dinsdag 31 december 2019

30 december


Als je in de zee niet kunt zwemmen, omdat het te koud is, of erop varen, omdat je geen boot hebt, of eronder naar Engeland rijden, omdat je daar niet moet zijn, dan kun je altijd nog in de zee lopen, met droge voeten, want hoge laarzen, in de branding net waar het strand begint, over de krakende schelpen, westwaarts, waar bij zonzondergang met wat geluk overweldigende rood-oranje luchten te zien zijn, zoals gisteren, boven en ver voorbij het nieuw-mondaine Nieuwpoort, terwijl aan je rechterkant een vissersboot met je opvaart, de netten uit, een dichte zwerm krijsende meeuwen in zijn zog, het is vloed, het strand is smal, het brengt de mensen dichter bij elkaar, zoals dat hoort aan de vooravond van weer een nieuw jaar, dat wel weer niet veel van het vorige zal verschillen, maar nu doen we even alsof dat wel zo is, wel zal zijn, het wordt een bijzonder jaar, je moet honderd en één jaar wachten voor dat nog eens is, dat is veel langer dan je wachten kunt, en hoe de wereld eruit zal zien in eenentwintg eenentwintig, dat weet zelfs Jean-Marie Dedecker niet, die toch burgemeester is van Middelkerke, waar ik morgen om nul uur naar het vuurwerk ga kijken, dat wil zeggen in Westende, maar dat is hetzelfde, en als je ook niet in de zee wilt lopen, je kunt er altijd nog naar kijken, niets of niemand blijft zolang hetzelfde als de zee, en altijd anders.

zondag 29 december 2019

29 december


Nog twee dagen. Dat is weer stressen. Zopas nog het kerstlijstje, nu weer die voornemens. Eén nieuwjaars-voornemen kan nog gaan. Een leuke hobby vinden, vooruit. Komt het er niet van, ik heb het me toch voorgenomen. 't Is de intentie die telt, hoorde ik vroeger atijd. Maar een hele lijst? Ik zal me al eens minder gauw druk maken. Oké. Ik zal al eens positiever uit de hoek komen. Bon. Ik zal me niet meer zo ergeren aan blaffende honden. Aan tegen mijn brievenbus pissende honden. Aan in mijn voortuintje kakkende honden. Aan op het strand voorbij de bordjes 'Honden niet toegelaten' rondrennende honden. Aan los lopende, andere honden besnuffelende honden. Aan amechtig naar adem happende doorgefokte platsnuithonden. Ik weet het, ze kunnen het zelf niet helpen. Het zijn de baasjes. Maar goed, al bij al valt het wel mee, zo'n lijstje. Negen voornemens, dat zal voor het nieuwe jaar wel volstaan.

vrijdag 27 december 2019

27 december


De verdubbeling is zeer slecht nieuws en zou de alarmbellen toch op rood moeten zetten.

Grappig, zo'n gecrashte metafoor, als het niet ging over de kansarmoede-index van Kind en Gezin. Zo is het wel meer: je wilt eens goed lachen, maar toch maar niet.

Gelukkig krijg ik een foldertje in de bus van zo'n politieke partij. In mijn stad staan een hoop leuke dingen te gebeuren. Zoals een nieuwe bibliotheek. Onze culturele trekpaarden X en Y volgen de plannen voor de nieuwe bib op de voet, staat er. Toch maar eens goed lachen nu.

Het trekpaard in de politiek, dat was alweer een tijd geleden. Een cultureel trekpaard is volgens mij nog niet vertoond. Valt zo'n paard onder landbouw of onder cultuur? Dierenwelzijn? Krijgt dat nog een beetje subsidie, cultureel zijnde?

dinsdag 24 december 2019

23 december


Heb jij ook nieuwjaarsvoornemens? vraagt ze. Ze zegt new year's resolutions. Ik heb haar net The Secret Diary of Adrian Mole, aged 13 3/4 geleend. Dat is nu eens een vraag die me overvalt. Ik beken dat ik al jaren geen voornemens meer maak. Ik wel, zegt ze. Ik had altijd van die voornemens, legt ze uit, van Ik zal meer studeren, weet je wel, dat soort voornemens. Die werken hooguit een week of twee. Nu zeg ik: Ik zal vaker een leuk boek lezen. Ik ga al eens wat meer op stap. Dat is slim van ze. En ik? Tja. Ik ga een hobby zoeken, zeg ik. En dan: Nee, ik ga een hobby vinden. Een leuke hobby. Ze knikt instemmend. Wat voor soort hobby? had ze nu kunnen vragen, maar ze doet het niet. Dat is wijs van ze. Wat voor soort hobby? Daar denk ik nog over na, het is nog geen nieuwjaar. 

maandag 16 december 2019

16 december


- Het klinkt zo negatief. Zo zurig.
- Ja, hoe het klinkt, dat is mijn departement niet. Ik schrijf het alleen maar op. Er zit geen zuur in mijn inktpot.
- Nee?
- Ook geen zoet, dat is waar.
- En toch. Het is zo -
- Negatief? Dan moet je de krant eens lezen.
- Het is -
- Zurig? Dan moet je de opinies eens lezen. De reacties van lezers. Die hebben wel eens soude caustique in hun inktpot.
- Wat in hun inktpot?
- Natriumhydroxide. Het maakt in verdunde oplossing deel uit van gootsteenontstopper, ontharingsmiddelen en haarontkrullers.
- Zegt wie?
- Zegt Wikipedia.

woensdag 11 december 2019

10 december


'2030 is nog ver weg'. Citaat van het jaar, en van het komende decennium. Van Jan Jambon. Met zo'n geruststellende boodschap kan ik vanavond eindelijk weer onbezorgd naar bed. Ik hoop maar dat het waar is. Dat niet Jan Jambon zelf heel ver weg is.

Vanmiddag nog eens naar 't stad geweest. Met bus 21 van 14.15 u. Wat lopen, wat kopen, krantje lezen, koffie drinken. Dat heet op rust. En wat heb ik daarbij geleerd? Dat er magnetische wimpers bestaan. Ik heb ze zelf gezien, in het Kruidvat. Ze stonden daar ten toon, ik had ze kunnen kopen. Dat heb ik maar niet gedaan. Ik heb ze niet nodig, en daarbij zou ik niet weten hoe ik ze op moet zetten. Of is het aan moet doen. Of is het aan moet brengen.

maandag 9 december 2019

De taalhond baalt wéér


Het is niet dat ik op zoek ga naar onmogelijke woorden, het is dat ze de hele tijd op me af komen, als muggen in een zomernacht, ze zoemen om m'n oren, ik sla en ik zwaai en ik trek het laken over m'n kop, maar ze gaan niet weg. En ze worden al maar lelijker. Bilnaadzonnen, kan dat ooit een woord zijn? Ja, eigenlijk butthole sunning, het stond in een Instagram-post (!) van influencer (!!) Metaphysical Meagan (!!!) en kwam zo in De Morgen terecht, waar ik het zag. Ja, influencer is ook een woord. Ik zal niet uitleggen wat bilnaadzonnen is, want in al zijn gruwel heeft het woord dan toch één goede kant: het zegt precies wat het wil zeggen. Oké, bedankt, dankuwel. Tot nog eens. Ik bedoel: tot hopelijk niet meer.

zaterdag 7 december 2019

6 december


Ik had een goede vriend vroeger op school, met wie ik graag een potje discussieerde. Vraag me niet waarover, het was diep in de vorige eeuw. We stonden met een paar gasten na schooltijd te kletsen, en dan werd er al eens met wat spek geschoten. Je wilt zo'n discussie graag winnen. Als het echt ging spannen, haalde die vriend van me zijn nuclear option boven. Daar moest ik aan denken vanavond, bij het debat op de BBC tussen Jeremy Corbyn en Boris Johnson. Ik breng echte verandering, zei Corbyn. En Johnson: I'll get Brexit done. Ja ja. En mijn grootvader, zei mijn vriend dan, die kan een kanon optillen.

maandag 2 december 2019

2 december


Het is nog al niet no de wuppe, dacht ik ook wel eens, tot ik vandaag vernam dat John Richards ermee gestopt is. John is 96, maar dat is niet de enige reden. 'Wij', schrijft John, 'en de vele mensen die ons steunden overal in de wereld, hebben ons best gedaan, maar de onwetendheid en de luiheid in deze moderne tijd hebben gewonnen.'

John Richards werkte zijn hele leven in de journalistiek. Toen hij in 2001 als redacteur op rust ging, richtte hij de Apostrophe Protection Society op. Hij kon het niet meer aanzien hoe de mensen al maar slonziger omgingen met de apostrof in de Engelse taal. Terwijl je maar drie regels moet kennen om het altijd goed te doen.

Het heeft niet mogen zijn. Ignorance and laziness have won, en Richards geeft zijn strijd voor de much-abused apostrophe op. De luie Britten kunnen met een gerust gemoed hun apostroffen op alle foute plekken neerzetten of weglaten. Maar dat was al zo, ze wisten het toch niet.

donderdag 28 november 2019

De taalhond baalt weer


Nog niet geheel hersteld van het woord conculega, bots ik vandaag op prosument. Als ik het goed begrijp, al weet ik niet of ik dat wil, verwijst het naar iemand met zonnepanelen op z'n dak, of een windmolen in z'n tuin. Zo iemand maakt elektriciteit terwijl hij er ook verbruikt. Produceert terwijl hij consumeert, begrijp je? Heb je het begrepen? Misschien wil je ook liever niet.

maandag 25 november 2019

24 november


Yet, like all men who are preoccupied with their own broadness, he was exceptionally narrow.
(En toch, zoals alle mannen die zo graag breeddenkend zijn, was hij uitzonderlijk eng van geest. )

He is Harold Piper, de sullige echtgenoot van Evelyn uit The cut-glass bowl van F. Scott Fitzgerald, geschreven in 1919.

De zin intrigeerde me toen ik hem zag, heel in het begin van het verhaal, toen ik nog geen idee had wat er te gebeuren stond, en welke rol de glazen kom erin zou spelen. De zoveelste variant van een Grieks drama - je weet van meet af aan: dit komt niet goed.

Een afgewezen minnaar geeft de bowl van geslepen glas aan zijn geliefde als huwelijkscadeau. Ik geef je iets, zegt hij, dat net zo hard is als jij, en net zo mooi en zo leeg en waar je net zo makkelijk doorheen kunt kijken. Ze is er nog mee ingenomen ook, ze zet de enorme kom op een prominente plek in haar huis, en je denkt: o nee.

Maar dat is niet de reden waarom de zin is blijven hangen. Een goed gebouwde zin, de lange aanloop naar het misleidende broadness, het bruuske komaf met narrow. Waarom klinkt hij vertrouwd? Het is de structuur: Ik ben een verdraagzame man, maar... Alleen is hier de aanloop kort, de broadness is snel afgewerkt. Het is de narrowness die breed wordt uitgesponnen.

donderdag 21 november 2019

21 november


Ik hou niet van dat woordje senior. Ik vind het een vals en neerbuigend woord, iets voor het marketingvolk en weer een van zijn doelgroepen. Laat men mij rustig een oude man noemen. Desnoods een oudere man, ook een beetje vals, omdat ouder toch nooit minder dan oud kan willen zeggen.

Noem mij dan boomer, als het echt nodig is. Voor jagger ben ik gelukkig te oud. Wel gepensioneerd, maar niet meer jong en al helemaal niet zo actief. Ik wil graag wat in mijn luie stoel uithangen als het buiten regent. Mag ik even? Geen stappenteller van doen.

Köpskam, ziedaar een woord naar mijn hart. Tant pis dat het Zweeds is. Senior is ook Latijn. Koopschaamte, maar dat is het niet. Veeleer kooponwil. Ik heb dat ook. Anders dan belevingsshoppers, die in winkels rondhangen voor hun plezier, alsof daar iets te beleven is, hou ik me ver van het koopgebeuren. Alleen als het niet anders kan, loop ik een winkel binnen en koop er iets. Uit koopnood, zeg maar. Mijn aankoop is een noodaankoop. Betalen en wegwezen. Dat is ook precies wat de winkelier van mij verwacht.

maandag 18 november 2019

18 november


It's a poor sort of memory that only works backwards.

Voor de Witte Koningin uit Through the Looking Glass is het makkelijk, zij leeft achterstevoren. De Koningin doet een pleister op haar vinger, en begint wat later te gillen. Mijn vinger bloedt! roept ze. Wat scheelt er? vraagt Alice. Heb je in je vinger geprikt? Nog niet, zegt de Koningin, maar dat ga ik zo meteen doen. Als ik m'n sjaal vast wil maken. De broche springt altijd open. En jawel. Dat verklaart het bloeden, zie je, zegt de Koningin. Nu versta je hoe de dingen hier gebeuren. Maar waarom huil je nu niet? wil Alice weten. Nou, zegt de Koningin, dat heb ik toch al gedaan.

Achterstevoor leven: Merlijn kan het ook, in The Once and Future King van Terence H. White. En Tod T. Friendly in Martin Amis' Time's Arrow. Wel geen vrolijk verhaal, dat laatste.

Een memory that also works forwards, zou dat niet handig zijn? Best wel. Handig. Leuk? Dat weet ik zo niet. Dat hangt af van wat er zo al gaat gebeuren. Wil ik dat weten? Ik weet het niet. Ik denk het niet. Misschien liever niet. Laat maar eerst gebeuren. Of het leuk was, zie ik dan wel. Toch maar backwards, dus.

vrijdag 15 november 2019

De taalhond baalt


Bij mij op de ontbijttafel staat een botervlootje van Colruyt, met halfvolle boter erin. Het deksel meldt dat de boter 'veggie' is, en een nutri-score D heeft. Dat is allemaal goed en wel, al is D ook weer zo vet niet. Of net wel. En dan staat er ook, dat de boter koelkastsmeerbaar is. Hallo? Het is erg genoeg, dat ze bij Delhaize lijngevangen kabeljauw verkopen. Daar kun je met veel goede wil nog iets in zien: de vis is met de lijn gevangen. Ik eet toch al uit machinegewassen borden. Met de machine gewassen, oké dan. Tweeloopgeschoten fazant, waarom niet. Maar met de koelkast smeerbare boter? Of is hij in de koelkast smeerbaar? Dat heb ik nog niet geprobeerd. Zouden ze bedoelen: de boter is smeerbaar als hij uit de ijskast komt? Zoiets als blikeetbare sardientjes? Kelderdrinkbaar bier?  Doosdraagbare schoenen? Ja, waarom eigenlijk niet? 

Klik om te vergroten
 

woensdag 13 november 2019

13 november


Het politieke debat is veel vuiler dan vijftien jaar geleden, zegt Martin Hultman van het expertisecentrum over klimaat-ontkenning in Göteborg. Ik las het in dS Weekblad, het weekendmagazine van De Standaard

Het stuk ging over de vraag waarom vooral oudere mannen het zo moeilijk hebben met de jonge, vaak vrouwelijke klimaatactivisten. Daarbij komen de sociale media, die een megafoon zetten op de onderbuik van de samenleving

Dat was afgelopen week, het aankomend asielcentrum in Bilzen was nog niet in brand gezet. Wat in de nasleep van de brandstichting op die 'sociale media' te horen was, valt al lang niet meer onder de noemer 'vuil'. Dat was niet meer de onderbuik van de samenleving, maar wat zich nog een eind verder onder die buik bevindt. De geluiden die daar gemaakt worden, nee, bedankt.

vrijdag 8 november 2019

8 november


Nog eens aan 't lezen: Alice in Wonderland. In het Engels, dat moet haast ook. Het boekje wemelt van de woordspelingen, die het in een andere taal niet doen.
 
Do cats eat bats? vraagt Alice zich af, terwijl ze in het konijnenhol aan het vallen is. Do cats eat bats? Do cats eat bats? De val duurt eindeloos, dus doet ze de tijd dood, door onder meer aan haar kat Dinah te denken. Daarbij dommelt ze haast in, en raakt wat in de war. Do bats eat cats?
 
Ik heb hier thuis nog een oude Nederlandse vertaling. Eten katten vleermuizen? Eten vleermuizen katten? Het werkt niet.

De belevenissen van Alice zijn wonderbaarlijk. Curiouser and curiouser! vindt ze zelf ook. Mossie, mossie, wat gek! wordt dat. In het Nederlands, inderdaad.

Mine is a long and sad tale, zegt de Muis. It is a long tail, certainly, antwoordt Alice, but why do you call it sad? Arme vertaler. Ach, mijn verhaal is lang en droevig, zei de Muis. - Is het verhaal even lang en droevig als Uw staart?
Het gaat niet. Dat is niet de fout van de vertaler, maar van Lewis Carroll en zijn taalspelletjes.

Mijn meest geliefde figuur tot nog toe (ik ben pas in hoofdstuk zes) is de Caterpillar uit hoofdstuk vijf. Een streng en nukkig figuur. Explain yourself! zegt hij tegen Alice. Dat kan Alice niet, because I'm not myself, you see. - I don't see, zegt de Rups. One doesn't like changing so often, you know, zegt Alice. I don't know, zegt de Caterpillar. Al bij al is hij toch een geschikte rups, hij geeft Alice een tip voor hoe ze weer groter kan worden.

Vanavond in bed hoofdstuk zeven: A Mad Tea-Party. Ik kan niet wachten.

donderdag 31 oktober 2019

31 oktober


Het leven is als een trechter, zei Vladimir. Hij was waarschijnlijk in de veertig, ik amper goed twintig. Maar ik begreep perfect wat hij bedoelde, toen nog aan de wijde bovenkant. Vandaag zit ik een flink eind dieper, waar de trechter stilaan op zijn smalst wordt. Het ging over kansen en keuzes, tegenwoordig graag opties genoemd. Van haast onbeperkt naar vrijwel nihil, onderaan waar de tuit begint. Hoe lang die nog is, maakt niet zoveel meer uit. Maar Vladimir was een goedgeluimde man, zachtaardig, minzaam, innemend, wijs. Een goede leermeester, aan wie ik gaarne terugdenk. Hij is waarschijnlijk in de negentig, ik hoop dat hij het goed maakt. До свида́ния, Владимир.

zaterdag 26 oktober 2019

26 oktober


Er is nog even tijd om het lelijkste woord van 2019 te bekronen, maar ik zie niet gauw iets nog lelijkers opduiken dan fwa. Niet eens een woord, maar een fonetische benadering van de manier waarop vele Vlamingen of wat proberen te zeggen, op het einde van een zin, met vraagteken, veelal ten teken van misprijzen. Voelde gij u nie goe fwa? Ik zag het voor het eerst in de reclameboodschap van Bicky Burger. Een soort superman verkoopt een vrouw een klap, omdat ze hem een hamburger aan wil smeren die niet van Bicky komt. Fake Bicky, fwa? zegt hij. Over de smaak van hamburgers valt niet te redetwisten. Wel over die van spraak- en anders gestoorde reclamemakers. Overigens vind ik verrommeling tot nog toe het mooiste woord, voor hoe we hier met (onder meer) onze open ruimte omgaan. 

 

woensdag 16 oktober 2019

16 oktober


Mijn tuin betreed ik tegenwoordig met tastende tred. Dat komt niet alleen omdat het gras veel langer is dan anders rond deze tijd. Ik hang nu de nieuwe leer aan ter zake, die wil dat gazons niet kort meer worden gemaaid, in het belang van de bloemetjes en de beestjes - de biodiversiteit voor wie het graag mooi ziet. 

Het komt ook omdat het bezaaid is met honderden kastanjes, eerder en nog recentelijk uit de boom gevallen, alsmede met vele tientallen appels, ook eerder en nog etc. Mij dus behoedzaam over het smakelijk tapijt bewegend, raap ik de kastanjes op, en de appels die nog niet rot zijn, hooguit wormstekig, dat wil zeggen, met een jantje nul erin, ook al is dat aan de buitenkant niet altijd goed te zien. 

Verder pluk ik het laag hangend fruit, omdat ik niet bij het hoog hangend kan komen zonder gevaarlijke dingen met ladders te doen, ik ben niet gek. In de komende dagen ben ik van plan de mensen in mijn omgeving met de vruchten van mijn tuin te verblijden. Ik bied ze appels en kastanjes aan per stuk, per half of heel dozijn, per kilo of veelvouden daarvan, voor niets, zolang de voorraad strekt. In de hoop dat verblijden het juiste woord is.

zondag 6 oktober 2019

6 oktober


Het is niet omdat de minister-president een telefoonspelletje speelt, dat hij niet luistert. Als het kabinet van de minister-president dat zegt, zal het wel zo zijn, ook al klinkt het als de uitvlucht van een balsturige tiener. Het kabinet is nog heel vers, zoals ook de minister-president, maar ze zullen elkaar wel goed kennen. Je moet onvermijdelijk denken aan die andere president die golf speelt of naar de televisie kijkt terwijl hij luistert. Ook het taalgebruik toont sterke gelijkenissen (te laat, te laat, da gade gij nie bepalen.) Volgens mij is telefoonspelletjes spelen in volle parlementsdebat, minister-president zijnde, een impeachable offence. Laten we er, anders dan de Amerikaanse vrienden, maar goed op tijd mee beginnen.

vrijdag 4 oktober 2019

s.d.


Omdat het toch zondag is en er is niets te doen en het regent, pak ik mijn telefoontje dat tegenwoordig ook fototoestel is en dicteerapparaat en radio en televisie en gazet, en drukkend op het prentje NWSvrt zie ik daar staan: Live, De zevende dag. En ik denk: nee, zo is het al zondag genoeg, en ik denk nog: daar ben ik niet voor naar hIEr gekomen, om te moeten zien wat ze dAAr weer allemaal vertellen, rond de tafel, met achter ze een zorgvuldig geselecteerde selectie van modale Vlamingen die mogen meekijken en zelfs af en toe in beeld komen, als achtergrond. En ik doe mijn telefoontje weer weg, dat ook televisie is, en neem mijn boek en lees nog wat. De Kapellekensbaan, maar dat had iedereen al wel begrepen.

s.d.


In mijn vrije tijd, waar ik veel van heb, leg ik mij onder andere dingen toe op het maken van lijstjes. Nieuw is mijn lijstje van Overbodige Voorwerpen, waarvan men de productie en verkoop volgens mij zou moeten verbieden, ter bescherming van de al maar schaarser wordende grondstoffen die ze gebruiken. Neem nu zo'n zwiepstokje met een balletje erop. Je moet het stokje zwaaien en met een ruk doen stoppen, zodat het balletje wegvliegt. Je hebt ook nog een hond nodig, die het gaat halen en naar je terug brengt. Nu kun je zo'n balletje ook gewoon gooien, dus is het zwiepstokje overbodig. De hond volgens mij ook, in de meeste gevallen, maar dat durf ik niet goed hardop te zeggen.

s.d.


De dag dat ik ontdekte hoe lekker mijn Kobo-reader precies in mijn achterzak paste, was ook toen ik iets later op een muurtje ging zitten en een scherpe krak hoorde. Dat was een week of twee voor ik op een avond bij een kop koffie op de laptop zat te tikken, en toen de volle kop over het apparaat omver gooide. Het brengt de breuk- en verlieslijst van deze uitstap voorlopig op vier: horloge, bril, reader, laptop. Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan, dat de verloren en kapotte voorwerpen al maar duurder worden. Maar dat is natuurlijk toeval.

zondag 1 september 2019

1 september


Men heeft mij als kind nog moeten uitleggen dat de koning ook naar de wc moest, en zelfs de paus. Ik had grote moeite om me dat voor te stellen. Nu lukt het beter, al tracht ik het niet te vaak te doen. 

Sinds vandaag weet ik dat de Heilige Vader ook in een lift vast kan zitten. De serieuze media hebben plaats gemaakt op hun eerste pagina om het mij te melden. Ik die dacht dat een beetje paus zich van een wolkje of van intens gebed bediende om op te stijgen of neer te dalen. 

Een vliegtuigtrapje, dat heb ik nog wel eens gezien, met een paus erop. Bijna altijd waaide het ook en zag je zo'n witte flap van het pauselijk gewaad om zijn oren slaan. Komisch! Maar goed, van deze Franciscus mag er al eens gelachen worden. 

Noem mij een cynicus, maar volgens mij is dat hele liftverhaal weer een pr-stunt. Het maakt de man menselijk en sympathiek, en intussen vergeten we even vragen te stellen over de zin of onzin van de Roomse en andere kerken. Zo'n paus die gewoon zijn neus snuit.

zaterdag 24 augustus 2019

24 augustus


Ik loop niet graag rond in kleren met boodschappen op. Als ik iets koop, zie ik erop toe dat er geen ongein op te lezen valt. Menige keer al viel mijn oog op een aantrekkelijk t-shirt of een aardige trui, tot ik het kledingstuk omdraaide en zag dat het weer van dat was. Ik heb daar niets op tegen, maar ik laat het liever aan anderen over om daarmee rond te lopen. Zo erg moet het natuurlijk niet worden als de man van middelbare leeftijd die ik hier door de stad zag flaneren in een zwart t-shirt met de boodschap: Keep calm, I'm a doctor. Maar kijk, een week of wat geleden kocht ik in een bekende Duitse discountwinkel een keurig t-shirt in grijs en blauw, nadat ik het voor en achter op onbeschrevenheid had gekeurd. Ik liet het trots aan mijn gade zien. Weet je, dat er iets op staat? vroeg ze. Jawel. Op de linkermouw, in onopvallende zwarte letters. Certificate of Authenticity, 2011. Moet ik daarmee de straat op? En wat wil het ook zéggen? En als het niets wil zeggen, waarom staat het er dan op? En waarom altijd weer in het Engels? Ja, zo'n paraplu met Merde il pleut waar ik iemand eens mee zag, die wil ik doodgraag hebben. Dat noem ik een zinvolle boodschap. Daar kan eenieder zich in vinden, op een klamme regendag. Maar ik heb hem helaas nergens nog gezien.

maandag 19 augustus 2019

19 augustus


Of de Vlaamse leeuw een rode dan wel een zwarte tong moet hebben, daar gaat naar ik verneem in het thuisland het debat over. Historisch was de tong rood, maar mettertijd is hij in bepaalde kringen zwart geworden. Rood was er zo al geen geliefde kleur, in combinatie met zwart en geel werd hij ondraaglijk. Onverdraaglijk. Wat een hoop onzin. Vlaggen. Ons en hun, en hun zijn altijd de slechte. Never mind dat de toestand van de planeet zorgwekkend is. De Vlaamse voorhoede voelt zich niet aangesproken. Maar voor haar zwarte leeuw wil ze wel nog eens de barricades op.

vrijdag 16 augustus 2019

16 augustus



In Rochefort in het Franse departement Charente Maritime heb ik het woord transbordeur geleerd. Voluit is het pont transbordeur, de naam van een 66 meter hoog ijzeren
Klik om te vergroten
gevaarte dat de Charente overspant. Het verschil met andere bruggen is, dat je er niet over kunt lopen of rijden. Je steekt de Charente over in een soort kooi. Gondel zal wel een beter woord zijn. Deze nacelle hangt boven de rivier aan lange stalen kabels, die bovenaan de constructie aan een soort karretje op rails de oversteek maken. Karretje is natuurlijk helemaal mis, de transbordeur verdraagt geen verkleinwoordjes. Wat had ik graag met deze machine de oversteek gemaakt, maar helaas zit zij midden in een lange en ingewikkelde restauratie. Die verdient zij wel - er blijven wereldwijd maar acht transbordeurs meer over. Die van Rochefort staat er al sinds 1900. Toch maar goed, dat ze er zuinig op zijn.

donderdag 1 augustus 2019

1 augustus


On a eu un très beau mois de juillet, hoor ik een man zeggen op de markt. Vandaag is 1 augustus. Hij moet het over juli hebben voor ik hier arriveerde, op de vlucht voor de canicule in het binnenland. Het mooie weer wordt nu al een week gemaakt in onvoorspelbare en vooral korte opklaringen, als de zon even door een gat in het wolkendek breekt. Als het niet blijvend regent. Als de buien op tijd stoppen. Als de wind even wil gaan liggen. Als de ochtendmist optrekt. Als het kwik toch eens de twintig haalt. Pluie, pluies éparses, averses, rares averses, brumeux, nuageux, très nuageux, pluie orageuse, averses orageuses, risque d'orages, brume, bancs de brouillard. Dat zullen ze hier met un très beau juillet bedoelen. En het is nog waar ook. De heuvels, de baaien, de rades en de pointes, de zee in Finistère: ze verdragen geen al te blauwe lucht. Ze komen pas tot hun recht onder dikke grauwe wolken, met hier en daar, af en toe, niet te lang, een priemende zonnestraal voor het effect. Als het zo mooi niet was, ik was hier al weer weg.

- Overdrijf je niet een beetje?
- Ja, oké. Een beetje.

dinsdag 23 juli 2019

22 juli


Vandaag rond de middag wees de teller op mijn auto precies 150.000 km aan. Het was ergens tussen Guéret en Poitiers, en het was bloedheet. Er is een verband. Mijn auto heeft geen airco. Als het te warm wordt, draai ik de raampjes neer. Maar als het écht te warm wordt, kan ik ze beter toe laten, zoals de mensen doen die wel airco hebben. La clim, zeggen ze hier. Want de lucht die binnen stroomt is zo heet, mijn auto lijkt wel een haardroger. Hij is inmiddels ruim elf jaar oud. Binnenkort mag ik er Antwerpen niet meer mee binnen. Tant pis, ik stap wel op de tram in Melsele. Ik geloof niet dat de tram naar Antwerpen airco heeft. Hij gaat wel ondergronds, het zal daar wel koel zijn. Ik rij te veel met mijn auto, ik weet het. Vooral op vakantie. Dan trek ik maar van hot naar her, in plaats van rustig thuis in mijn tuin te zitten en van de warme zomers te genieten die we daar tegenwoordig hebben. Er is weer een verband, vrees ik.

zondag 21 juli 2019

21 juli


Het past op deze dag eens na te denken over mijn land België. Wat voel ik voor dat land? Het is moeilijk te zeggen. Ik kan er lange tijd uit weggaan zonder het te missen. Het gezelschap van landgenoten zoek ik dan niet op, om het zo maar te zeggen. Hoor ik op een markt of een terras plots de klanken van mijn taal, in een van de vele varianten die die rijk is, als rijk het juiste woord is, dan krijg ik niet meteen een warm gevoel. Om het zo maar te zeggen. Toch heb ik een België-gevoelige plek. Die wordt beroerd zo gauw anderen zich tegen mijn land keren. Het een hell-hole noemen, bijvoorbeeld, of een failed state, of laatdunkend zeggen dat België not a nation is, maar an artificial construct. Dat laatste hoor je ook vele Belgen zelf zeggen. Ze doen dat beter niet. Dat is dan wat ik voor mijn land voel. Het is niet zo veel, maar laat me het. Overigens zijn alle landen artificial constructs. Het zijn abstracties, ze bestaan niet in het echt. Ze zijn van de maan onzichtbaar. Dat is prima. Ook België, niet meer dan de rest.

zaterdag 20 juli 2019

19 juli


Hoe lang ik hier al kom, ik weet het niet. Lang. Altijd wel voor een week of twee. Ik ken het onderhand wel een beetje. De halve marathon. Het concert met Radio France op het plein voor de kathedraal. Dit jaar The Amazing Keystone Big Band - in Frankrijk rijmt band met bande. De zweefvliegers en helikopters op de aérodrôme uit de slotscène van La Grande Vadrouille. De Montée Jalabert die precies daar aankomt. De plat du jour in de Provençal. Wat ik miste al die tijd was een plek om eens lekker te zwemmen. Die heb ik vandaag gevonden. Met dank aan de twee buren-forellenvissers die mij de weg wezen. Met dank voor de forellen. Geen 25 kilometer hier vandaan, op duizend meter hoogte, de Lac de Ganivet. Een beetje weggestoken achter de dennen en de heuvels, gelukkig maar. Je kunt er in de schaduw afkoelen en opwarmen in de zon. Je kunt er op het terras voor drie euro een glas wijn én een koffie drinken, service au bar. Un café long, vraag ik, en de barvrouw zegt: un café allongé? In de Provençal gaat het anders. Ik: Un café allongé, s'il vous plaît. De kelner, luid roepend naar de bar: un café long! De Fransen beslissen graag zelf, hoe hun taal gebruikt wordt. Dat ik die zwemplek nu gevonden heb, maakt me blij. Dat ik ze al die jaren niét gevonden heb, dat maakt me dan weer boos. Op mezelf. Daar heeft verder gelukkig niemand last van.

dinsdag 16 juli 2019

16 juli


Die maand juli is vergeven van de feestdagen. Fourth of July, nu ook met tanks. Quatorze juillet nooit zonder schietgeweren. Elf juli: leeuwengezwaai. Eenentwintig juli, België rolt zijn vorst nog eens uit. Dan hebben we het nog niet over mijn verjaardag. Die vier ik zonder vlagvertoon of geroffel op trommen, in het buitenland ook nog. Geen toespraken, vuurwerk al helemaal niet. Mijn kinderen bellen, ik krijg van hier en daar een berichtje. De afzender durft zich al eens van dag te vergissen - ik word oprecht gefeliciteerd, terwijl er nog vijf volle dagen te gaan zijn. Dat is oké, het maakt niets uit. Met die T*** in Washington moet je dat niet proberen, natuurlijk.

dinsdag 9 juli 2019

9 juli

Je moet omhoog voor Les Bories. Eerst over het bruggetje over de Lot, nog een bescheiden beek, pas vertrokken niet ver van hier, zoals ook de Chassezac en de Allier. Onder het piepkleine viaducje van de spoorweg door waar een paar keer per dag een treintje knarsend voorbijkomt. Je hoort het alleen, het blijft achter de bomen. De weg slingert en klimt gestaag, eerst naar Les Bories Basses, dan verder tot Les Bories Hautes. Je moet voorbij de boerderij met de vele honden, die vroeger losliepen en je grommend en blaffend de weg versperden. Menige keer hield hier mijn avondwandeling op. Nu liggen de beesten aan de ketting, ik kan verder omhoog, tot boven, waar plots het hele landschap openvalt. Beneden is het al flink aan het schemeren, hier loop ik nog in de laatste zon. Daar moet ik een foto van nemen. Weer - ik heb die foto al vele keren. Nu met koeien, de laatste keer nog schapen. In het strijklicht van de ondergaande zon. Er ontbreekt alleen nog vioolmuziek. Gelukkig. 

Klik om te vergroten
 

dinsdag 2 juli 2019

2 juli


Waar kom je een woord als Stambouliotes tegen? In Le Monde, in een stuk over Ekrem Imamoglu. Dat is de nieuwe burgemeester van Istanboel. Zo heten de mensen in zijn stad in het Frans. Er zijn er zestien miljoen, zegt Le Monde. Dat maakt van Ekrem Imamoglu best een belangrijke man. Zijn stad heeft de helft meer inwoners dan heel België. Het kan sommige regeringsleden en burgemeesters van kleine stadjes zoals Antwerpen tot enige nederigheid inspireren. Wat kunnen we van Ekrem Imamoglu verwachten? Dat heeft hij zelf gezegd. De economie een duw in de rug geven, de armoede bestrijden, het wegverkeer weer vlot krijgen, het afval beter recycleren, hier en daar wat meer groen. Het klinkt verfrissend bescheiden. Als hij het allemaal gedaan krijgt, zullen zijn zestien miljoen Stambouliotes goed bediend zijn. Lezen ze Le Monde in Brussel?

1 juli


Ik heb eerder bericht over mijn nieuw horloge, dat ik in wou ruilen voor een ander, waarop je wel kon zien hoe laat het was. Nu dat is mislukt. De dame van de winkel ontving mij allerhartelijkst, maar stelde even goed onverbiddelijk vast dat er al een paar krasjes op mijn horloge zaten. Was toch direct gekomen, sprak ze vermanend, en ze stuurde mij met mijn nu officieel niet langer nieuw horloge huiswaarts. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het over mijn bril hebben. De reservebril die ik gebruik nadat mijn nieuwe bril, zoals hier eerder is beschreven, verloren raakte op een strand in Bretagne. Gebruikte. De reservebril is stuk. Vraag me niet te beschrijven wat er precies aan hapert, ik ken al die brillentermen niet, maar de dame van de brillenwinkel had niet het gerief in huis om hem te herstellen. Ze kon wel een en ander laten komen, maar dat zou weer te lang duren: ik wil stilaan weer eens weg van de plek waar ik ben. Ze zei dat ik vast vooruit kon bellen, naar een winkel in de stad waar ik naar toe ging, om het nodige al te bestellen. Ze legde op een briefje nauwgezet uit wat het probleem was, zo van une des dents est cassée dans le cavalier de l'oeil droit, en welke pièce détachée ik nodig had. Ik heb haar oprecht bedankt, en nu zit ik hier met dat briefje. Ik kan het niet gebruiken, omdat ik niet weet waar ik naar toe wil. Ondertussen behelp ik mij met mijn tweede reservebril. Die heb ik gelukkig in een vlaag van grote vooruitziendheid met mijn spullen ingepakt. De wereld ziet er nu wel een beetje waziger uit. Misschien is hij dat gewoon ook geworden.

zondag 23 juni 2019

23 juni


Gezien op de markt: een man met een t-shirt waarop stond: Un mec comme moi, ça ne se fait plus. Geestig, en nog waar ook. Toen keek ik naar zijn gezicht. Man, wat liep die man te balen! Ruzie met het lief, tegen zijn zin de markt op gestuurd, kon het kraam met de virgules niet vinden. Ik weet niet wat er aan de hand was, maar de moraal is duidelijk: koop geen t-shirts met geestige spreuken, want voor je het weet, ben je vergeten wat erop staat, en valt je norse kop pas echt op.

Gehoord op het terras:
Ober: On s'occupe de vous?
Klant: Non.
Kijk zo voel ik me ook wel eens. Of dat goed is of slecht, hangt van de situatie af.

zaterdag 22 juni 2019

22 juni


Ik heb een nieuw horloge gekocht. Mijn vorige was ik kwijt geraakt. Ik mag niet zeggen: mijn oude, want het was nog behoorlijk nieuw. Mijn oude horloge ging al een hele tijd mee, maar toen viel de wijzer eraf. Ik bracht het naar de hersteller, hij zette de wijzer er weer aan. Toen viel ie er weer af. Na twee keer gaf de hersteller het op, en kocht ik een nieuw horloge. Dat ben ik dan kwijt geraakt, ik denk in de douche. Zeker is dat niet. Het is zoals mijn bril. Die ben ik denk ik kwijt geraakt op het strand. Maar ook dat weet is niet zeker. Ik ben al best wat brillen kwijt geraakt, maar ik wil het nu over mijn nieuwe horloge hebben. Het ziet er erg goed uit, en duurder dan het geweest is. Ik was best in mijn nopjes toen ik de winkel uitstapte. Vraag eens hoe laat het is, zei ik tegen mijn gade. Dat is onder ons een oud grapje. Hoe laat is het? vroeg mijn gade. Ik zei het haar. Later op het strand vroeg ze het weer eens. Ik keek op mijn horloge, maar ik kon niet zien hoe laat het was. De wijzerplaat schitterde te veel in de zon, de streepjes en de wijzers waren te dun, de secondewijzer zag er veel te veel als de minutenwijzer uit. Ik denk dat ik dat horloge ga omruilen. Dat mocht, stond er op de bon. Ik kies nu een horloge met dikke wijzers, zonder secondewijzer, met vette goed leesbare cijfers. Ik zie me de winkel al uitkomen. Hoe laat is het? vraagt mijn gade. Later, zeg ik. Op het strand.

donderdag 20 juni 2019

20 juni



In elke fractie zit wel een zatte nonkel, vindt Geert Bourgeois. Dan moet je maar even de andere kant opkijken. Het is een sterk beeld, en een zwak excuus. 

Hij doelt op Vox, de Spaanse nationalisten in zijn ECR-fractie, die, anders dan de Vlaams-nationalisten en Geert Bourgeois, hun land bij elkaar willen houden, en dus niets moeten van de Catalaanse nationalisten, die, zoals hun vrienden de Vlaams-nationalisten, van hun land af willen. 
 
Ik neem me nog zo vaak voor het niet meer over politiek te hebben. Maar nu ik toch weer begonnen ben: even dacht ik dat Bourgeois nonkel Jean-Marie bedoelde, die voor de verkiezingen een plekje kreeg op de lijst van de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Als onafhankelijke, weet je wel. Elke stem telt.

Volgens mij is ook nonkel Theo een behoorlijk zatte nonkel, al vinden de meesten dat niet aan tafel bij de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Nog altijd volgens mij vindt Geert Bourgeois dat wel, maar dan kijkt hij maar de andere kant op.

Het Vlaams Belang heeft ook zijn zatte nonkel. Vroeger hingen ze aan zijn lippen, nu hebben ze liever dat hij zwijgt. 't Is al goed, nonkel Filip, kun je nu horen, 't is al goed. Het Vlaams Belang is nu fatsoenlijk. 

Wel hebben ze voor de verkiezingen een plekje gegeven op hun lijst aan de piepjonge Dries. Als onafhankelijke, weet je wel. Dries is nog veel te jong en te nieuw in de familie om al nonkel te zijn. Hij is meer een zat aangetrouwd neefje, maar dat hebben ze nu nog niet door aan de tafel van het Vlaams Belang.

Ik moet het maar niet meer over politiek hebben. Ik doe het in de familie al lang niet meer, en zij ook niet. We praten wat, we drinken een glas, en we kijken allemaal een andere kant op.

dinsdag 18 juni 2019

18 juni (bis)


A plus tôt, zei ik tegen Annie, en ze lachte eens. Ja natuurlijk. A plus tôt! Ze lachte me niet uit. De Fransen zijn het gewoon, dat buitenlanders hun taal molesteren. Ze laten de domste fouten passeren, dat is aardig van ze. 

Zelf voelde ik me diep belachelijk. Ik kan in mijn geflatteerde zelfbeeld - wie heeft geen geflatteerd zelfbeeld? - vrij goed in het Frans uit de voeten, en dan zeg ik: à plus tôt. Natuurlijk wou ik zeggen: A plus tard. Maar net voor ik het zei, dacht ik: laat me nu maar eens A bientôt zeggen. Het had ook A tantôt kunnen zijn. Je hoeft niet zo verstrooid of wat warrig te zijn, om die dingen dan door elkaar te halen. 

Ik ben wel een beetje verstrooid. Het blijft een dwaze blunder, waar ik me nu nog om geneer. Ik was er beter niet over begonnen. Maar ik dacht: als ik het nu eens aan iedereen vertel, dan is het van me af. Missen is menselijk. Er lopen ook niet zoveel Fransen rond die uit de voeten kunnen met Tot zo, of Tot later, of Tot ziens. Dan heb ik het nog niet over Doei!  

Gisteren op het strand zaten vier vrouwen luidkeels en zonder stoppen te tetteren. Het was zo erg, dat ik er mijn oordopjes voor heb ingebracht. Op slag hoorde ik het klotsen van het water niet meer, en het lachen van de meeuwen. Dat was erg, maar minder erg dan het getetter van die vrouwen. 

Het rare was, dat ik met geen middel kon raden welke taal die vrouwen spraken. Niet dat ik zoveel talen ken, maar door de band vang je wel een paar woorden of klanken op die aan een taal doen denken. Iets Portugeesachtigs, of iets Slavisch, of Maghrebijns, of Fries. De toon had wel iets Scandinavisch, zodat mijn gade en ik besloten dat het misschien wel Fins was, of IJslands. 

Als iedereen nu eens dezelfde taal sprak, en dan bedoel ik niet per se slecht Engels, dan had je geen gedoe. Daar staat wel tegenover, natuurlijk, dat ik dan niet alleen gekweld werd door het getetter van die vier vrouwen, maar ook nog eens door wat ze zo allemaal tetterden. 

Anderzijds, ze tetterden natuurlijk zo hard, omdat ze wisten dat niemand hen verstond. In het andere geval hadden ze misschien, zoals dat hoort, met gedempte stem van gedachten gewisseld. Dan wist ik nog niet wat ze allemaal zegden, en kon ik wel het water horen klotsen. 

Misschien moet ik maar gewoon thuis blijven. Daar zeg ik tegen zo'n Annie: Allee, salukes! Geen gevaar dat ik me daarin mispak.

18 juni


Juni is meer dan halfweg en ik heb van de maand nog maar twee stukjes geschreven. Dat is wel een dal van productiviteit. Ik weet wel, kwaliteit en kwantiteit en zo. Over dat eerste zal ik mij in dit verband niet uitlaten. Ze hebben me geleerd dat je bescheiden moet zijn. Desnoods vals, maar altijd bescheiden. Ik ken schrijvers die daar geen last van hebben. Met kwantiteit overigens ook niet. Ik ken een schrijver met lang haar die al tachtig boeken gemaakt heeft. Daarnaar gevraagd zegt hij graag vals bescheiden dat Simenon er nog veel meer had. Maar goed, twee stukjes in een dikke halve maand, dat schuurt toch tegen de ondergrens. Wat te doen, als de inspiratie opdroogt? Het is een probleem. In het ergste geval, als het echt acuut wordt, kun je er een stukje over schrijven. Kwalitatief kan dat nooit veel voorstellen. Het is een ingreep, een truc van de foor. Daar trapt ook niemand in. Mensen zijn alert tegenwoordig, geef ze eens ongelijk. Maar kwantitatief heb je wel gescoord. Drie stukjes in een goeie halve maand, dat is een productietoename met vijftig procent. Alstublieft. In alle bescheidenheid.

17 juni

De kleintjes zijn weer uitgevaren in hun Optimistjes. Ze hebben felgekleurde zeiltjes in rood en groen en geel, je ziet ze haarscherp voor je uit tegen de horizon. Het is feestelijk. Je denkt: bestaat er iets nòg feestelijkers dan dit te doen, zwemmen in de zee en kijken naar die Optimistjes? 

Het antwoord is nee. Maar pas nu op: het is niet zomaar het zwemmen. Zwemmen is best zalig, als het water niet te koud is en niet te warm, er is genoeg wind voor een beetje golving maar niet zoveel dat je elke keer met je kop ver omhoog moet om lucht te happen. Dat is als je zoals ik op je buik zwemt. Beginnersmodus, nu al een jaar of zestig. Verder ben ik niet geraakt. Als ik echt moe word, draai ik op mijn rug. 

Je mond is nu naar boven, ademen gaat min of meer ongestoord. Af en toe kun je best wel eens omkijken. Het zal maar gebeuren dat nog zo'n rugzwemmer uitgerekend jou kant op komt. Die kans wordt wel kleiner naarmate je verder uitzwemt, maar je moet nog terug ook natuurlijk. Dat kun je beter niet vergeten: je moet nog terug. 

Het zal maar gebeuren dat de wind terwijl je uitzwemt van richting verandert. Kleine venijnige spattende golfjes slaan zonder ophouden op je kop. Het strand is op slag drie keer zo ver nog weg. En je ziet het niet, je zwemt op je rug. Maar dat is het ergste niet. Rugzwemmen is saai. Ik bedoel: echt saai. Boring is het beste woord, helaas weer Engels. Maar dat is precies wat rugzwemmen is. 

Je kunt alleen naar de lucht kijken. Die is meestal egaal blauw, bij grauw regenweer ga je niet gauw te water. Daar kun je dan naar kijken: een egaal blauwe lucht. Met wat geluk wil er wel een meeuw overvliegen. In het beste geval een mouette rieuse. Je kunt even meelachen, maar lang duurt het niet. Boredom cloudless and entire, in de onnavolgbare woorden van Martin Amis. 

Het zal allemaal wel erg blasé zijn. Dat gaat naar zee in juni, dat ligt op het strand te zonnen of zwemt een beetje, en dat klaagt dat het saai is. Maar zo heb ik het niet bedoeld. Ik wou net zeggen dat niets feestelijker is dan zwemmen in zee. Dat heb ik toch gezegd, hier helemaal bovenaan? Dat ik er ook graag nog iets bij te zien heb, is dat zo raar dan? Je gaat toch ook niet wandelen met je ogen toe? Of met je neus in de lucht? 

Maar het zal wel niet helpen. Dat heb je met communicatie: zeg maar om het even wat, gegarandeerd klinkt het helemaal anders. Interviewers weten dat goed. Daar wil ik nog eens heel goed over nadenken, zegt de geïnterviewde. Hoor ik u nu zeggen dat u het voorstel afwijst? Dat soort trucs. Nee, mijnheer. Ik zeg dat ik er nog eens heel goed over na wil denken. Ik zei alleen, dat zwemmen op de rug saai is.