dinsdag 23 november 2021

23 november

Waar waren we ook weer gebleven? zei Geert Mak, en hij nam even de tijd om te televisiekijkers weer bij de les te krijgen. Zelf was ik gebleven in Middelkerke, waar ik een weekje rust nam, maar toch ook de tijd vond om mij verder te bekwamen in het zeggen van lange woorden. Het was een tijdje geleden, ik moest het zelf nakijken, maar zie: september 25. Ik moet die dag aardig op dreef geweest zijn, zo blijkt, met woorden als eierleggend en zoogbuideldier, in één adem en tegelijk, en natuurlijk de marsupilami. Daar waren we gebleven.

Vandaag is 23 november. Ik rij pal zuid om half één op de middag fietsend naar de stad S, en ik moet mijn ogen door het lage licht van de zon beschermen. Er zijn snedigere manieren om te zeggen dat het winter is, ik weet het. Sinterklaas waart door de straten, bijvoorbeeld. Union Saint-Gilloise is herfstkampioen, maar we wijken af. Lange woorden, daar leg ik me nog steeds op toe. Overigens zijn korte woorden lang niet altijd zo onschuldig. Fiets, flits, stift, rits, drift, duif, fuif, juf, druif. Ook in die wil ik me verder bekwamen. Ik neem me voor na niet te lange tijd weer naar Middelkerke te gaan, voor een stand van zaken. Waar we dan weer gebleven zijn.


zaterdag 25 september 2021

25 september

Marsupilami is weer zo'n woord dat je niet zonder straf zonder oefening zo maar uitspreekt. Het betreft Marsupilamus Fantasii of Marsupilami franquini, een eierleggend zoogbuideldier uit Zuid-Amerika. Toch heb ik zelf kunnen vaststellen, dat de Marsupilami makkelijker, of in elk geval minder moeilijk uit te spreken is dan Annemieke en Rozemieke. Het is niet zomaar dat de meeste mensen het liever hebben over de Miekes. Dat bekt simpeler, zoals ook Jommeke, Nero of Jerom. Waarom iemand Jean-Marie noemen, als Jan net zo goed werkt?


donderdag 23 september 2021

23 september

Het komt me meer voor, dat ik me verspreek. Ik bedoel: meer dan vroeger. Het zal wel de leeftijd zijn. Je denkt dat je iets zegt, maar je zegt iets anders. Je denkt dat je gehakt zei, maar iedereen hoorde toch maar gekakt. Vervelend. De mensen zullen wel eens lachen, maar je moet het toch maar niet te vaak herhalen. In het beste geval krijg je een ongemakkelijk lachje, in het slechtste maakt iemand zich echt kwaad. 'Wie zei hier een zweverwijf?' Everzwijn. Ik zei everzwijn. Ik moet meer opletten. Excuses helpen niet. 'Ik hoorde duidelijk gekakt,' zullen de mensen zeggen, en ze hebben nog gelijk ook.



maandag 30 augustus 2021

30 augustus

Zo kon het gebeuren dat ik, zonder enkele reden, plots moest denken aan Witte Veder. Misschien had ik eerder al aan Winnetou gedacht, of aan Arendsoog. Maar dat ik nu aan Witte Veder dacht, kwam door dat ik een woord zocht voor 'heel erg zwaar', en het schoot me niet te binnen. Wie kan nu op een woord als 'loodzwaar' komen? Het gelukte me uiteindelijk toch, maar intussen kon ik alleen nog denken: wat zou het woord dan zijn voor 'heel erg licht'? Wat kan een licht net zo licht zijn als lood, maar niet zwaar? Toen schoot Witte Veder me plots te binnen. Hij stond daar als een donsje, een pluimpje, een veertje werkelijk vederlicht. Sommige mensen vinden woorden sneller dan anderen, het is waar.


donderdag 12 augustus 2021

12 augustus

Wie komt op het idee, om een woord als peperkoek te gebruiken, als iemand anders al peterselie bedacht heeft? Wie is überhaupt zo ziek om peper en koek in één woord te noemen? Gelukkig zijn er nog zo'n paar dozijn no-nosensewoorden die wel nog gewoon iets zeggen. No-nosensewoorden zelf horen er niet bij, voor de duidelijkheid. Wel woorden als daar, het, nog, heb, weet, zo, dat, wil, doet. Recht voor z'n raap woorden. Daar wil ik het nog voor doen. Waar de cijfers betreft, daar wil ik geen woord meer over zeggen. Wie zo nodig met mij wil wisselen van gedachten over cijfers, zal eerst moeten wachten tot ik alle kiezels of knikkers bij elkaar gevonden heb, en die wil ik dan één voor één persoonlijk overhandigen. Wat het totaal is, wil ik niet weten.


donderdag 29 juli 2021

29 juli

Neem nu een woord als waternoodsramp. Ik bedoel maar. Men stapelt de letters maar op. Ze denken: zo is mijn stukje sneller klaar, kan ik iets anders gaan doen. Een woord als kemel. Klaar, snel, precies wat nodig is voor een kemel. Kameel, kan ook nog. Maar zeg nu zelf: dromedaris.

Probeer maar, in één ruk, met de twee r's en twee d's en de m en de s, en ook nog een o en een i en een a. En een e. Zonder één keer te struikelen, alles keurig op de juiste plaats. Zo'n kemel heeft twee bulten ook nog. Laten we daar een voorbeeld aan nemen.


donderdag 22 juli 2021

21 juli

Ik ben gestopt met a naar b te gaan met alle middelen, behalve lopend en de bus. Dat is al moeilijk genoeg en meer koolstof ook dan ik kan hebben. Dat was dan dat ander verhaal. Behoorlijk ingewikkeld, en dan spreek ik nog niet over de krant. Stoppen ook dat eindeloos uitleggen, dacht ik, ook de radio en de televisie en de media, maar gelukkig vond ik toch één zinnige gedachte van een zekere Ben Segers in de Kamer van de Volksvertegenwoordigers. Wat al weer een woord, Volksvertegenwoordigers, maar dat heb ik al gezegd. Het ging over de hongerstakers, ik citeer letterlijk: 'Oef zeg. Oef oef oef.' Het kan dus toch, simpel en klaar zeggen waar het overgaat. Ik moet die Ben Segers in de gaten houden.



zondag 18 juli 2021

18 juli

Je hebt het niet altijd door, dat woorden heel erg moeilijk kunnen zijn, zodat het best lang kan duren voor je iets gezegd hebt. Niet eens erg lange of moeilijke woorden. Neem nu 'oorspronkelijk' of 'goochelaars'. Begin er maar aan. Ook altijd lopend of in de bus, dat duurt ook al zo lang, maar dat is een ander verhaal. Niet te veel, niet te snel. We zien wel waar we geraken.


woensdag 14 juli 2021

13 juli

Zo kan het ook. Het duurt wat langer, maar we komen er wel. De stukjes zijn wat korter, en voorlopig kan ik niet zeggen waarover ze gaan. We zien wel.


woensdag 30 juni 2021

30 juni

Rij ik op de E34 ter hoogte van Stekene, zie ik een bord staan: 'Hou je hoofd erbij'. Het bord leidt me af en ik mis de afslag van Kemzeke. Dat wordt doorrijden tot afslag Kieldrecht, en naast de autoweg weer terug op zo'n boerentractorwegje. Nu had ik wel mijn favoriete playlist op de autoradio, ik zong sinds Brugge de hele weg al vrolijk mee.

Dat moet ik niet doen. Laatst op een lockdownwandeling had ik oortjes in en dezelfde playlist. Ook toen zong ik luidkeels mee, er was geen volk in de buurt. Ter hoogte van huisnummer 70 in de Vrouweneekhoekstraat, waar ik rechtsaf moest, miste ik de kerkwegel die zowat bij mijn voordeur uitkomt, en liep nog zover door tot ik de weg en de draad totaal kwijt was.

Op gewone wandelingen komt het niet bij me op te lopen zingen. De mensen verklaren je gek. Maar dit was een lockdownwandeling, of zei ik dat al?

Ik moet besluiten dat niet het bord 'Hou je hoofd erbij' mij had afgeleid, maar mijn onvermogen om te zingen en tegelijk te zien waar ik ben. Nu versta ik ook waarom mijn ouders vroeger 'Niet zingen aan tafel!' riepen toen er gegeten moest worden.

zaterdag 26 juni 2021

25 juni

'Daar gaan we weer,' zegt mijn correspondent. Ik had geïnformeerd of zij al een prik gekregen had. 'Corona! Onmogelijk om niét over corona te spreken.' Ik gaf haar gelijk. 'Tenzij je over het voetballen wilt beginnen,' probeerde ik, 'zo dat al een verbetering is.' Dat vond zij wel. Dus koutten we een beetje over het voetballen. Het deed me goed. Ik geef geen bal meer om voetbal, maar je kunt wel alles zeggen, zoals, bijvoorbeeld, 'eigenlijk hoop ik dat Italië wint.' Zij hebben de mooiste namen. Gianluigi Donnarumma. Alessandro Florenzi. Federico Bernardeschi. En wat te zeggen van Ciro Immobile, een aanvaller nota bene? Denk nu niet dat ik al die namen ook zei. Ik heb ze achteraf van Wikipedia gehaald, in mijn research voor dit stukje. In werkelijkheid heb ik dat van die namen nooit gezegd. Het viel me pas in toen ik al aan 't schrijven was. Het privilege van de stukjesschrijver: de werkelijkheid een eindje oprekken, ter opsmukking van de banaliteit. Natuurlijk hoop ik dat de Belgen winnen, maar laat toch de Italianen maar. Lukaku speelt in Italië, en Ronaldo. Ik bedoel maar. En Dries Mertens. En ja, dit stukje gaat al van regel vier over voetballen. Geen woord meer over corona. Dat noem ik winst.


donderdag 24 juni 2021

24 juni

Ik blijf vlaggen raar vinden. Wat gaat er uit van een lap stof die wappert aan een stok of slap neerhangt van een vensterbank? Het is de symboliek, zoveel versta ik wel. Sterren en strepen, leeuwen, hanen, adelaars. Hamers, sikkels, regenbogen. De kleuren van het land, de stad, de club. Dezer dagen buiten lopend ontwaar ik tricolore vlaggen waar Jupiler op staat, Maes of Coca-Cola. Een gemengde boodschap. Wie wonen achter deze gevels? Trotse patriotten, vurige supporters, die ook van een pintje houden of een glaasje fris. Slimme opportunisten die een gratis vlag scoren en de reclame er dan maar bij nemen. We doen het allemaal, we nemen de reclame erbij. Het gaat over voetbal natuurlijk. Zondag tegen Portugal. Iedereen weet onderhand wat Ronaldo van Coca-Cola denkt. Wat zou Lukaku denken van Jupiler? De Bruyne van Maes? Zelf lust ik wel een 0,0. Maar vlaggen blijf ik raar vinden.


zaterdag 5 juni 2021

4 juni

Ik ben in box 55. Eerder was ik in de 'interne wachtzaal', dat duurde wel even. Dat noemen ze dan 'spoed', schamperde een medewachtende. Maar nu komt er actie. Een paar prikjes ter verdoving, dan aan de slag met naald en draad. Iets stoms met een laag groeiende boomtak. Anderen zijn met hun fiets gevallen, een heeft in haar hand geboord, nog een zijn vingers geplet. Stom is het altijd. Ik maak wat small talk met de naaiende arts. Of het altijd zo druk is hier? In volle lockdown was het stil, zegt ze, maar nu komen de mensen weer buiten. En de cafés zijn weer open. Of ik een grote tuin heb? Of mijn grasmaaier zelfrijdend is? Je moet goed diep bukken, leg ik uit, als je onder de appelboom passeert. Vooral lang genoeg. Richt je je te snel op, tja, dan kom je hier terecht. Stom. Zo kouten we de tijd door in box 55. Na afloop nog wat bloed uit de haren gewassen, ik kan weer naar huis. De gloednieuwe grasmaaier staat nog bij de boom, het was zijn maiden trip. Vanaf nu kan het alleen beter gaan.

woensdag 26 mei 2021

25 mei

In een stukje in de krant kwam ik onlangs een prachtig woord tegen. Ik dacht: dat woord moet ik onthouden, waarop ik het prompt vergat. Vandaag schoot me weer te binnen, dat ik zo'n mooi woord gezien had in een stukje. Alleen kon ik me niet meer herinneren welk stukje dat was, en in welke krant. En welk woord. Toen, als bij toverslag, wist ik het weer. Verdwaalpaal. Een vis of een huis of een banaan, een bal, een boot of een trein, in felle kleuren, bovenop een paal op het strand, ter oriëntering voor verloren gelopen kindjes. Wat klinkt het woord mooi, wat roept het een wereld op van gevaar en geruststelling, van nood en redding. Verliezen en terugvinden. Zoals ook: vergeten en weer herinneren. Welk stukje dat toch weer was, en van wie, en in welke krant.


dinsdag 18 mei 2021

18 mei

Een foto van Johan Verminnen in een lange, beige gabardine jas. Zijn rechterarm hangt naar beneden. De vingers zijn naar binnen gebogen, alleen de wijsvinger steekt wat uit. De vingertop en de nagel zien gelig. Zou het kunnen? Johan is negenenzestig. En dan nog altijd roken?

Hij poseert voor het rubriekje hit & run in De Standaard Weekblad. Men legt hem het bekende vragenlijstje voor.  

Noem één ding dat de kwaliteit van uw leven zou verbeteren? Antwoord: Stoppen met roken. Ja dus. Doén, Johan. Op 22 mei, als je zeventig wordt.  

Wie mag aanschuiven op uw droomdiner? - Paul McCartney, Jacques Brel, Claude Maurane. Logisch voor een muzikant. Maar dan: Rik Van Looy. Natuurlijk!

Als wie zou u graag op een verkleedfeestje opduiken? Ik denk: liefst niet. En hij: Ik hou niet van verkleedfeestjes, ik vind mezelf zijn al moeilijk genoeg.

Waar zou u nu het liefst zijn? Niet moeilijk: hier op dit terrasje, met mijn krant in de zon. Of ook: Met een mooi boek in de schaduw van een boom.

Als u terug in de tijd kon reizen, waarheen zou u gaan? Ik denk maar heel even na, en besluit: de late sixties, vroege seventies, toen ik alles kon. Naar de prachtige sixties, zegt Verminnen, waarin alles mogelijk bleek. Hij zegt bleek, niet leek.

Generaties bestaan. Maar lang niet alle antwoorden sporen met de mijne.

Wat was vandaag uw eerste gedachte? - Ondanks de zomertijd had ik zin om aan een prachtige dag te beginnen. Mooi van Johan. Zelf dacht ik vanochtend: Flut, weer zo'n natte grijze koude meidag. Ik draai me nog maar eens om.

Ik ben natuurlijk wel een paar jaartjes ouder.


vrijdag 14 mei 2021

14 mei

Oké, oké. Ik heb mijn eerste terrasje gedaan. Mijn gade was bij de tandarts, ik moest even op haar wachten. Waar elders zou ik dat gedaan hebben, dan in Koek en ei?

Ik koos een stoel die droog was, het had geregend. Bestelde een koffie. Helaas biedt het etablissement geen krant meer aan.

Dan maar Hét goedkoopste weekblad van Vlaanderen! dat ik net bij Carrefour had aangeschaft. Wij kopen dat boekje elke week, voor de televisieprogramma's. Verder lees ik de strip van Hägar, mijn gade doet de sudoku's en nog een paar puzzels.

Vandaag, par force majeure, was er geen andere keus dan het hele boekje door te nemen. Zoek de tien verschillen (score: acht). Een omslagverhaal over Vlaanderen vakantieland, en een over het Eurovisie Songfestival en de kansen daarin van Hooverphonic, met wier beeltenis mijn stad S overvloedig bevlagd is.

Gelukkig zat aan de tafel achter mij een stel met twee vrolijke dochtertjes. Eentje komt naar me toe met een twijgje in haar hand. Of ik een marshmallow ben? Ze wil die warmen in het vuur. Mij in het vuur? Dat zal niet gaan.

Ik wil wel spelen dat ik er een op haar twijgje spies, tsjak, en dan ook een op het twijgje van haar zus, tsjak, en dan nog een keer of vier, tot mama haar dochters tot de orde roept van laat nu de mensen met rust. Ze moet mij bedoelen, er is geen ander volk.

Mijn gade belt, ze is klaar bij de tandarts, we komen elkaar tegen op de markt. We lopen naar de auto, rijden naar huis. Eerstdaags gaan we samen een terrasje op, mijn gade en wij.

zaterdag 8 mei 2021

7 mei

Eindelijk is het zover! juicht Hanne Decoutere. We kijken elkaar aan op de sofa. Sinterklaas? vraagt mijn gade. Toch niet. Ook niet de zevende staatshervorming of de sluiting van de R42. De ring vormt geen volledige ring rond de stad, zegt Wikipedia. En een beetje verder: De ring loopt eigenlijk ook niet rond Sint-Niklaas, maar doorsnijdt het centrum parallel met spoorlijn 59. Maar ik wijk af. Het gaat over de terrassen, die na vele maanden van onuitspreekbaar gemis morgen eindelijk weer opengaan. Ook gisteren zat het journaal vol plaatjes en soundbites van zwaar beproefde cafébazen in de weer met tafeltjes en rolmeters en plexiglas schermen. Wat kijken we er met z'n allen naar uit, en wat doen we ze graag, onze terrasjes. De plexiglas schermen, legt Hanne uit, dreigen intussen een casus belli te worden tussen onze federale regering, die geen schermen wil toestaan, en de cafébazen, gesteund door allerlei mindere gezagsdragers, die dingen zeggen als ik zal dat niet handhaven of ik roep op om daar pragmatisch mee om te gaan, wat wil zeggen: om daar feestelijk uw voeten aan te vegen. Zo ken ik mijn vaderland weer. Morgen drinken mijn gade en ik iets hartigs in onze tuin. Als het niet regent of te hard waait of te koud is, want zo ken ik mijn vaderland ook.


maandag 26 april 2021

De taalhont speld

Dominiek Sandra wil de spelling veranderen. Wie niet? Hij is wel hoogleraar psycholinguïstiek aan de U van A. We kunnen beter trachten hem au sérieux te nemen. Met deze nieuwe regels maak je nooit meer dt-fouten, zo staat er boven het stukje in de krant. 

Ik wist niet dat dt-fouten bestonden. Ofwel hoort er een -t, en schrijf je hem niet, dat is een fout, als in hij word. Of je schrijft een -t waar hij niet hoort: ook fout, als in 't is gebeurt. Maar in de regel doe je dat niet, omdat je weet: hij komt, dus hij wordt. Gebeurde, dus gebeurd

Ja, zegt Dominiek Sandra, maar daar moet je telkens bij nadenken. Je werkgeheugen wordt belast. En gebeurt komt meer voor dan gebeurd, dus schrijven we haast vanzelf 't is gebeurt. Oké, gewoon doén dus. En ik/jij/hij/zij word. En ook maar zij brande en ik hate. Makkelijk, geen fouten meer. 

Het ziet er wel raar uit, maar de vreemde woordbeelden wennen snel. Dat argument ken ik nog van pannenkoeken en ruggengraat. Ik krijg nog altijd kippevel als ik dat zie of moet schrijven. Kippenvel! 

Je mag er niet aan denken dat Dominiek Sandra zijn aandacht ook nog eens richt op de ei en de ij. Vleien of vlijen? Nijgen of neigen? Arm werkgeheugen. Schrijf maar gauw overal ij, als in de rijs naar het ijnd van de wereld, of overal ei, als in wie schreift, die bleift.  

Gauw? Misschien ook maar gouw, als in louw en blouw. Het kan nog veel beter. Ht s mmrs bknd, dt r gn klnkrs ndg zn m t knnn lzn wt r gschrvn stt. Vooruit, doen! D vrmd wrdbldn wnnn snl.

woensdag 21 april 2021

21 april

Vanmiddag luisterend naar Nieuwe feiten op Radio 1 ben ik van mijn stoel gevallen. Het gebeurde iets voor één uur, toen Lieven Vandenhaute met een marketingdeskundige van UGent een boom opzette over product placement. Of het waar was dat je in een film van pakweg de jaren zestig wat reclame kunt plakken voor spullen van nu. Ik moest meteen denken aan de laatste James Bondfilm die ik gezien heb, tijden geleden al. Daar lieten ze een blauwogige stand-in, die van geen mijlen op Sean Connery leek, in een BMW rondrijden. Dat hebt u goed gelezen: Bond in een BMW! Ik was toen ook van mijn stoel gevallen, als er niet zoveel mensen rond me zaten. Het leek me iets gênants om te doen. Maar vanmiddag thuis dus wel, toen daar op de radio doodleuk werd verteld dat ze James Bond in een latere film, ik geloof Skyfall, Heineken lieten drinken. Uit het flesje. Dat hebt u goed gelezen: Heineken! Naar het schijnt hadden die van Heineken daar zestig miljoen euro voor over. Dat heb ik niet van Radio 1, maar van het Algemeen Dagblad, die zullen het wel weten. Maar laat maar. Wat mij betreft laten ze Bond spelen door Gert Verhulst, hij mag boterhammen eten met Samsonworst, Chocomel slurpen door een rietje. Erger dan Heineken wordt het nooit.


maandag 19 april 2021

19 april

Bij mij thuis hebben we vier kleurrijke soepkommetjes. Ze zijn blauw, geel, roze en oranje, er staan leuke tekeningen op. Op de onderkant staat: Renault. Dezelfde Renault bij wie wij vroeger onze auto's kochten. De R4, de Clio, de Kangoo.

Als trouwe klant mochten we elk jaar op de open dag bij de dealer een cadeautje halen. Een koffertje met kleurstiften, een horloge, een set koffiekoppen, een pluche knuffelhond. Die laatste ligt nog altijd op de sofa. Hij heet Renault.

Maar dan de soepkommetjes. Een is voor papa, een voor mama, een voor het zoontje, een voor het dochtertje. Die staan er telkens op afgebeeld. Het zoontje is aan het voetballen, het meisje springt touwtje, of is het touwtjespringt. Mama loopt rond met een winkelkarretje. En papa? Papa zit in zijn luie stoel, de voeten in pantoffels op een pof, zijn krantje te lezen.

Hoeveel fouter kan een soepkommetje zijn? Moet ik me niet schamen dat ik, zelf papa zijnde, zo'n kommetje heb, er ook nog geregeld soep uit eet, en zo de ten hemel schreeuwende seksistische paternalistische patriarchale vrouwvijandige boodschap help uit te dragen, in het bijzijn van mijn gade, die de tafel met mij deelt?

Ik moet zeggen: zij maalt er niet om. Mijn gade doet niet aan onderdrukte achtergestelde gediscrimineerde minderheden. De soep in het kommetje heeft zij ook gemaakt. Er is geen betere soep. Zelf loop ik vaak in diverse supermarkten met mijn boodschappenlijstje en mijn winkelkarretje rond. Ook in dit gezin zijn de oude rolpatronen in beweging.


woensdag 14 april 2021

14 april

Ik had hem voelen komen met de punt van mijn tong. Rechts achter boven in mijn mond, op een plek waar vroeger niets was. Beetje pijn ook. Zou het kunnen? 

Naar de tandarts maar. Die bevestigt wat ik dacht. Kies nummer achttien komt eraan. Ik krijg een afspraak met de stomatoloog. De stomato, zegt mijn tandarts, die al lang in het vak zit. Nr. 18 moet eruit.

Tandjes maken op je tweeënzeventigste? Tja, het verstand komt niet voor de jaren. De wijsheid ook niet.

Hebt u een voorkeur voor een arts?, vraagt de mevrouw van het ziekenhuis. Geen idee. Ik ken niet zoveel stomatologen. Geef mij maar de beste, zeg ik. Daar moet de mevrouw om lachen.

Ik hoop wel dat ze het doet.


zondag 11 april 2021

10 april

In Belfast en Derry hebben ze peace walls, lees ik in mijn krant. Het zijn muren of hoge hekken die de loyalisten en republikeinen bij elkaar weg moeten houden, of er gebeuren ongelukken. Dat soort peace kennen we nog van de Peacekeeper, van 1985 tot 2005 een intercontinentale ballistische raket van het Amerikaanse leger, uitgerust met tien afzonderlijk richtbare kernkoppen van driehonderd kiloton. Dat soort vrede.

De laatste tijd zit het er weer bovenop in Noord-Ierland. De relmakers zijn opvallend jong, vaak nog kinderen. Ook daar is een woord voor: recreational rioting, in mijn krant vertaald als 'amok maken voor de lol.' Met brandbommen en zo. Dat soort lol. Vroeger hadden ze de Troubles, van eind jaren zestig tot het Goede-Vrijdagakkoord van 10 april 1998. Zo'n drieduizend vijfhonderd mensen lieten er het leven in. Dat soort troubles. Het maakt niet uit hoe erg het wordt, we vinden er altijd wel een aaibare naam voor.


dinsdag 6 april 2021

6 april

 

- Het mag als eens zot zijn.

- Ja, maar hoe zot kan het worden?

- Ook niet té zot, natuurlijk.

- Té is nooit goed.

- Nee.

- Té goed is ook niet goed.

- Zoals in de song.

- Welke song?

- Me and Bobby McGee.

- ??

- Feeling good is good enough for me.


maandag 5 april 2021

5 april

Op Paasdag op wandel niet ver van mijn huis kom ik een oude vriend tegen. Niet dat de vriend oud is. Toch niet ouder dan ik. Toch niet meer dan een maand of vijf. Wel kennen we elkaar inmiddels langer dan zestig jaar - zulke vrienden mag je met recht oude vrienden noemen.

We bevinden ons op de Mechelen - Terneuzenwegel. Zelf kom ik uit de richting van Mechelen, mijn vriend en zijn gade komen uit Terneuzen. Het is mijn zoon, die met zijn gade met me mee stapt, die de vriend het eerst heeft gespot.

We houden halt en wisselen groeten uit. Informeren naar elkaars wandeling, vergelijken hoe vaak we onze kinderen zagen het voorbije jaar. Niet vaak. We maken een grap over de Ronde van Vlaanderen, we nemen weer afscheid en vervolgen onze weg, niet voor we afgesproken hebben voor een borrel in de tuin op een van de eerst volgende zonnige lentedagen.

Moraal: Waar men ga langs Vlaamse wegen*, komt men altijd iemand tegen.

Dubbele moraal: Blijf binnen in tijden van pandemie, kom vooral veel buiten.

(* Oude hoeve, huis of tronk. Uit hetzelfde lied: Moge 't nimmer hier verand'ren.)



donderdag 1 april 2021

1 april

Wanneer heb ik de laatste keer nog eens een snoepje gekregen van een mevrouw? Misschien wel in een restaurant, voor het naar huis gaan, om de alcohollucht te maskeren, maar dat telt niet mee. Zo'n snoepje wordt je ook niet aangeboden, het ligt daar op tafel, op een bordje, of in een schaaltje bij de balie. Je moet het nog zelf oppakken, niemand zegt wat.

Vandaag zei de mevrouw: en u krijgt ook nog een snoepje, dat kunt u na afloop opeten, terwijl u een kwartiertje uitrust. En ze stak het me zelf toe. Ik wast best een beetje ontroerd. De plek waar ik me bevond was redelijk klinisch, er waren overal plastic schermen en witte kunststofwanden. Ook droeg iedereen mondmaskers en wegwerphandschoenen. Niet meteen waar je verwacht dat iemand je een snoepje geeft.

Des te erger is het, dat ik na afloop, terwijl ik een kwartiertje zat uit te rusten, het snoepje totaal vergeten was. Pas later weer thuis vond ik het in mijn jaszak. Ik zal dus toch wel even onder de indruk geweest zijn van de onverwachte uitnodiging, mijn haastige rit naar 't Bau-huis, de dokter in lijn 3 en zijn injectiespuit, het shot in mijn linker bovenarm, waar, na al die maanden van lijdzaam ondergaan, de weerstand eindelijk in actie kwam.

Het was niet toevallig een crunchy biscuit van Guylian, in de vorm van een zeepaardje.



zaterdag 20 maart 2021

19 maart

Gisteren zag ik het woord sneuste. Het duurde even voor ik door had, dat het de overtreffende trap betrof van sneu. Het stond in de kop boven een opiniestuk in de Volkskrant: Het sneuste wat je kan doen, is de revolutie uitroepen en er komt niemand. Ik vond het een prachtige kop, en ik wou dat stuk wat graag eens lezen, van een mevrouw Sheila Sitalsing, maar het zat achter de betaalmuur. Niet dus. Zo ben ik dan ook weer. Noem me maar gierig of krenterig, maar ik betaal al voor een andere krant. Waar zou het over gaan? Vast over de verkiezingen in Nederland. Die zijn een beetje zoals het WK voetballen: op het einde wint Rutte. De revolutie is nog niet voor morgen. Hoe sneu dat is, weet ik niet. Ik sta niet om een revolutie te springen. Maar geen revolutie kan sneuer zijn dan wel een, soms.



vrijdag 12 maart 2021

12 maart

Ik ben de hele dag in debat met de radio. Voortdurend bezig om mensen die auto zeggen te leren om oto te zeggen. Geen beginnen aan. Er zijn nog maar twee mensen die oto zeggen: prinses Beatrix en ik.

Adriaan Van Dis in De Standaard der Letteren van 20 februari. Het gaat over ergernis.

Ergernis is hét middel tegen alzheimer. Honderd keer effectiever dan sudoku's. Ik dwing mezelf om akelige rechtse columnisten te lezen. Want ik wil de geest blijven scherpen. Ga dus vooral nooit rentenieren in Spanje, met elke dag om drie uur 's middags een fles rosé en De Telegraaf. Dan ben je binnen drie jaar dement. Blijf hier, erger je wild en je wordt gezond stokoud.

Beetje lang, als citaat. Zo kan iedereen natuurlijk wel een stukje schrijven. Maar ik kon het toch niet laten. Een mens wordt nu eenmaal graag bevestigd in wat hij doet en niet doet. In dit geval: ik durf me wel eens te ergeren. Aan de buitensporige empathie in radioprogramma's als De wereld van Sofie. (Echt? Boeiend! Fascinerend! Nee toch?) Aan de uitspraak van wij zijn blij als wè zèn blè. Aan de auto van Ludo in Vossenstreken. Aan dat woordje iconisch. Je zit weer te chicaneren, merkt mijn gade op, en ze heeft gelijk, maar nu weet ik waarom ik het doe.


zaterdag 6 maart 2021

5 maart

Vriendschapsfraude. Dat woord kwam ik de voorbije dagen tegen al lezend in mijn krant. Het shockeert mij, maar natuurlijk is het niet het woord. Dat noemt maar wat erachter steekt. Het internet is nooit veraf, die wonderbaarlijke ontmoetingsplek. Je kunt er een gebruikte stofzuiger verkopen, een huisje huren voor het weekend, maar ook een lief zoeken en de wereld kond doen van je whereabouts, van je dagelijkse laten en doen - met de nodige retouches, dat spreekt vanzelf. Snuifje sexting, waarom niet, voor de meer avontuurlijke webrijder. Al goed, maar voor je 't weet sta je voor lul, excusez le mot. Zich als stoeipoes presenterende grijzende en grijnzende venten draaien je een poot uit, waarmee ik eigenlijk bedoel: trekken je een kloot af (m/v), maar het is nu wel goed geweest qua schuttingtaal. Er is maar één goede raad: blijf daar weg. Als je een lief zoekt, trek de straat op. Je komt wel iemand tegen die de moeite waard is, toch ten minste van het proberen. Het is een kwestie van wat geduld. Wil je echt laten weten hoe smart en hoe cool je bent, bel de vriendinnen op en vertel het ze. Je mag aannemen dat ze het gesprek niet opnemen en later zelf op het internet zetten. Paranoia hoeft ook weer niet. Hanteer verder de regel Als het te mooi is om waar te zijn, is het dat ook. Die heb ik niet zelf bedacht, maar gevonden op de website temooiomwaartezijn.be. Niet van de Bond zonder Naam, maar van de Federale Overheidsdienst Economie. Een minder verdachte bron kan ik niet bedenken.

woensdag 3 maart 2021

2 maart

In mijn tuin staat een hazelaar (Corylus Avellana). Hij staat daar al lang, en viel aanvankelijk niet erg op. Dat veranderde, toen de struik elk jaar een flink stuk hoger de lucht in klom. Hij staat pal tegen de omheining van de buurman, een forse constructie die we hier thuis het ijzeren gordijn noemen. De andere buurman heeft een wal van ijzerdraad en lavastenen opgetrokken, de Berlijnse muur, maar dat is geheel terzijde. Ik zou over de hazelaar vertellen.

Die groeit niet alleen fors omhoog, maar spreidt zijn takken alle kanten uit, ook die van het ijzeren gordijn. Zonder zich om enige grens te bekreunen, dringen de twijgen en allengs ook stevige takken het luchtruim van de buurman binnen. Dat mag niet, volgens de geldende regels van goed nabuurschap. Ik moet iets doen.

De struik neerleggen is geen optie. We hebben hem ooit cadeau gekregen van een iemand die ons zeer dierbaar is, ook nu nog, nu hij er niet meer is. Verder wemelen vele vogeltjes graag op of om de takken, ook zij zijn ons dierbaar. En dan de eekhoorns. Zij steken geregeld onze tuin over, niet zelden het ijzeren gordijn als een soort snelweg gebruikend, om zich aan de hazelnootjes te goed te doen. Dat is spannend, het is uitkijken voor de witte kat van de buurman. 

Tussen mijn liefde voor de struik en de gram van de buur koos ik voor het compromis. Met snoeimes en boogzaag heb ik alles wat de grens van mijn tuin te buiten ging weggesnoeid. Wat rest is een flink uitgedunde, maar ook weer elegant ogende struik, waarin de eerste knoppen zwellen ten teken van het aankomende nootjesseizoen.

Buurman gerustgesteld, vogeltjes onverstoord kwetterend, eekhoorns zich niet van een afgewende ramp bewust. Geliefde dierbare, zo hoop ik, kijkt van ergens of nergens goedkeurend toe.

zondag 28 februari 2021

28 februari

Op mijn lockdownwandelingen in de buurt kom ik af en toe een bevlagd huis tegen. Er wappert een Vlaamse leeuw aan een mast in de tuin. In goud een leeuw van sabel getongd en geklauwd van keel. Om onduidelijke redenen is het keel veelal verdwenen. Of een zwart-geel-rode lap stof hangt uit het raam naar buiten. Terwijl er geen Europacup aan de gang is, en tijdelijk ook geen regeringsvorming. De bewoner van het huis maakt zich gewoon kenbaar als Belgisch of Vlaams gezind. Wat dat inhoudt is me een raadsel. Landen en gewesten bestaan niet echt. Het zijn abstracties, ze zijn niet zichtbaar uit de ruimte. Zelf ben ik al eens goed of slecht gezind. Ik zou voor mijn huis een zwarte of witte vlag kunnen hijsen naar mijn humeur van het moment. Een weinig werkbaar idee, want ik heb wel eens te lijden van mood swings de laatste maanden. Ik zou nogal in de weer zijn met die vlaggen. Humeur is wel zichtbaar. Zo niet uit de ruimte, dan toch op een niet al te grote afstand. Reken maar dat je 't kunt zien als ik de pest in heb. Geen zwarte vlag van doen. Nu het erover gaat, ik kwam op mijn vroegere lockdownwandelingen veel wit bevlagde huizen tegen. De mensen die er woonden waren niet per se goed gezind, ze voelden wel mee met de zorgwerkers in rust- en ziekenhuizen. Dat wilden ze laten zien. Die witte vlaggen zijn intussen haast allemaal weg. Wat dat wil zeggen weet ik niet. Het deert me niet. Ik heb het toch al niet op vlaggen begrepen.


woensdag 24 februari 2021

24 februari

Dit lijkt hier meer en meer op een politiestaat, zegt de vrouw op de radio. Ze bedoelt kennelijk dat ze niet altijd mag gaan en staan waar ze wil, zonder daar door de politie te worden op aangesproken, er mogelijk voor te worden beboet. Dan zijn we niet in Rangoon of Pyongyang, maar op de Vogelmarkt in Antwerpen, waar de grondwettelijke vrijheden te grabbel worden gegooid. Zoals de vrijheid om lege colablikjes op straat te gooien, of toevallige passanten in hun gezicht te hoesten. En nu ik toch bezig ben: waarom zie ik de laatste tijd zoveel foto's met voetballers in een zwart-en-blauw gestreept hemdje? Het zijn spelers van Club Brugge, maar dat is niet wat er op hun shirtje staat. Er staat 'UNIBET', en dat is dan weer met meer dan 13,5 miljoen klanten een van de grootste online gokbedrijven wereldwijd, volgens Wikipedia. Zij waren de eerste club hier die zich door een gokbedrijf liet sponsoren, maar inmiddels hebben 17 van de 18 eersteklasseclubs er een, waarvan de helft ook met shirtreclame. Dat weet ik van Arne Nilis, die iets weet van voetballen maar ook van gokverslaving en wat die zoal aanricht. Men weze zo goed waar ik bij ben niet lyrisch te doen over ballentrappers in loondienst van een casino. En dan nog iets: wat is dat met die Jean-Marc Nollet van Ecolo? Hij vindt één knuffelcontact maar weinig, en dus staat hij zichzelf toe er twee in huis te halen. Un couple, alsof dat iets uitmaakt. Mag dat? Nee, maar Nollet 'staat het zichzelf toe'. Je m'autorise, zegt hij. Ik zal nog wel eens voor de groenen stemmen, als ze dat soort zelfbedienend volk als covoorzitter kiezen. Gelukkig is Meyrem Almaci het niet met Nollet eens, al vind ik haar protest wat aan de makke kant. Dan liever Paul Magnette. Les bras m'en tombent, zegt die, door vrtnws vrij maar gevat vertaald als daar zakt mijn broek van af. Dan wil ik graag wel eens voor Magnette stemmen, maar dat kan dan weer niet. Daar zakt nu mijn broek van af.


donderdag 18 februari 2021

18 februari

'Het inmiddels iconische Ski jacket uit 1994', lees ik in De Standaard Weekblad. Van 'de bekende hedendaagse schilder Peter Doig'. Die schilder is dus bekend, dat begrijp ik, al ken ik hem niet. Maar zijn schilderij is niet bekend, het is iconisch. Mijn vermoeden is, dat het woord verwijst naar een andere, hogere orde van bekendheid.

Ik heb alweer een hele tijd niet meer over dat woordje iconisch gezeurd. Dan mag het wel nog eens, vind ik. De laatste keer was in mijn alfabet Het jaar van de ooievaar, onder de letter i. Ja mezelf citeren heb ik ook al lang niet meer gedaan.

Het is een stuk van Bernard Dewulf over sneeuw. Hij haalt allemaal schilders en schilderijen aan. Dewulf kent veel schilders en schrijft daar graag over. Als je een slecht karakter had, zou je het name dropping kunnen noemen. Maar ik heb geen slecht karakter, al zeg ik het zelf. Ik benijd zijn kennis van de schilderkunst.

Iconisch dus. Zelf haalde ik destijds Johnny Halliday aan als voorbeeld, en James Dean en Marilyn Monroe, maar ook de Eiffeltoren en de Aston Martin van James Bond, zelfs 'een iconisch stukje snelweg in Gent'. Het is de onstuitbare opmars van de hyperbool, de stijlfiguur van de overdrijving. Fenomenaal, adembenemend, briljant. Hallucinant, degoutant, abject. Het zal best wel.

Toen ik een jaar of tien was haalde ik wel eens een zakje van vijf bij Erna in haar frietkot bij het station. Er stond nog een tweede kot, van Anita, maar daar ging ik niet. Beide frituren waren in de hele stad bekend, dat was bekend genoeg toen in de late fifties. De frieten waren niet onovertroffen noch ongeëvenaard of verrukkelijk of exquis, ze waren wel lekker. Dat was lekker genoeg, zeker met nog een frank pickles erop of mayonaise.


maandag 8 februari 2021

7 februari

De kippen komen niet naar buiten. Ze blijven koppig in het hok, willen het laddertje niet af naar beneden. Waar alles bedekt is met een dikke laag koude witte materie, ze houden er niet van. Ik moet met een hark in de weer, om de grond rond het hok en de waterbak weer zichtbaar te maken. Klotesneeuw ook. Daarna kan ik nog met schop en bezem aan de slag, het trottoir vrij maken voor mogelijke passanten. Ze zullen niet komen, de passanten, maar ze kùnnen komen. Ik schep en borstel en baal. Wat haat ik de winter.

Later, na het middageten, ga ik toch naar buiten voor een korte wandeling. Ik verlies me een beetje in de wirwar van straten in de nieuwe wijk. Merelstraat. Spreeuwenstraat. Kievitstraat. Kwartelstraat. Loop dan toch voorbij een wijd open veld waar grote borden de woningen al aanprijzen die hier binnen afzienbare tijd worden neergezet. Kopenhagenplein. Romeplein. Stockholmplein. Helsinkiplein. In het groen, dicht bij alles. Nu dus in het wit.

Maar kijk: overal zijn mensen, trekken sleeën voort met wonderlijke kindjes, sneeuwballen vliegen in het rond, roepen, gelach. Zwarte bomen met kale takken, een beek, opvliegende kauwen, vrij naar Bruegel. Dus zo kan sneeuw ook zijn. 

Ik was het vergeten. Met al de rest die ik vergeten was, thuis zittend contact mijdend afstand houdend mijn handen wassend in onmacht. Kniezend niezend in mijn elleboog en de hele bubbelboetiek. Wat was ik niét vergeten, eigenlijk?

Nog later breng ik de kippen wat keukenafval. Ze lopen nu toch buiten rond, in het nest ligt een ei. Morgenochtend zacht gekookt vijf minuutjes en veel zout.

zondag 7 februari 2021

7 februari

Johan Terryn was laatst op het Middagjournaal. Hij zei dat deze tijd bijzonder geschikt is om lijstjes te maken. Zelf had hij er een gemaakt van twintig dingen waarover hij zich blijvend verwondert. Op het einde van het journaal nodigde hij iedereen uit zijn eigen lijstje naar hem te sturen. 'Van wonderlijke dingen', zei hij erbij, maar dat laatste was volgens mij niet verplicht.

  1. noorden
  2. eetlust
  3. weg
  4. moed
  5. tijd
  6. hart
  7. geduld
  8. hoop
  9. boodschappenlijstje
  10. gezicht
  11. gewicht
  12. evenwicht
  13. goed humeur
  14. vertrouwen
  15. hoofd
  16. zelfbeheersing
  17. portefeuille
  18. bril
  19. jas (pullover, handschoenen, sjaal)
  20. sleutels (huis, auto, scooter, fiets)

Mijn lijstje met twintig dingen die ik vaak (soms, al eens, een enkele keer) verlies, maar gelukkig ook meestal weervind. Het is niet exhaustief, noch geordend van vaker naar minder vaak. Anders stond bril bovenaan.

zaterdag 6 februari 2021

6 februari

Hoe lang zal dat hier nog regenen?

Zulke onzekerheid knaagt aan het welbevinden. Zo'n gebrek aan duidelijk perspectief. Als er nu eens een app zou bestaan, die de legitieme vraag helder en ondubbelzinnig beantwoordt? Dan kon ik verder met mijn leven. Dan wist ik: goed, het blijft misschien nog een tijd regenen, maar dan klaart het weer op. Dan was er licht aan het eind van de tunnel.

De app bestaat natuurlijk. Er is stilaan geen app meer denkbaar die niet bestaat. Meer nog, hij staat al jaren op mijn telefoon. Ik tik op het zonnetje met het wolkje, ik krijg een weersvoorspelling voor de komende uren en dagen. Maar vandaag schakelde mijn telefoon plots naar een hogere level.

Het stopt over 41 minuten met regenen, liet hij me weten.

Daar keek ik niet weinig van op, ook omdat het me niet was opgevallen dat het überhaupt regende. En zie, de regen deerde me niet. Ik wist nu: er komt een eind aan. Over eenenveertig minuten. Dat stelde me helemaal gerust.

Een beetje vooruitzicht, een beetje zekerheid, een beetje klare communicatie, meer vraagt een mens toch niet.


donderdag 4 februari 2021

3 februari

Vandaag gespot, in Carrefour, een bordje met 'Happy Easter!', boven een heel rek vol paaseitjes.

Vandaag gekocht, bij AVV, een zak ongepelde apenootjes (Arachis hypogaea) voor de eekhoorns. Pinda's worden ook wel aardnoten of grondnoten of olienoten genoemd, maar, zegt Wikipedia, 'botanisch gezien' zijn het helemaal geen noten, maar peulvruchten. Ja, apenootjes moet met twee n'en, maar ik doe het toch niet.

Gisteren gespot, op de site van vrtnws, de zinnen Wil je meer weten over fake news? Check dan onze explainer in de highlights! Over fake news wil ik het liefst minder weten. Het komt dus goed uit dat ik de tweede zin niet versta, omdat hij in fake Dutch gesteld is.

Vandaag gekocht, in Euroshop, twee flesjes gebruiksklaar desinfectiemiddel van 500 ml, met 80% gedenatureerd ethanolmengsel. Omdat de twee vorige flesjes stilaan leeg raken. Eentje staat in de keuken, eentje in de auto. Zo'n flesje gaat best lang mee, maar het sars-CoV-2-virus nog langer.



donderdag 28 januari 2021

De taalhond rijdt door

U mag uw verplaatsing verder zetten, zei de politieagent op de radio tegen de België binnengereden Nederlander. Die had hij nabij de grens tot staan gebracht, mogelijk met de woorden Wilt u uw verplaatsing tijdelijk onderbreken?

De agent wilde weten wat de Nederlander in België kwam doen. Ik weet niet meer hoe hij dat vroeg. Kunt u de reden van uw aanwezigheid op dit grondgebied toelichten? Toen bleek dat de buitenlander een fatsoenlijke reden had, mocht hij doorrijden.

U mag doorrijden, had de agent kunnen zeggen, maar dat deed hij dus niet. Ik weet ook niet of de Nederlander meteen doorgereden is. Mogelijk had hij niet direct door wat de agent bedoelde met U mag uw verplaatsing verder zetten.

Toch spraken ze allebei Nederlands, de Nederlander en de Belgische agent. Maar er is Nederlands en Nederlands. Kijk maar eens naar FactCheckers op Eén, een verder zeer onderhoudend programma. Luister naar de reclamespotjes op de Vlaamse radio. Naar minister-president Jambon. Koning Filip tegen de gestelde lichamen.

In Nederland zullen ze dat ook wel hebben, individuen en groepen die in hun heel eigen Nederlands communiceren, bijvoorbeeld op Telegram en/of op straat 's avonds tegen een uur of negen. Dan is het volkomen legitiem dat ook onze politie zich van haar heel eigen vakidioom bedient, ten dienste van de openbare orde.


woensdag 27 januari 2021

27 januari

Nico Dijkshoorn heeft excuses van mij te goed. Ik geneer me om dit te zeggen, die een onvoorwaardelijke bewonderaar van hem ben. Dat ik hem amper ken, doet van mijn bewondering niets af. Ik geloof dat hij in Leiden woont, maar misschien is dat ook niet zo. 

Wel weet ik dat Nico Dijkshoorn 's middags om vijf voor één een stukje voorleest op radio één. Het Middagjournaal, als afsluiter van het programma Nieuwe feiten. Een week lang van maandag tot vrijdag, waarna iemand anders het weer een tijdje overneemt. Er zijn veel overnemers, en ze zijn best verdienstelijk, maar iedere keer denk ik, als ik ze hoor: wanneer komt Nico weer?

Zo ging dat, tot ik niet lang geleden een Middagjournaal hoorde van Jovanka Steele. Van deze Jovanka weet ik nog minder dan van Nico Dijkshoorn. Wel dat ze Amerikaanse is. De manier waarop Jovanka zegt: We hebben thuis vijf katten is werkelijk onnavolgbaar. Alleen al door dat hemelse accent van haar zijn Jovanka's stukjes elke keer een cadeau. 

Daarbovenop is Jovanka Steele overwegend vrolijk, guitig, een beetje kwajongensachtig, als ik zo'n woord voor een vrouw mag gebruiken, je weet dat niet goed meer tegenwoordig. Helemaal anders dan Nico Dijkshoorn, die graag sombert en bromt en klinkt alsof het einde der tijden al een poos bezig is, wat het altijd al is ook eigenlijk.

Dan is die jolige Jovanka zo verfrissend, dat ik me op een mooie vrijdagmiddag liet ontvallen: Die Amerikaanse is zowaar nog beter dan Nico! Ik zei die Amerikaanse omdat ik haar naam nog niet goed kende. Hij klonk een beetje als Jo Vandecasteele, op z'n Amerikaans-Nederlands gezegd met een lettergreep te veel. Ik heb sinds toen nog meer stukjes van haar gehoord, en elke keer was ik helemaal in de wolken, en vergat ik Nico Dijkshoorn een beetje meer.

Vandaag om vijf voor één was Nico er weer. Gisteren ook, maar toen was ik niet thuis. Maandag ook, maar toen stond de radio niet aan. Nico bromde en somberde over de avondklok, en dat hij na negen het huis niet meer uit mocht, terwijl mensen die een hond hebben dat wel nog mogen, zogezegd om hem uit te laten, maar ze staan natuurlijk maar tegen elkaar te zeiken op de wijze van hondenbezitters: hoe oud hun hond is, en hoe hij heet, meestal een mensennaam, tegenwoordig ook een achternaam. Ik heb een enorme rothekel aan honden, zei Nico ook nog, en dat wat hem betreft alle honden maar beter Hond heten.

Op dat moment wist ik weer: al is Jovanka Steele met voorsprong de beste in het Middagjournaal, Nico Dijkshoorn is toch nog net weer een beetje beter. Dat was ik even vergeten. Deswegen, geachte heer Dijkshoorn, beste Nico, mijn gemeende excuses. En dat u over honden hardop zegt, op de openbare radio, wat ik van ze denk, maar voor mezelf hou. Om toch vooral maar niemand in mijn vrienden- en familiekring voor het hoofd te stoten. Met Vlaams Blokkers heb ik dat ook. Ik zal, anders dan u, wel een Belg zijn.

zondag 24 januari 2021

24 januari

Vandaag ben ik weer eens rond 't Ster gelopen. Gelopen op z'n Nederlands, dat wil zeggen gestapt, gewandeld, niet op z'n Belgisch lopend, hollend of rennend of hardlopend. Ik heb twee rondjes rond 't Ster gelopen. Een met een kleine omweg, en dan nog een zonder omweg. Het tweede rondje werd aangevat na overleg met mijn loopgezel, waarin wij eensgezind besloten dat een rondje te kort was.

Het was ons natuurlijk om het lopen te doen, het buiten bewegen als antidote tegen het onbewogen binnen zitten. Maar het was ons natuurlijk ook om het praten te doen, nu praten niet meer mag in de gezellige warmte van het huis bij een geurende kop op de geduldige sofa. 

Praten in het echt, face to face, zonder fancy faciliterende gimmicks als daar zijn telefoons waar je de ander mee kunt zien, en zelfs jezelf. Dat laatste is belangrijk nu, dat je jezelf ziet, en dat je ter bevestiging van jezelf af en toe een foto maakt genaamd selfie. De achtergrond mag er ook op als excuus.

Praten in het echt mag wel nog buiten, met inachtneming van de afstandsregel. Je zou in de tuin kunnen zitten, maar dit is januari. Het is nog altijd koud in januari zitten in de tuin.

Zo komt het dat lopen en praten elkaar vinden, niet zelden op 't Ster. We praten al lopend over de kinderen en de kleinkinderen, respectievelijk, over de scholen en over vroeger en over later, over binnenkort en over lang geleden. 

Het schijnt dat microscopische, mogelijk infectieuze aerosols als wolken uit onze mond walmen, maar we zien ze niet. Dat is wat microscopisch wil zeggen, en ook is alles goed verlucht hier buiten op 't Ster.

Ook de eendjes en de meeuwen bewegen zorgeloos rond, bekreunen zich evenmin om het aviair influenzavirus dat hier naar het schijnt al even onzichtbaar rondwaart. Ze kwaken en krijsen, respectievelijk, zoals eendjes en meeuwen doen. Ze zitten ook niet graag lang binnen.


donderdag 21 januari 2021

21 januari

Zonder beginzin kan ik niet beginnen.

Met deze zin begint Bernard Dewulf zijn column in De Standaard Weekblad van 9 januari. Dan weten we: Bernard weet het ook niet meer. Je kunt een half leven lang stukjes schrijven, er is altijd wel iets. Maar op een mooie dag is het op, er is niets. Het lege blad blijft gapen, het raakt niet vol. Wat valt er in hemelsnaam nog te zeggen?

Volgens Bernard Dewulf lukt het altijd, zo gauw de beginzin er maar is. Alleen: in zijn column van 9 januari komt die niet. Nu deed zich dus het ondenkbare voor: er kwam, ook na uren, maar geen beginzin. Daar zat ik dan. Wat moest ik beginnen?

Dat weten we inmiddels. Dewulf schrijft zijn hele column vol over de beginzin die er niet is. Maar zolang er maar een zin is, besefte ik alweer, volgt vanzelf de volgende. Het lege blad is gevuld. Slim van Bernard.

Of niet? Het is een noodgreep. Hij kan het geen tweede keer doen. Hij heeft zijn ultieme cartouche verschoten. De volgende keer dat Bernard Dewulf geen idee heeft voor zijn stukje, rest hem niets anders dan het lege blad leeg te laten. Een eervolle capitulatie. Eervoller toch dan vijfhonderd en vier woorden schrijven over een beginzin die er niet is.

Beste lezer, het is alweer tijd voor mijn column. Wat gaan die weken snel! Helaas, ik kan met de beste wil niet bedenken waarover het dit keer zou moeten gaan. Maar de column moet er wel zijn, dat staat in mijn contract. Als u het goed vindt, beste lezer, zal ik daar dan maar vijfhonderd woorden over schrijven. Dat ik niets te zeggen heb. Woorden schrijven is voor mij geen probleem, ik doe het al een half leven lang. Wat zegt u? Lezen? Ja dat is uw probleem. Daar zegt mijn contract niets over.