dinsdag 29 december 2020

29 december

Bij dag op de zeedijk, in de schaduw van de betonbaronnen Atlantikwall, voorbij wafel- en ijskramen, karretjes- verhuurders. Op het strand, parallel met de vloedlijn, op variërende afstand ervan. Door het mulle zand waar 's zomers de strandhutjes staan. Dichter bij de zee, waar het zand nat is en zacht als mousse au chocolat, de voeten zakken weg. Nog dichter bij zee, het zand bubbelt, een echo van de vloed. Er liggen plassen, laarzen komen van pas. Nog verder zeewaarts, de voeten in de uitlopers van de branding, op tijd uitwijkend, of net te laat, voor een gretige golf.

's Avonds laat, het is al lang donker. De zee is ver, het strand leeg zo ver het oog reikt. Het blinkt in de lichtjes van de dijk. Vertrekken van de voordeur, de zeedijk oversteken, het trapje af naar het strand, pal noordwaarts in de richting waar de branding ruist. Doorlopen. Het geruis neemt toe, il rumore del mare. Daar zijn plots de witte strepen, de golven, de zee. Doorlopen tot het water over de laarzen spoelt. Zingen mag ook, roepen, heel hard lachen. Er is niemand die het hoort.


vrijdag 25 december 2020

25 december

Op kerstavond trof ik onder de boom een langwerpig pak aan dat mij zeer intrigeerde. Wat kon ik aanvangen met een zo lang voorwerp? Het was nerveus afwachten tot het dessert (mousse au chocolat, hier choclamoes genoemd), toen het pakpapier eindelijk weg mocht, en uit de doos een paraplu tevoorschijn kwam. Nu heb ik al een paraplu, zo een die ondersteboven open gaat. Deze kerstparaplu gaat gewoon open, wel vanzelf, met een knopje, maar daar gaat het niet over. Het gaat over MERDE IL PLEUT, de heldere boodschap waar ik van nu af aan in de regen mee rond zal lopen, en ieder woord zal gemeend zijn. Het meest nog MERDE, dat uitstekend lucht geeft aan het gevoel dat mij de laatste tijd wel eens bekruipt, ook bij droog weer. Dan schiet shit veel te kort.

maandag 21 december 2020

20 december

Het moeten niet altijd vogels in de tuin zijn. Ook in de keuken bij mij thuis vallen regelmatig intrigerende piepgeluiden te horen. Vijf: dat is de magnetron. Nu staan er in de keuken wel twee, dat is, in tijden van coup de feu, tweemaal vijf piepen. De piep verschilt, ik schat een halve toon. Dat geeft, bij gerechten met dezelfde tijd en gelijktijdig in gang gezet, een alleraardigst dissonant effect.

De broodbakmachine: tien piepen ergens halverwege de baktijd, aangevend dat desgewenst pakweg rozijnen kunnen worden toegevoegd. Daar doen we hier niet aan, dus die tussenpiepen passeren zonder gevolg. Weer tien piepen: brood klaar. Die broodpiepen zijn beduidend luider en schriller dan die van de microgolfovens.

Meer zoals die van de airfryer, de nieuwste aanwinst in ons kookarsenaal. Deze fryer produceert veruit de luidste piepen, gelukkig maar drie. Wel moet je hier en daar het fryen stopzetten, om de boel eens op te schudden, of je wilt de tijd wat bijstellen, of de temperatuur. Dat kan allemaal, maar elke keer komen er weer drie nieuwe piepen.

Natuurlijk blijven al die tijd ook de digitale keukenklokjes actief, je wilt ook wel eens gewoon een zacht eitje koken: aanhoudend gepiep als de tijd op is, bij ons is dat vijf minuten, tien voor een hard, gelukkig veel stiller.

Zo stil dat je, in afwachting van het eitje nog wat in de krant lezend in de aanpalende woonkamer, deze bescheiden piepjes gemakkelijk mist, nog meer als je de radio op WDR4 hebt, die rond deze tijd haast onafgebroken I'm dreaming of a white Christmas speelt, afgewisseld met Let it snow, let it snow, let it snow, terwijl de Duitsers toch ooit bekend waren om hun onovertroffen inheemse Weihnachtslieder.

Als ik echt toppezot word van de reindeer en de sleighs en de bells, van Frosty the Snowman with a corn cob pipe and a button nose and two eyes made of coal, thumpetty thump thump, dan zet ik al ons keukengerief synchroon in werking, tot het meerstemmig gepiep fortissimo de kleffe muzak overstemt. Het is elektronisch, het is geen beiaard, maar het werkt.

vrijdag 18 december 2020

17 december

We gaan de scholen niet sluiten omdat sommigen kinderen willen misbruiken als een soort loden gevangenisbol aan de enkel van hun ouders.

Met deze uitspraak kaapt minister Ben Weyts op de valreep de prijs voor de baarlijkste brok onzin van 2020 nog weg voor de neus van zijn voormalige collega Pieter De Crem, bedenker van het hier eerder op 1 juni geciteerde U kan gaan winkelen met een vorm van noodzakelijkheid.

Geen kleine prestatie, het legendarische wartaalgebruik van deze federale minister overtreffen. Er was dan ook een Vlaamse minister voor nodig, eerder van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn, thans van Onderwijs, Sport en Dierenwelzijn.

Kindermisbruik is erg genoeg. Kinderen als een loden gevangenisbol vastbinden, aan de enkel van hun ouders dan nog, is een beeld dat getuigt van uitzonderlijke, aan sadisme grenzende wreedheid. De minister mag het al toeschrijven aan de geperverteerde geest van sommigen, hij is het toch maar die ermee voor de camera komt, zoals ministers doen. 

Terwijl het in dit geval zoveel beter was geweest als Uncle Ben gewoon thuis was gebleven, of in elk geval zolang zijn mond had gehouden tot een wat slimmere adviseur hem had uitgelegd, dat je in metaforisch taalgebruik niet iedereen met alles kunt vergelijken, bijvoorbeeld kinderen met loden bollen.   

Maar goed, de uitspraak is gevallen, Ben Weyts wint de prijs: een met superlijm op de lippen te bevestigen mondkapje.

zondag 13 december 2020

12 december

Soms valt er weinig te zeggen. Vaker nog minder. Niet zelden niets. Er valt niets te zeggen. In het beste geval valt het niet op, bij gebrek aan iemand die het zou moeten horen. Er is niemand, in het slechtste geval. Of er is wel iemand, die het weinige dat er te zeggen valt al te vaak heeft gehoord. Goed, goed, zegt deze voltijdse toehoorder. Dat heb je al gezegd. Dat heb je al meer dan een keer gezegd. Dat heb je nu al drie keer gezegd. Zeg nu eens iets anders. Iets nieuws. Iets vrolijks, als het kan. Maar vrolijks valt er helemaal niets te zeggen. De aanvoer van tot vrolijkheid stemmende prikkels is gaandeweg jammerlijk opgedroogd. Dan gaat het niet over herhalingen van FC De Kampioenen. Het gaat over echte, zich in een levende wereld, offline in real time aandienende prikkels, zoals het onverwacht weerzien van een oude copain in de Koek en Ei. Een verjaardagspartijtje waar iedereen iedereen zoent, dichte familie tot drie keer toe. Kleinkinderen aan het ontbijt. Een vrouw in de rij voor de kassa die breed glimlacht terwijl ze je voor laat gaan omdat je alleen maar een potje yoghurt gekocht hebt. Je hebt het in je handen, het ligt natuurlijk niet in een winkelkar, waarom zou je voor een potje yoghurt een kar gebruiken? En je ziet dat de vrouw breed glimlacht, je ziet haar stralend witte gebit en het rood van haar tandvlees, want ze heeft geen masker voor. Wie gaat nu gemaskerd winkelen, of legt één potje yoghurt in een winkelkarretje? Het lijkt een grap. Maar tot vrolijkheid stemt hij niet.

zondag 6 december 2020

6 december

Het is geen lachertje, de hoogpathogene H5N5 vogelgriep. Besmettelijk als de pest, wat hij ook is. Hoe gaan mijn drie kippen met hun lockdown om? De beesten mogen amper buiten. Elk contact met medevogels wordt ze ontzegd, zoals ook goed drie vierde van hun scharrelgebied. Terwijl kippen zeer actieve sociale wezens zijn, die aandacht en afwisseling nodig hebben. Zoniet gaan ze op elkaar pikken. Ze hebben daar een systeem voor. Goed, ze leggen nog, ze eten en drinken nog. Ze maken er het beste van. Toch merk ik een verhoogd stressniveau bij mijn bruine kip, terwijl de witte almaar lustelozer wordt en vaak uren achter elkaar ineengedoken op de grond zit. Je zou voor minder. Hoelang duurt dat hier nog? zie ik ze denken. Ik weet het niet. De mortaliteit is laag, tot nog toe nul. Er zijn geen besmettingen vastgesteld, laat staan verontrustende symptomen. De vogels buiten mogen zomaar vrijelijk rondvliegen. Ik weet het. Maar ik maan ze aan om geduldig te zijn. Als we te gauw loslaten, leg ik ze uit, komt er gegarandeerd een tweede golf van. Is dat wat jullie willen? Weer zoveel weken op hok? Ze zijn niet overtuigd, ik zie het. Maar veel keus hebben ze niet. Ik geef ze graan, maak hun hok schoon, ververs het water. Ik moet me de hele tijd bukken, het net hangt te laag. Ja de zorg heeft het ook niet gemakkelijk. Dat laatste argument vinden ze helemaal belachelijk. Ik hoor het aan hun geïrriteerd getok.

5 december

Dit jaar maar geen kerstboom. Waarom zou ik? Adeste fideles met één knuffelcontact. O Tannenbaum met afstand en handgel. Heilige nacht met mondmasker. Laat dan maar, is mijn idee. Er is niets te vieren. Mokkend het jaar uit. Mopperend en morrend, daarna zien we weer.

Dan rijdt een auto de oprit op. Ze stappen uit. Bezoek! Ze zijn een kerstboom gaan kopen, ze komen even langs. Nee, ze brengen een kerstboom mee. Cadeautje voor mij en mijn gade. We doen een goeie babbel (masker, afstand, etc. etc.) Ze rijden weer weg.

Nog niet helemaal zijn ze uit het gezicht verdwenen, of ik sta in de tuin met spade en kruiwagen. Boom in pot, fruitkist bij de voordeur, boom op kist, Jezus c.s. onder de boom (maagd en moeder, timmerman, herder, schaapjes, wijzen uit het oosten, os en ezel), ladder onder het zolderluik, lampjes, ballen. Geen uurtje later staat de boom als vanouds te glimmen. Te vroeg volgens de ware leer, Sinterklaas komt vanavond nog langs. Niet erg, hij bestaat ook niet.

Dit jaar dus toch een kerstboom. Daar heb je kinderen voor: om wijs te zijn als je het zelf niet goed meer bent.

(Met dank aan L. & A.)




dinsdag 1 december 2020

1 december

Ik heb wel eens gedacht dat het met een naam als Eddy Merckx of Bill Clinton niet zo moeilijk is om bekend te worden en het ver te brengen. Dat die mensen een voorsprong hebben. Maar vandaag las ik iets over SARS-CoV-2, dat het niet wijs is dit jaar Kerst te vieren met vrienden en familie. De vermaning kwam van Tedros Adhanom Ghebreyesus, opperhoofd van de Wereldgezondheidsorganisatie. Zo zag ik dat je het ook met een moeilijke naam ver kunt schoppen. Vraag maar aan Annegret Kramp-Karrenbauer, of Alexandria Ocasio-Cortez, inmiddels bekend als AKK en AOC. Slim, zo'n afkorting à la JFK. A la MBS, alias Mohammed bin Salman bin Abdulaziz Al Saud, eigenlijk omgekeerd. VDB bij ons. Is Vanden Boeynants zo'n moeilijke naam? Of Vandenbroucke? Tja, bij ons niet, maar in Etiopië? Zouden ze Frank daar kennen? En welke Frank?




dinsdag 24 november 2020

24 november

Vandaag ben ik naar Nederland gereden. Niet om er iets te kopen in een winkel die wel open was, maar om te wandelen langs de Westerschelde, waar borden staan opgesteld met een waarschuwing voor de oesterschelpen met scherpe randen die je er aantreft. Deze kunnen diepe snijwonden veroorzaken, het is maar dat je het weet.

Zo goed als pal op de grens, die er niet meer is, stond een wat in zichzelf gekeerd gebouwtje met heggen en schuttingen er rond, en op een bord in sierlijke letters: Club Goesting. Er hoorde vast ook een licht bij, ongetwijfeld rood, maar het was uit, en de Club was toe.

Een sprekender teken van dit barre heilloze tijdsgewricht heb ik niet gezien. De treurnis, ook al scheen de zon. En hoe de goesting van dat bord droop, terwijl er niemand in de buurt was om er iets aan te doen. Je komt geen mensen meer tegen.

Als ik toch ooit nog eens iemand tegen zou komen, die mij zou vragen waar ik vandaan kom, dan neem ik me voor te antwoorden: een onbereikbare stad waar tapijtwevers en borstelmakers met een olijfkleurige teint wonen die men Egyptenaren noemt.

De typering is van Louis Seynaeve, of van Bekka Cosijns of van haar broer Tetje. Ziedaar drie mensen die ik wreed graag eens zou tegenkomen, of hun bedenker, maar dat kan al helemaal niet, want meester Claus is bij de mieren.

Nederland is een groot woord voor het strookje polder bezuiden de Schelde dat eigenlijk bij België hoort, maar we hebben het in 1830 laten liggen. Beter zo: het is er uitgestrekt en ordentelijk, op de Westerscheldeoever staan geen appartementsblokken van negen hoog.

In de Bar Goed kun (of kon) je in normale tijden iets drinken op het buitenterras met uitzicht op het water. De golfslag op het strand is mild maar toch goed hoorbaar. Wat een heerlijke naam voor een drinkplek ook. Wie heeft hem bedacht? En Club Goesting?


maandag 23 november 2020

21 november

Nog even over mijn ophoknet. Het is bedoeld om vogels buiten te houden, maar wat blijkt? Na één dag zit er al een vogel binnen, en hij raakt er niet meer uit. Een roodborstje (erithacus rubecula) om precies te zijn .

Klein als hij is, heeft hij hier of daar toch een gaatje gevonden, en is naar binnen geglipt. Slim! Alleen, toen hij weer naar buiten wou, kon hij het gaatje niet meer vinden. Dom! Hij fladderde angstig alle kanten uit, tegen het net aan. Ik had met hem te doen, maar ik kon hem niet pakken.

Dat was gisteren. Vandaag was het vogeltje weer weg. Goed zo! Maar toen zag ik uit mijn woonkamer een ander diertje in het ophok in de weer. Het betrof de hier al eerder besproken rattus norvegicus. Niets houdt een rat tegen, dat weten we. Al zeker geen net. Hij knaagt er met gemak een gat in, maar dat is niet nodig. De rat graaft een gangetje, en kruipt ondergronds naar binnen, op de wijze van bankrovers of gevangenen of eertijds naar het Westen vluchtende Oostbertlijners. Naar buiten dan, in die laatste gevallen.



donderdag 19 november 2020

18 november

Dus de vogelgriep is weer in 't land. In Oostende schijnt het. Nu is dat een eind van waar ik woon, maar voor zo'n vogel is honderd kilometer twee keer niets. Voor een vogelvirus al helemaal.

Dus willen de instanties dat ik iets doe, als particuliere houder van pluimvee. Ik moet mijn kippen ophokken. Ze moeten alle drie binnen blijven. Als dat niet gaat, en het gaat niet, want het kot is te klein, dan moet ik maar mijn kippenren overdekken.

Met een net, zodat de zieke wilde vogels die overal rondvliegen, ook in mijn tuin, de duiven en houtduiven en eksters en merels en kauwen, de groene en bonte spechten en Vlaamse gaaien, dat ze niet bij mijn kippen kunnen en hun drinkwater met virussen besmetten. Waar heb ik dat nog gehoord?

Belachelijk, zegt iemand op een forum op het internet. De vogelpoep valt toch tussen de mazen van het net, de kippen pikken daarin, kippen pikken in alles. Wat dan nog? Als mijn kippen griep krijgen, mag ik nog altijd hun eitjes opeten. Ik mag de kippen zelf opeten, als ik dat zou willen, ik word er niet ziek van. Zo bekeken valt het aviaire influenzavirus dus nog mee. Toch heb ik mijn net maar gespannen, oppassende burger.


dinsdag 17 november 2020

16 november

In de Nederlandse Volkskrant staat een interview met "de Belgische Van Dissel". Geen idee wie dat is, als het niet was van de foto: daar staat Marc Van Ranst. Van Ranst is natuurlijk onze Belgische Van Ranst. Die Van Dissel is de Nederlandse Van Ranst, zoals Anthony Fauci de Amerikaanse Van Ranst is.

Onze Van Ranst moet uitleggen waarom de coronacijfers in België slechter zijn dan in Nederland. Ja de staatsstructuur natuurlijk, acht ministers van Volksgezondheid. Ze kennen elkaars naam niet, zegt Marc. En wij Belgen volgen de regels niet goed op. Onze bevolking telt veel dissidenten. Zodra er maatregelen worden getroffen, is de eerste vraag of er achterdeurtjes zijn, en de tweede of er gecontroleerd gaat worden.

En in Nederland ? Daar zijn ze wat calvinistischer in het opvolgen van de regels. U heeft een grotere mond als het u niet bevalt, dat zeker, maar stiekem je eigen gang blijven gaan, dat is bij ons helaas veel sterker.

Weinig woorden nodig om man en paard te noemen - zo kennen we onze Marc. 

zaterdag 14 november 2020

14 november

Zij groette een dame met een hoed vol fruit. De nimmer falende toets van meester Claus. Ik lees nog maar eens Het verdriet van België. Of ik nog maar eens zelf in dat boek rondloop. Zij is Constance, de moeder van Louis. Ze zijn samen voor Het land van de glimlach in de stadsschouwburg. Zij heeft het nog maar eens niet begrepen. Is 't weer niet goed genoeg? Toch? Waarom kijkt ge dan zo stuurs? Waarom zit ge daar met zo'n vies aangezicht? Wat moet ik toch doen met u?'

De hardcover leest het best. Je moet er wel niet mee op je rug gaan liggen - 997 gram op de keukenweegschaal. Overigens ook niet met de paperback, nog altijd 842 gram. Die laatste heb ik gekocht op 3 juni 2004, ik denk in de Kringwinkel. De eerste kocht ik daar ook, later, ik weet niet meer wanneer. Wel voor hoeveel: drie euro. Voor 774 pagina's, van Dondeyne tot Toch, dat is nog geen 0,4 cent per pagina, en zelf rond mogen lopen in het verdriet van België. Wie je daar allemaal tegenkomt!

'Als hij van alles is, uwe Onze Lieve Heer, dan is hij ook op tijd en stond een schone smeerlap.'
Geschokt riep Louis: 'Dat moet ge direct, vandaag nog biechten!' 
'Maar ventje,' riep ze triomfantelijk, 'ik heb dat al tien keer gebiecht aan de onderpastoor en hij zegt:"Madame Seynaeve, zaagt daar niet zo over, het is allang vergeten en vergeven in de ogen van Ons Heer, maar als ik u een plezier kan doen, wel, zeg dan twaalf onzevaders en tien weesgegroetjes." Ik zeg: "Mijnheer de onderpastoor, het is goedkoop." - "Zaag niet, madame Seynaeve," zegt hij.'

Ik heb ook het e-boek. Dat leest makkelijk in bed, en je kunt het licht uitlaten, ten gerieve van de bedgenoot. Maar terugbladeren valt tegen. Ik dut nogal gauw in, zelfs op dit boek, en dan moet ik al vaker eens achteruit. Hoe was dat ook weer met die eland?


zondag 8 november 2020

8 november

Als je dan toch de televisie aanzet, mijd alles over virussen en presidentsverkiezingen. Er blijft nog heel wat over. Wil je de avond genietbaar houden - ik ga ervan uit dat je niet overdag zit te kijken - sla dan ook maar de kommer- en kweldocumentaires over. Bijensterfte, cocaïnesmokkel, mensenhandel. Je wilt na afloop wel nog slapen. Iets over het koningshuis kan wel, als het kort blijft. Je wilt ook weer niet al kijkend in slaap vallen.

Natuurlijk is er nog een overvloedig aanbod van amusement, tegenwoordig entertainment genoemd. Aan feuilletons, tegenwoordig soaps genoemd, kun je beter niet beginnen. Ze houden nooit op. Ze zullen je overleven. Dan ken je de afloop nog niet. Verder vrees ik dat ook een aantal zenders  geweerd moet worden, die om de haverklap en totaal onaangekondigd een tsunami van tenenkrullende reclamespotjes op je loslaten. Blijf ook maar weg van praatprogramma's, talkshows tegenwoordig, zie de beginzin.

Laten we het kort houden. Stem af op Canvas en kijk naar Team Scheire. Iets warmers, opbeurenders, ontroerenders en spannenders valt er niet te beleven, en het duurt niet te lang. Er zit geen reclame tussen. Neem het vooraf op, voor de zekerheid. Klik maar op alle afleveringen. Heb je het toch gemist, dan haal je het in bij VRT Nu. Die zeggen dat het een human interest programma is. Je doet maar of je dat niet gezien hebt.


vrijdag 6 november 2020

5 november

Volgens Bernard Dewulf in De Standaard Weekblad is dinsdag elf uur het vreselijkste uur van de week. Ik neem aan dat hij 's ochtends bedoelt, hij zegt het er niet bij. Dan wordt hij even zot in zijn kot. Daarna is het weer over. 

Ik herken dat wel. Alleen vind ik dinsdag elf uur best oké. Ik ben opgestaan (kwart over acht), ik heb me gewassen en geschoren (old school elektrisch), ik heb koffie gezet en ontbeten (ergens rond negen, met de krantencommentaren op Klara), de tafel is afgeruimd, de kippen zijn gevoerd, de eieren geraapt, if any

Misschien heb ik wat piano gespeeld, het adagio sostenuto uit de Klaviersonate in cis mineur opus 27 nr. 2 van Beethoven, de Mondscheinsonate. Ik kan dat wel spelen, maar nooit in één ruk zonder fouten. Het blijft zwoegen en zweten, trial and error, vallen en opstaan. Maar elk dozijn maten dat ik goed krijg, geeft me een berg plezier. Dat kan heel goed rond elf uur zijn op een dinsdag. 

Ik vraag me af wat Bernard Dewulf uitvoert op zondagmiddag rond vier uur. Want dat is pas, met permissie, het vreselijkste uur van de week. Speciaal voor dit uur is het veldrijden uitgevonden: mannen en vrouwen die over bulten en door modder en zand ploegen, de fiets op de rug een trap op zeulen, en Michel Wuyts die al hun namen kent. 

Ik weet niet wat erger is: op zondag rond vier uur op de televisie naar het veldrijden kijken, of niet kijken. In dat laatste geval is er helemaal niets te doen, maar misschien is dat net nog minder erg.


woensdag 4 november 2020

3 november

Voeger heette WerkenTravaux dus DagNaDag. Het was opgezet als dagboek, en aanvankelijk, zoals dat met dagboeken is, voor geen andere lezers dan de schrijver bedoeld. For my eyes only. De allereerste aantekening was op 29 oktober 1998. Pas in 2006 kwam het dagboek uit de kast. In december 2008 kreeg het zijn nieuwe naam. Om maar te zeggen dat ik tweeëntwintig jaar bezig ben.

Waarmee eigenlijk? Dat vroeg ik me vandaag plots af. Niet toevallig vandaag, een dag die gelukkig bijna om is (het is nu 23 u. 49). Dat is ook de reden. Niet dat hij bijna om is, maar dat hij gelukkig bijna om is. Zo'n dag was het. Ik schrijf het dan maar op, maar eigenlijk hoorde deze entry meer thuis in DagNaDag, voor 2006, toen niemand hem te lezen kreeg dan ikzelf. Een beetje somberen is oké, maar je moet daar niemand anders lastig mee vallen. Al helemaal niet in de nacht van 3 november 2020. Gelukkig wordt het morgen weer beter.


vrijdag 30 oktober 2020

30 oktober

Ik ben een kwetsbare kameleon. Een beetje geheimzinnig. Ik lijk soms onbereikbaar, maar ben wel erg intelligent. Ik ben ook een spar. Mijn gade, een wilg, is een kunstzinnige dromer, die houdt van reizen. Ze is ijverig en energiek.

Wie op onzekere momenten op de sofa zit en zich afvraagt: Wie ben ik eigenlijk?, kan tot vele antwoorden komen, of tot geen. Beter is het, de schoenen aan te trekken en het huis te verlaten. Voor een wandeling, bijvoorbeeld in 't Ster, voluit het provinciaal recreatiedomein De Ster in mijn stad S.

Je loopt er rond een ruime plas, er is een strand, een visvijver, een kinderboerderij, een speeltuin en nog wat voorzieningen van plezier, die na het zomerseizoen gelukkig stil liggen. Je kunt rustig genieten van de wind om je oren en de eendjes op het water.

Er is ook een Keltische Boomhoroscoop. De bomen staan netjes op afstand naast elkaar, voor ze ligt een platte zwarte steen waar de naam op staat van de boom, twee paar datums, en een typering van wie in een van de twee geboren is.

Wie ben ik? Ik zal niet verhelen dat ik liever een cipres was geweest, onafhankelijk en doelbewust, of een es, impulsief en ambitieus, of een dynamische optimist zoals de vijgenboom.

Een kameleon? Ik zal ermee moeten leven. Dat krijg je, als je per se achter je identiteit aan moet: wat je vindt is niet noodzakelijk wat je dacht te zoeken.

Maar ik ben weer eens buiten geweest, het heeft me goed gedaan. En ik mag dan een beetje geheimzinnig zijn en soms onbereikbaar, tenslotte ben ik toch erg intelligent. Dat flatteert me wel, ik steek dat niet weg. Ik ben geen olijfboom, een meester in het verbergen van zijn gevoelens.

 

Klik om te vergroten


donderdag 29 oktober 2020

29 oktober

Ik kwam in de krant het woord postintensievezorgsyndroom tegen. Fysieke, psychische en cognitieve problemen na een opname, las ik. Best een lang woord, en ik telde de letters: zesentwintig, tenzij ik me vergist heb. Nu las ik wat verder, en zie: daar ging het over de overheidsopdrachtenregelgeving. Dertig letters! Eigenlijk ging het over de VRT en voorzitter Van den Brande, maar daar gaat het hier gelukkig niet over. Natuurlijk zijn er nog veel meer lange woorden, en nog veel langere. Natuurlijk zijn er websites waar je die kunt vinden. Natuurlijk zit er in mijn OpenOffice Writer een tool waar ik de letters mee kan tellen. Maar dat is naast de kwestie. In het spelletje dat ik speel, moet je de woorden per ongeluk tegenkomen, en je moet zelf tellen hoe lang ze zijn. Woorden zelf maken, genre paternosterbolletjesfabrikantenvereniging, telt ook niet. Dat gaat allemaal veel te snel. Het moet net traag gaan, en lang duren, in de komende winteravonden die nog niet eens begonnen zijn.



woensdag 28 oktober 2020

28 oktober

Het zijn onvertoonde tijden, en zo kan het gebeuren dat ik, na weer een uur bloot te zijn gesteld aan de talking heads op mijn televisie, die nog maar eens uitleggen hoe vijf voor twaalf het is, hoe kwart over twaalf, en dat ons huis, dat gisteren nog niet in brand stond, dat wil zeggen ons Vlaamse huis, in tegenstelling tot de Waalse en Brusselse huizen, waar de vlammen al weken uit het dak slaan, vandaag toch best dringend geblust wordt, dat wil zeggen komende vrijdag, al is het maar een beetje, en ook dat het niet helpt kleine kraantjes toe te draaien als de grote kraan open blijft, zoals het vast ook niet helpt de brand met een pieterig waterstraaltje te lijf te gaan, zowaar een zucht van verlichting slaak en een slok van mijn koffie neem, eindelijk, nu er geheel onverwacht een foto op het scherm verschijnt van een interieur in het kasteel Belvédère, tonende, naast een niet te tellen massa potjes en pannetjes en aandoenlijke schemerlampjes, ook nog Hunne Koninklijke Hoogheden A. en P., de laatste een bovenmaatse handtas vastklemmend, in het gezelschap van hun kersverse verloren dochter, uitstralend een nieuw hoofdstuk, rijk aan emoties, gemoedsrust, begrip en hoop, en dat na het tumult, het lijden en de verwondingen, zodat het tijd is nu voor vergeving, genezing en verzoening, maar ook met verbazing vaststel dat zelfs in deze eerder plakkerige materie experts bestaan, zo blijkt, die komen duiden hoe diep gemeend de nieuwste démarche is van deze Saksen-Coburgs, dat het echt niet om een pr-stunt gaat, wat mij mateloos opbeurt, na al de -logen en -isten, nog meer als er een filmpje komt van Delphine ten tijde van haar fight met koning vader, waarin ze scherp en snedig zegt waar het op staat, uit de hoek komend met een aplomb ver buiten en boven het bereik van de verenigde royals, als verenigd het goede woord is. Vannacht worden enge dromen mij gespaard, ik slaap eindelijk nog eens vreedzaam in.


dinsdag 27 oktober 2020

27 oktober

Ze zeggen me dat ik veel buiten moet komen, waar het lichter is dan binnen. Ze zeggen zelfs hoeveel lux er meer is buiten dan binnen, zelfs op een bewolkte dag (tien keer). 

Een lux zijnde de verlichtingssterkte voortgebracht door een lichtbron met een lichtsterkte van 1 candela op een oppervlak loodrecht op de lichtstralen op een afstand van 1 meter van de bron. 

Een candela zijnde ongeveer de lichtsterkte van een gewone kaars. Met dank aan Wikipedia.

Van licht word je vrolijker, zeggen ze. Het zal dan wel helpen, denk ik, dat ik elke avond dineer in het licht niet enkel van twee led-spots hoog in de nok van ons huis, maar ook nog eens van een brandende candela op tafel. 

En ja, ik word er vrolijk van, al zal dat ten minste zoveel te maken hebben met de exquise kookkunst van mijn gade, de geraffineerde smaken van wat ze mij voorschotelt. Daar blijf ik altijd weer graag even voor binnen.

vrijdag 23 oktober 2020

23 oktober

Ze zitten naast elkaar op de achterbank, keurig gemaskerd. Ik zelf zit voorin, waar ook het stuur is, ook met een masker voor. Ik heb for good measure nog mijn zijraampje opengedraaid. Ik ben namelijk, maar dit is echt totaal naast de kwestie, eigenaar van een auto waarvan de zijraampjes nog met een zwengel worden bediend.

De stoel rechts van mij is leeg. Dat is goed. Iemand die er zat, neem nu minister Vandenbroucke van Volksgezondheid, zou mij mogelijk streng terechtwijzen wegens het mengen van generaties. Vermijd contacten, zou Frank mij onverbloemd laten weten, zoals hij dat zo goed kan. Wilt u dat ik u de waarheid vertel of praatjes? zegt hij dan bijvoorbeeld, of nog: In dit land is niemand de baas. Het zal van Jean-Luc Dehaene geleden zijn dat een politicus van enige betekenis nog eens zo klaar uit de hoek kwam.

Maar nu ben ik wel heel ver afgeweken van mijn ritje naar huis, waar we nog een flink eindje nagekeuveld hebben, mijn gade, de twee tieners en ik, bij een glaasje fris plat water, buiten, op het terras, in de zon, en ja, ja, Frank, 't is goed, ruim twee meter van elkaar. Ja Frank, met ons masker. 

Daarmee is dit stukje af, maar het nog eens nalezend, word ik als Saulus op zijn paard op weg naar Damascus getroffen door die inslaande zin: In dit land is niemand de baas. En ik denk: zo slecht is het hier ook weer niet. 

 


maandag 19 oktober 2020

19 oktober

Dus Herman Decroo staat naar de koers te kijken. Hij wordt door de voorbijrijdende VRT-camera in beeld gebracht, en verschijnt zo live op de televisie, onder meer bij zijn zoon Alexander. Die pakt zijn telefoon en belt zijn vader: Papa, waar is je masker? Papa was het in zijn haast en enthousiasme vergeten, hij zal zonder morren zijn boete betalen. Grappig akkefietje. Waarom is het eigenlijk grappig? Omdat vader Herman ex-minister is en ex-kamervoorzitter en ex-partijvoorzitter en minister van Staat, en zoon Alexander is ex-partijleider, ex-minister en ex-vice-premier, en op dit moment eerste minister. En dan naar de koers kijken en je vader live op de televisie zien, wat een toeval!

woensdag 14 oktober 2020

De taalhond kwispelt

Vandaag bijgeleerd: het woordje uitrijzuil. Dat was toen er plots een slagboom in de weg stond toen ik de parking van Aldi op wou rijden. Die ging wel braaf omhoog, maar middels een bordje werd ik toch aangemaand bij de kassa een ticket te vragen om weer buiten te kunnen. Scan Uw ticket aan de uitrijzuil bij het verlaten van de parking staat er op dat ticket. Dat heb ik dus gedaan. Ik was ingenomen met de hoofdletter in Uw, maar nog meer met uitrijzuil. Ik ken niet zoveel woorden met ui-ij-ui erin, zo keurig achter elkaar. En die ook nog mooi zeggen wat ze willen zeggen.

dinsdag 13 oktober 2020

12 oktober

'Kom, we gaan buiten zitten. De zon schijnt.' Ik haal de vouwstoelen uit de garage, we installeren ons op het terras. 'Kom, we gaan binnen zitten. Het regent.' Logisch, we zijn tenslotte oktober. Twintig twintig, om precies te zijn. Dus zetten we allemaal een masker op. Alle drie, om precies te zijn. Mijn gade en ik zitten naast elkaar op de lange sofa, in het verste hoekje. Onze gast zit in de tweezitter, aan de andere kant, in het andere verste hoekje. We keuvelen over koetjes en kalfjes. Kitesurfen. Airbnb. Het station Liège-Guillemins. Zonnepanelen. Hybride auto's. Studenten. Scholieren. Dan, als een zwart gat dat het ook is, zuigt het virus ons gesprek naar zich toe. Alles verdwijnt erin, weg. Hoe kom je daar weer uit? 'Ik stap maar eens op,' zegt onze gast. En dan loopt hij op weg naar buiten voorbij onze muziekinstallatie. Stereoketen, zegden we vroeger. Stereotoren, toe maar. 'De platendraaier draait,' zegt onze gast. Pick-up, zegden we vroeger. Dat hadden we niet gezien. Het valt niet uit te sluiten, dat onze platendraaier al weken, zo niet maanden staat te draaien. Onhoorbaar, onopvallend de soundtrack spelend bij dit onwerkelijke jaar - the sound of silence. Alleen onze gast heeft het gezien, met zijn meer dan geoefende oog. We lopen nog mee tot op straat, mijn gade en ik, we zwaaien hem uit. We missen hem al. Dan gaan we weer naar binnen, waar het veilig is, en stil.


woensdag 7 oktober 2020

6 oktober

Nee, die stapt net op z'n fiets. Net van 'r fiets af. Die is een ijsje aan 't likken. Neemt een slok van haar flesje. Die daar rookt een sigaret. Hier gaat er een net zitten aan een tafeltje. Die twee zijn vast nog geen twaalf.

Zo loop ik door de winkelstraat van mijn stad S, en monster uit mijn wantrouwige ooghoeken het maskergedrag van mijn medeburgers.

Ik zeg masker, niet mondkapje, omdat je geacht wordt niet alleen je mond, maar ook je neus te bedekken, wat menige medeburger per ongeluk, of omdat dat beter uitkomt, nalaat te doen.

Het is wachten tot ik weer eens gewoon op straat kan lopen, tussen allemaal ongemaskerde mensen, zelf gretig in- en uitademend, al eens ongeremd hoestend of niezend, zonder die ellendige jeuk aan m'n neus, en met een helder uitzicht, nu eindelijk mijn brillenglazen niet meer beslaan.


vrijdag 2 oktober 2020

2 oktober


Wat te denken van een land dat zijn president POTUS noemt? En zijn echtgenote FLOTUS? Hoe ernstig is dat? Is dat wel ernstig? Is het om te lachen, of om te huilen?

Ze hebben er ook een SCOTUS, met negen leden, van wie onlangs een overleden is en nu in zeven haasten vervangen wordt door de nog zittende POTUS.

POTUS gaat al mee van de jaren 1890, toen het woord door telegrafisten als code gebruikt werd. FLOTUS is veel jonger, en was in de jaren 1980 de secret service codenaam voor first lady Nancy Reagan.

Het is diep te betreuren dat Hillary Clinton niet verkozen is in 2016, al was het maar in het licht van de huidige POTUS, als licht het juiste woord is. Maar ook: zij zou de eerste vrouwelijke POTUS zijn geworden, en Bill Clinton de eerste FGOTUS.



maandag 28 september 2020

28 september

Zeventigduizend dollar brengt de president van de Verenigde Staten bij de belastingen in als onkosten om zijn presidentieel haar te laten fatsoeneren. Dat is veel geld, als je het resultaat bekijkt. 

In 2016 en 2017 betaalde hij telkens zevenhonderdvijftig dollar belastingen. Tien jaar lang betaalde hij helemaal niets. Dat is weinig, voor een man die zoveel golf speelt.

Naar eigen zeggen komt het, omdat zijn zaken zoveel verlies maken. Je hoort dat soort verhalen ook dichter bij huis. Wat meer in 't klein, ze halen de New York Times niet.

Het probleem met belastingen is, dat er geen draagvlak voor is. De mensen zijn er niet zo voor. Je moet maar eens een referendum opzetten: Moeten de belastingen worden afgeschaft? Antwoorden uitsluitend met JA of NEE. Dus niet: JA, maar niet voor de rijke stinkerds. Ook niet: NEE, alleen de mijne.

donderdag 24 september 2020

24 september

Sinds de invasie in hun hok van bloedluizen, die eigenlijk bloedmijten zijn, in het voorjaar, hebben mijn drie kippen besloten de nacht buiten door te brengen. Inmiddels heb ik de mijten met succes bestreden, onder meer door de inzet van roofmijten, die de bloedmijten opeten. Ja mooi is anders, maar rattenvergif of vliegenplakkers zijn dat ook. Ik bedoel niet mooi.

Nu het kippenhok weer mijtenvrij is, zou je verwachten dat de hoenders, zeker nu de nachten kouder worden, het gerief van hun overdekte stok weer gaan opzoeken. Droog bij regen, uit de wind, min of meer buiten bereik van loslopend ongedierte.

Vergeet het. Dus moet ik wachten tot ze zowat in slaap zijn, dan is het ook bijna donker, en ze behoedzaam naderen zodat ze niet te wakker worden - de grens tussen slapen en waken is bij kippen niet zo scherp - en dan moet ik een kip beetgrijpen, meestal de bruine, en in het hok zetten. Tegen die tijd zijn de andere twee, de zwarte en de witte, min of meer wakker en stuntelen wat verdwaasd rond.

(Sommige mensen geven hun kippen namen. Ik vind dat geen goed idee. Zeker als er geslacht moet worden, brengt het alleen maar onnodige kommer. Onze kippen heten, in de huidige constellatie, de witte, de bruine en de zwarte. Overigens was de zwarte in de zomer niet meer zwart, omdat ze zowat al haar pluimen was kwijt geraakt. Dat is nu gelukkig weer veel beter.)

Je zou zeggen: zo'n verdwaasde kip heb ik meteen bij de lurven, maar dat valt tegen. Het duurt allemaal wat, en in die tijd probeert de bruine kip, inmiddels klaar wakker, weer naar buiten te komen. Ik moet het plankje voor de deuropening zetten, maar dan kunnen de andere twee niet meer naar binnen. Het lukt me op den duur wel allemaal, ik mag alleen niet vergeten voor het slapen gaan het deurtje weer open te zetten, anders heeft mijn pluimvee morgenochtend niets te eten terwijl ik zelf nog in bed lig. Mensen slapen langer dan kippen, dat is bekend.

Waarom doé ik het allemaal? Voor de eitjes, tiens. Gisteren: drie eitjes. Vanochtend: weer drie eitjes. Dat is een doosje vol in twee dagen, zoveel eieren krijgen mijn gade en ik niet opgegeten. Kippen zijn nuttige dieren, dat wil ik zeggen. Tegendraads, klunzig, eigenzinnig, balorig, maar: nuttig. Dat laatste kan niet van alle dieren worden gezegd.


donderdag 17 september 2020

17 september

Waar is de tijd dat je eens een paar weken of maanden op vakantie trok naar pakweg Frankrijk (ik zeg pakweg maar het is altijd Frankrijk, of het zou Italië moeten zijn, waar je dan toch via Frankrijk naar toe trekt), zonder dat je, op de terugreis, een formulier moest invullen waarmee je aangaf waar je precies was geweest.

Dat is een online formulier, terwijl ik hier praat over de tijd dat er nog geen online formulieren waren. Geen wifi. Als je het thuisfront wou spreken, zocht je een telefooncel. Een hokje waar een telefoon in stond, die je met een muntstuk kon bedienen, als hij niet gevandaliseerd was.

Frankrijk was toen ook al ingedeeld in departementen, en verder in regio's, waar er meer van waren dan nu het geval is. Zo ging ik graag eens naar Languedoc-Roussillon, maar die regio zit nu verborgen in Occitanie. De departementen zijn gebleven, alleen hadden ze vroeger geen kleur. Misschien kon je wel zeggen dat Lozère een rood departement was, maar dat ging dan over zijn politieke voorkeur.

Zo kon het gebeuren dat de Franse president de hoofdstad Mende van Lozère met zijn bezoek vereerde, naar aanleiding van een etappeaankomst van de tour bovenop de Montée Jalabert. Die president heette François Hollande en was een socialist. Wie zijn vakantie in zo'n rood departement had doorgebracht, al dan niet uit sympathie, kon vrijelijk op ieder moment naar huis terug reizen, en moest vervolgens niet verplicht twee weken binnen blijven.

Als al het voorgaande wat sjagerijnig klinkt, dan komt dat omdat ik morgen Frankrijk weer moet verlaten, terwijl ik er vandaag nog een onvergetelijke dag heb doorgebracht. Wat een land toch. En laat ze maar wat chauvin zijn, de Fransen, wie zou het niét zijn die in zo'n land mocht leven? Er zijn er die smalletjes doen over de manier waarop een en ander hier met de Franse slag gebeurt, efficiënte noorderlingen bij wie alles veel beter geregeld is, waarom komen ze dan toch altijd weer massaal hier naar toe?

Soit. Morgen rijd ik huiswaarts, als alles goed gaat steek ik overmorgen de grens met het thuisland over. Als ze mij daar doen stoppen, laat ik mijn QR-code zien, en een samenvatting van mijn elektronisch formulier, met mijn naam, mijn adres, mijn vaste en mobiele telefoonnummers, mijn rijksregisternummer en identiteitskaartnummer, mijn e-mailadres, het kenteken van mijn auto, en waar ik de voorbije veertien dagen geweest ben: jawel, in Lozère, en ook in Ardèche, tegenwoordig oranje departementen, zoals bijna alle andere, met uitzondering van een handvol rode en het departement Creuse, dat helemaal alleen nog groen is.

Thuis hou ik een paar weken een low profile aan, dat doe ik anders overigens ook. Het is de tijd die ik nodig heb om mijn abrupte dépaysage te boven te komen.