel zo'n luidspreker
staan, denk ik moedeloos, vluchten kan niet meer. Net dan kijk ik
even opzij naar de zee, en zie daar een boot varen evenwijdig met het
strand. Er staan twee gigantische luidsprekers op.
De
Italianen mogen in hun betaalde vakantie naar zee gaan, als ze dat
willen, het is een vrij land, maar de reclame horen is wel verplicht.
Ze niet horen is misschien niet verboden, het is wel onmogelijk. Zo
moet het ook: Groei, groei, groei. Jobs, jobs, jobs.
Ik
leg mijn handdoek neer op een plekje waar nog niemand zit, wacht tot
de boot eindelijk voorbij is, ik stap de zee in en zwem. Tot de zee, tot
nu toe, is de toegang gelukkig nog voor iedereen vrij. Nu niet te ver gaan: een redder is er niet.
maandag 25 juni 2018
25 juni
Gezien
in Tarquinia: de necropolis en het museum van de Etrusken. Veel gaat
over doden en begraven, maar de levenslust spettert er niet minder
van af. De kleuren, de zwierige figuren, de thema's van dansen, van
eten en drinken - we zijn in Italië - duikers, jongleurs,
worstelaars, zich en elkaar uitgebreid opmakende vrouwen. Vrijers, in
de eros-vitrine van het museum, vrolijk en ongecomplexeerd poserend
voor hun beeltenis op schaal of amfoor, in niets aan de verbeelding
overlatende houdingen die onze vals-preutse tijd expliciet zou
noemen. Het moet niet altijd Kama Soetra zijn. Ik kan niet nalaten te
denken aan al de kerken die ik in dit land heb bezocht, met hun
mythologie van stijve, zuinig kijkende, langgerokte, al dan niet
gemijterde en gesluierde heiligen, met hun dun mondje en hun
opgestoken hand. Vele eeuwen later gemaakt, toen de pret tot zonde
was uitgeroepen. Het zal wel weer ingewikkelder liggen dan dat, maar
toch - een beetje meer Etrusk, wat een verademing.
vrijdag 22 juni 2018
22 juni
Wie
mij liever niet nog eens hoort zeuren over de taal van de betere
kranten, kan hier beter wegklikken. Jongere geeft rake
klappen aan chauffeur De Lijn.
Wat is daar nu mis mee? Het ligt vast aan mij. Ik hou niet van die
rake klappen.
Journalisten, ook van De Standaard,
hebben zulke vals-leuke clichés naast zich liggen in het bakje. Zo
gauw iemand een ander aftuigt, afranselt, slaat, verwondt, grijpen ze
naar de rake klappen.
Je kunt ze uitdelen,
of ook verkopen. Het
klinkt haast sympathiek. De klappen, in dit geval, blijken 'enkele',
dan weer 'verschillende' vuistslagen te zijn. Dat schrijft
HLN en wordt bevestigd door het parket Halle-Vilvoorde, schrijft
de Standaardjournalist, zich nu bedienend uit een ander bakje, waar
de slecht gebouwde zinnen in liggen. Onderwerp, lijdend voorwerp:
geen tijd op de redactie voor dat soort neukwerk. Uit het leven gestapt is nog
zo'n truttige frase. Alsof het leven een bus is naar het shopping
center. De strijd tegen kanker gewonnen. Wie
van de ziekte sterft zal wel een loser
zijn. Ja, zuur, goed, het is ook nooit goed, oké. Had dan
weggeklikt, ik zei het nog.
woensdag 20 juni 2018
19 juni
Laatst
stond ik in Rome voor de Trevifontein. Gelukkig is die heel groot,
anders had ik de fontein niet te zien gekregen, door de massa mensen
die er ook voor stond. De meeste bezoekers willen een foto nemen. Dat
kan op twee manieren. Traditionalisten, onder wie ikzelf, richten hun
fototoestel naar de fontein en drukken af. Sommige, waar ik niet bij
hoor, willen iemand mee op de foto. Het object krijgt een plaatsje
tussen de fontein en het toestel. De fotograaf drukt af. Andere,
waar ik ook niet bij hoor, willen zelf ook op de foto. Ze
vragen iemand om hen voor de fontein te fotograferen. Weer andere
willen samen met iemand op de foto. Ze spreken een
voorbijganger aan. Grazie!, klinkt het na afloop, ook al is de
kans reëel dat de voorbijganger een Koreaan is of een Senegalees.
Dat is allemaal oude school. De fotograaf van de nieuwe school gaat
met zijn rug naar de fontein staan, steekt zijn telefoon vooruit, en
drukt af. Mensen uit de entourage, als ze maar dicht genoeg tegen de
fotograaf aanschurken, mogen er ook op. Als zijn arm te kort is,
monteert de fotograaf zijn telefoon op een uitschuifbare stok, en
steekt die voor zich uit, weg van de fontein. Pijnlijk wordt het, als
nieuwe en oude school elkaar voor de voeten lopen. Zo wil ik een foto
van de fontein, maar voor me staat een dame met zo'n stok. Ze steekt
hem dreigend naar me uit, de telefoon raakt net mijn neus niet, en
grijnslacht ondertussen breed, voor haar foto. Mij rest geen andere
optie, dan de dame met stok en al te fotograferen, in de hoop dat
achter haar toch een stukje van de fontein te zien zal zijn. De
bezoeker van Rome kan ik adviseren de Trevifontein over te
slaan. Hij is als Manneke Pis, alleen groter. Wil men toch
een foto: er bestaan heel kunstige ansichtkaartjes, professioneler
van kadrering en belichting dan de gemiddelde toerist zoals ikzelf ze
kan maken, en er staat niemand in de weg.
![]() |
| Klik om te vergroten |
Abonneren op:
Posts (Atom)


