Als
je in de zee niet kunt zwemmen, omdat het te koud is, of erop varen,
omdat je geen boot hebt, of eronder naar Engeland rijden, omdat je
daar niet moet zijn, dan kun je altijd nog in de zee lopen, met droge
voeten, want hoge laarzen, in de branding net waar het strand
begint, over de krakende schelpen, westwaarts, waar bij zonzondergang
met wat geluk overweldigende rood-oranje luchten te zien zijn, zoals
gisteren, boven en ver voorbij het nieuw-mondaine Nieuwpoort, terwijl
aan je rechterkant een vissersboot met je opvaart, de netten uit, een
dichte zwerm krijsende meeuwen in zijn zog, het is vloed, het strand
is smal, het brengt de mensen dichter bij elkaar, zoals dat hoort aan
de vooravond van weer een nieuw jaar, dat wel weer niet veel van het
vorige zal verschillen, maar nu doen we even alsof dat wel zo is,
wel zal zijn, het wordt een bijzonder jaar, je
moet honderd en één jaar wachten voor dat nog eens is, dat is veel
langer dan je wachten kunt, en hoe de wereld eruit zal zien in
eenentwintg eenentwintig, dat weet zelfs Jean-Marie Dedecker niet,
die toch burgemeester is van Middelkerke, waar ik morgen om nul uur
naar het vuurwerk ga kijken, dat wil zeggen in Westende, maar dat is
hetzelfde, en als je ook niet in de zee wilt
lopen, je kunt er altijd nog naar kijken, niets of niemand blijft
zolang hetzelfde als de zee, en altijd anders.
dinsdag 31 december 2019
zondag 29 december 2019
29 december
Nog
twee dagen. Dat is weer stressen. Zopas nog het kerstlijstje, nu weer
die voornemens. Eén nieuwjaars-voornemen kan nog gaan. Een leuke
hobby vinden, vooruit. Komt het er niet van, ik heb het me toch
voorgenomen. 't Is de
intentie die telt,
hoorde ik vroeger atijd. Maar een hele lijst? Ik zal me al eens
minder gauw druk maken. Oké. Ik zal al eens positiever
uit de hoek komen. Bon.
Ik zal me niet meer zo ergeren aan blaffende honden. Aan tegen mijn
brievenbus pissende honden. Aan in mijn voortuintje kakkende honden.
Aan op het strand voorbij de bordjes 'Honden niet toegelaten'
rondrennende honden. Aan los lopende, andere honden besnuffelende
honden. Aan amechtig naar adem happende doorgefokte platsnuithonden.
Ik weet het, ze kunnen het zelf niet helpen. Het zijn de baasjes.
Maar goed, al bij al valt het wel mee, zo'n lijstje. Negen
voornemens, dat zal voor het nieuwe jaar wel volstaan.
vrijdag 27 december 2019
27 december
De
verdubbeling is zeer slecht nieuws en zou de alarmbellen toch op rood
moeten zetten.
Grappig,
zo'n gecrashte metafoor, als het niet ging over de kansarmoede-index
van Kind en Gezin. Zo is het wel meer: je wilt eens goed lachen, maar
toch maar niet.
Gelukkig
krijg ik een foldertje in de bus van zo'n politieke partij. In mijn
stad staan een hoop leuke dingen te gebeuren. Zoals een nieuwe
bibliotheek. Onze
culturele trekpaarden X en Y volgen de plannen voor de nieuwe bib op
de voet, staat
er. Toch
maar eens goed lachen nu.
Het
trekpaard in de politiek, dat was alweer een tijd geleden. Een
cultureel trekpaard
is
volgens mij nog niet vertoond. Valt zo'n paard onder landbouw of
onder cultuur? Dierenwelzijn? Krijgt dat nog een beetje subsidie,
cultureel
zijnde?
dinsdag 24 december 2019
23 december
Heb
jij ook nieuwjaarsvoornemens? vraagt ze. Ze zegt new
year's resolutions.
Ik heb haar net The
Secret Diary of Adrian Mole, aged 13 3/4
geleend.
Dat
is nu eens een vraag die me overvalt. Ik beken dat ik al jaren geen
voornemens meer maak. Ik wel, zegt ze. Ik had altijd van die
voornemens, legt ze uit, van Ik zal meer studeren, weet je wel, dat
soort voornemens. Die werken hooguit een week of twee. Nu zeg ik: Ik
zal vaker een leuk boek lezen. Ik ga al eens wat meer op stap. Dat is
slim van ze. En ik? Tja. Ik ga een hobby zoeken, zeg ik. En dan: Nee,
ik ga een hobby vinden.
Een leuke hobby. Ze knikt instemmend. Wat voor soort hobby? had ze nu
kunnen vragen, maar ze doet het niet. Dat is wijs van ze. Wat voor
soort hobby? Daar denk ik nog over na, het is nog geen nieuwjaar.
maandag 16 december 2019
16 december
-
Het klinkt zo negatief. Zo zurig.
-
Ja, hoe het klinkt, dat is mijn departement niet. Ik schrijf het
alleen maar op. Er zit geen zuur in mijn inktpot.
-
Nee?
-
Ook geen zoet, dat is waar.
-
En toch. Het is zo -
-
Negatief? Dan moet je de krant eens lezen.
-
Het is -
-
Zurig? Dan moet je de opinies eens lezen. De
reacties
van lezers. Die hebben wel eens soude
caustique
in hun inktpot.
-
Wat
in hun inktpot?
-
Natriumhydroxide. Het
maakt in verdunde oplossing deel uit van gootsteenontstopper,
ontharingsmiddelen en haarontkrullers.
-
Zegt wie?
-
Zegt
Wikipedia.
woensdag 11 december 2019
10 december
'2030
is nog ver weg'. Citaat van het jaar, en van het komende decennium.
Van Jan Jambon. Met zo'n geruststellende boodschap kan ik vanavond
eindelijk weer onbezorgd naar bed. Ik hoop maar dat het waar is. Dat
niet Jan Jambon zelf heel ver weg is.
Vanmiddag
nog eens naar 't stad geweest. Met bus 21 van 14.15 u. Wat lopen, wat
kopen, krantje lezen, koffie drinken. Dat heet op
rust. En wat heb ik
daarbij geleerd? Dat er magnetische wimpers
bestaan. Ik heb ze zelf gezien, in het Kruidvat. Ze stonden daar ten
toon, ik had ze kunnen kopen. Dat
heb ik maar niet gedaan. Ik heb ze niet nodig, en daarbij zou ik niet
weten hoe ik ze op moet zetten. Of is het aan moet doen. Of is het
aan moet brengen.
maandag 9 december 2019
De taalhond baalt wéér
Het
is niet dat ik op zoek ga naar onmogelijke woorden, het is dat ze de
hele tijd op me af komen, als muggen in een zomernacht, ze zoemen om
m'n oren, ik sla en ik zwaai en ik trek het laken over m'n kop, maar
ze gaan niet weg. En ze worden al maar lelijker. Bilnaadzonnen,
kan dat ooit een woord
zijn? Ja, eigenlijk butthole sunning,
het stond in een Instagram-post (!) van influencer (!!) Metaphysical
Meagan (!!!) en kwam zo in De Morgen
terecht, waar ik het zag. Ja, influencer
is ook een woord. Ik zal niet uitleggen wat bilnaadzonnen is, want in
al zijn gruwel heeft het woord dan toch één goede kant: het zegt
precies wat het wil zeggen. Oké, bedankt, dankuwel. Tot nog eens. Ik
bedoel: tot hopelijk niet meer.
zaterdag 7 december 2019
6 december
Ik
had een goede vriend vroeger op school, met wie ik graag een potje
discussieerde. Vraag me niet waarover, het was diep in de vorige
eeuw. We stonden met een paar gasten na schooltijd te kletsen, en dan
werd er al eens met wat spek geschoten. Je wilt zo'n discussie graag
winnen. Als
het echt ging spannen, haalde
die vriend van me zijn nuclear option
boven. Daar moest ik aan denken vanavond, bij het debat op de BBC
tussen Jeremy Corbyn en Boris Johnson. Ik breng
echte verandering,
zei Corbyn. En Johnson: I'll get Brexit done.
Ja ja. En mijn grootvader,
zei mijn vriend dan, die kan een kanon optillen.
maandag 2 december 2019
2 december
Het
is nog al niet no de wuppe, dacht
ik ook wel eens, tot ik vandaag vernam dat John Richards ermee
gestopt is. John is 96, maar dat is niet de enige reden. 'Wij',
schrijft John, 'en de vele mensen die ons steunden overal in de
wereld, hebben ons best gedaan, maar de onwetendheid en de luiheid in
deze moderne tijd hebben gewonnen.'
John
Richards werkte zijn hele leven in de journalistiek. Toen hij in 2001
als redacteur op rust ging, richtte hij de Apostrophe Protection Society op.
Hij kon het niet meer aanzien hoe de mensen al maar slonziger
omgingen met de apostrof in de Engelse taal. Terwijl je maar drie
regels moet kennen om het altijd goed te doen.
Het
heeft niet mogen zijn. Ignorance and laziness
have won, en Richards
geeft zijn strijd voor de much-abused apostrophe
op. De luie Britten kunnen met een gerust gemoed hun apostroffen op
alle foute plekken neerzetten of weglaten. Maar dat was al zo, ze
wisten het toch niet.
donderdag 28 november 2019
De taalhond baalt weer
Nog
niet geheel hersteld van het woord conculega, bots
ik vandaag op prosument. Als
ik het goed begrijp, al weet ik niet of ik dat wil, verwijst het naar
iemand met zonnepanelen op z'n dak, of een windmolen in z'n tuin. Zo
iemand maakt elektriciteit terwijl hij er ook verbruikt. Produceert
terwijl hij consumeert,
begrijp je? Heb je het begrepen? Misschien wil je ook liever niet.
maandag 25 november 2019
24 november
Yet, like all
men who are preoccupied with their own broadness, he was
exceptionally narrow.
(En
toch, zoals alle mannen die zo graag breeddenkend zijn, was hij
uitzonderlijk eng van geest. )
He
is Harold Piper, de sullige echtgenoot van Evelyn uit The
cut-glass bowl van
F. Scott Fitzgerald,
geschreven in 1919.
De
zin intrigeerde me toen ik hem zag, heel in het begin van het
verhaal, toen ik nog geen idee had wat er te gebeuren stond, en
welke rol de glazen kom erin zou spelen. De zoveelste variant van een
Grieks drama - je weet van meet af aan: dit komt niet goed.
Een
afgewezen minnaar geeft de bowl
van geslepen glas aan zijn geliefde als huwelijkscadeau. Ik geef je
iets, zegt hij, dat net zo hard is als jij, en net zo mooi en zo leeg
en waar je net zo makkelijk doorheen kunt kijken. Ze is er nog mee
ingenomen ook, ze zet de enorme kom op een prominente plek in haar
huis, en je denkt: o nee.
Maar
dat is niet de reden waarom de zin is blijven hangen. Een goed
gebouwde zin, de lange aanloop naar het misleidende broadness,
het bruuske komaf met narrow.
Waarom klinkt hij vertrouwd? Het is de structuur: Ik ben een
verdraagzame man, maar... Alleen is hier de aanloop kort, de
broadness
is snel afgewerkt. Het is de narrowness
die breed wordt uitgesponnen.
donderdag 21 november 2019
21 november
Ik
hou niet van dat woordje senior.
Ik vind het een vals en neerbuigend woord, iets voor het
marketingvolk en weer een van zijn doelgroepen. Laat men
mij rustig een oude man
noemen. Desnoods een oudere man,
ook een beetje vals, omdat ouder
toch nooit minder
dan oud kan willen
zeggen.
Noem
mij dan boomer,
als het echt nodig is. Voor jagger
ben ik gelukkig te oud. Wel gepensioneerd, maar niet meer jong en al
helemaal niet zo actief. Ik wil graag wat in mijn luie stoel
uithangen als het buiten regent. Mag ik even? Geen stappenteller van
doen.
Köpskam,
ziedaar een woord naar mijn hart. Tant pis
dat het Zweeds is. Senior
is ook Latijn. Koopschaamte,
maar dat is het niet. Veeleer kooponwil.
Ik heb dat ook. Anders dan belevingsshoppers,
die in winkels rondhangen voor hun plezier, alsof daar iets te
beleven
is, hou ik me ver van het koopgebeuren. Alleen als het niet anders
kan, loop ik een winkel binnen en koop er iets. Uit koopnood,
zeg maar. Mijn aankoop
is een noodaankoop. Betalen en wegwezen. Dat is ook precies wat de winkelier van mij verwacht.
maandag 18 november 2019
18 november
It's a poor sort of
memory that only works backwards.
Voor
de Witte Koningin uit Through the Looking Glass is
het makkelijk, zij leeft achterstevoren. De Koningin doet een
pleister op haar vinger, en begint wat later te gillen. Mijn vinger
bloedt! roept ze. Wat scheelt er? vraagt Alice. Heb je in je vinger
geprikt? Nog niet, zegt de Koningin, maar dat ga ik zo meteen doen.
Als ik m'n sjaal vast wil maken. De broche springt altijd open. En
jawel. Dat verklaart het bloeden, zie je, zegt de Koningin. Nu versta
je hoe de dingen hier gebeuren. Maar waarom huil je nu niet? wil
Alice weten. Nou, zegt de Koningin, dat heb ik toch al gedaan.
Achterstevoor
leven: Merlijn kan het ook, in The Once and Future
King van Terence H.
White. En Tod T. Friendly in Martin Amis' Time's Arrow. Wel geen vrolijk
verhaal, dat laatste.
Een
memory that also works forwards, zou
dat niet handig zijn? Best wel. Handig. Leuk? Dat weet ik zo niet.
Dat hangt af van wat er zo al gaat gebeuren. Wil ik dat weten? Ik
weet het niet. Ik denk het niet. Misschien liever niet. Laat maar
eerst gebeuren. Of het leuk was, zie ik dan wel. Toch maar backwards,
dus.
vrijdag 15 november 2019
De taalhond baalt
Bij
mij op de ontbijttafel staat een botervlootje van Colruyt, met
halfvolle boter erin. Het deksel meldt dat de boter 'veggie' is,
en een nutri-score
D heeft. Dat is allemaal goed en wel, al is D ook weer zo vet niet.
Of net wel. En dan staat er ook, dat de boter koelkastsmeerbaar
is. Hallo? Het is erg genoeg, dat ze bij Delhaize lijngevangen
kabeljauw verkopen. Daar kun je met veel goede wil nog iets in zien:
de vis is met de lijn gevangen. Ik eet toch al uit machinegewassen
borden. Met de machine gewassen, oké dan. Tweeloopgeschoten
fazant, waarom niet.
Maar met de koelkast smeerbare boter? Of is hij in
de koelkast smeerbaar?
Dat heb ik nog niet geprobeerd. Zouden ze bedoelen: de boter is
smeerbaar als hij uit de
ijskast komt? Zoiets als blikeetbare
sardientjes? Kelderdrinkbaar
bier? Doosdraagbare
schoenen? Ja, waarom eigenlijk niet?
![]() |
Klik om te vergroten |
woensdag 13 november 2019
13 november
Het politieke
debat is veel vuiler dan vijftien jaar geleden,
zegt Martin Hultman van het expertisecentrum over klimaat-ontkenning
in Göteborg. Ik las het in dS Weekblad,
het weekendmagazine van De Standaard.
Het stuk ging over de vraag waarom vooral oudere mannen het zo
moeilijk hebben met de jonge, vaak vrouwelijke klimaatactivisten.
Daarbij komen de sociale media, die een megafoon
zetten op de onderbuik van de samenleving.
Dat was afgelopen week, het aankomend asielcentrum in Bilzen was nog
niet in brand gezet. Wat in de nasleep van de brandstichting op die
'sociale media' te horen was, valt al lang niet meer onder de noemer
'vuil'. Dat was niet meer de onderbuik van de samenleving, maar wat
zich nog een eind verder onder die buik bevindt. De geluiden die daar
gemaakt worden, nee, bedankt.
vrijdag 8 november 2019
8 november
Nog
eens aan 't lezen: Alice in Wonderland.
In het Engels, dat moet haast ook. Het boekje wemelt van de
woordspelingen, die het in een andere taal niet doen.
Do cats eat
bats? vraagt Alice zich
af, terwijl ze in het konijnenhol aan het vallen is. Do
cats eat bats? Do cats eat bats? De
val duurt eindeloos, dus doet ze de tijd dood, door onder meer aan
haar kat Dinah
te denken. Daarbij dommelt ze haast in, en raakt wat in de war. Do
bats eat cats?
Ik
heb hier thuis nog een oude Nederlandse vertaling. Eten
katten vleermuizen?
Eten vleermuizen katten?
Het werkt niet.
De
belevenissen van Alice zijn wonderbaarlijk.
Curiouser and curiouser! vindt
ze zelf ook. Mossie, mossie, wat gek!
wordt dat. In het Nederlands, inderdaad.
Mine is a long
and sad tale, zegt de Muis. It is a long tail, certainly, antwoordt
Alice, but why do you call it sad? Arme
vertaler. Ach, mijn verhaal is lang en droevig,
zei de Muis. - Is het verhaal even lang en droevig als Uw staart?
Het
gaat niet. Dat is niet de fout van de vertaler, maar van Lewis
Carroll en zijn taalspelletjes.
Mijn
meest geliefde figuur tot nog toe (ik ben pas in hoofdstuk zes) is de
Caterpillar
uit hoofdstuk vijf. Een streng en nukkig figuur. Explain
yourself! zegt hij
tegen Alice. Dat kan Alice niet, because I'm not
myself, you see. - I don't see, zegt
de Rups. One doesn't like changing so often, you
know, zegt Alice. I
don't know, zegt de Caterpillar. Al bij al is hij toch een geschikte rups, hij geeft
Alice een tip voor hoe ze weer groter kan worden.
Vanavond
in bed hoofdstuk zeven: A Mad Tea-Party.
Ik kan niet wachten.
donderdag 31 oktober 2019
31 oktober
Het
leven is als een trechter, zei Vladimir. Hij was waarschijnlijk in de
veertig, ik amper goed twintig. Maar ik begreep perfect wat hij
bedoelde, toen nog aan de wijde bovenkant. Vandaag zit ik een flink
eind dieper, waar de trechter stilaan op zijn smalst wordt. Het ging
over kansen en keuzes, tegenwoordig graag opties
genoemd. Van haast onbeperkt naar vrijwel nihil, onderaan waar de
tuit begint. Hoe lang die nog is, maakt niet zoveel meer uit. Maar Vladimir was een goedgeluimde man, zachtaardig, minzaam, innemend,
wijs. Een goede leermeester, aan wie ik gaarne terugdenk. Hij is
waarschijnlijk in de negentig, ik hoop dat hij het goed maakt. До
свида́ния, Владимир.
zaterdag 26 oktober 2019
26 oktober
Er
is nog even tijd om het lelijkste woord van 2019 te bekronen, maar ik
zie niet gauw iets nog lelijkers opduiken dan fwa.
Niet eens een woord, maar een fonetische benadering van de manier
waarop vele Vlamingen of wat
proberen te zeggen, op het einde van een zin, met vraagteken, veelal
ten teken van misprijzen. Voelde gij u nie goe
fwa? Ik zag het voor
het eerst in de reclameboodschap van Bicky Burger.
Een soort superman verkoopt een vrouw een klap, omdat ze hem een
hamburger aan wil smeren die niet van Bicky komt. Fake Bicky, fwa? zegt hij.
Over de smaak van hamburgers valt niet te redetwisten. Wel over die
van spraak- en anders gestoorde reclamemakers. Overigens vind ik
verrommeling
tot nog toe het mooiste woord, voor hoe we hier met (onder meer) onze
open ruimte omgaan.
woensdag 16 oktober 2019
16 oktober
Mijn
tuin betreed ik tegenwoordig met tastende tred. Dat komt niet alleen
omdat het gras veel langer is dan anders rond deze tijd. Ik hang nu
de nieuwe leer aan ter zake, die wil dat gazons niet kort meer worden
gemaaid, in het belang van de bloemetjes en de beestjes - de
biodiversiteit
voor wie het graag mooi ziet.
Het komt ook omdat het bezaaid is met
honderden kastanjes, eerder en nog recentelijk uit de boom gevallen,
alsmede met vele tientallen appels, ook eerder en nog etc. Mij dus
behoedzaam over het smakelijk tapijt bewegend, raap ik de kastanjes
op, en de appels die nog niet rot zijn, hooguit wormstekig, dat wil
zeggen, met een jantje nul
erin, ook al is dat aan de buitenkant niet altijd goed te zien.
Verder pluk ik het laag hangend fruit, omdat ik niet bij het hoog
hangend kan komen zonder gevaarlijke dingen met ladders te doen, ik
ben niet gek. In de komende dagen ben ik van plan de mensen in mijn
omgeving met de vruchten van mijn tuin te verblijden. Ik bied ze
appels en kastanjes aan per stuk, per half of heel dozijn, per kilo
of veelvouden daarvan, voor niets, zolang de voorraad strekt. In de
hoop dat verblijden
het juiste woord is.
zondag 6 oktober 2019
6 oktober
Het is niet omdat de minister-president een telefoonspelletje speelt, dat hij niet luistert. Als het kabinet
van de minister-president dat zegt, zal het wel zo zijn, ook al
klinkt het als de uitvlucht van een balsturige tiener. Het kabinet is
nog heel vers, zoals ook de minister-president, maar ze zullen elkaar
wel goed kennen. Je moet onvermijdelijk denken aan die andere
president die golf speelt of naar de televisie kijkt terwijl hij
luistert. Ook het taalgebruik toont sterke gelijkenissen (te laat,
te laat, da gade gij nie bepalen.)
Volgens mij is telefoonspelletjes spelen in volle parlementsdebat,
minister-president zijnde, een impeachable offence. Laten
we er, anders dan de Amerikaanse vrienden, maar goed op tijd mee
beginnen.
vrijdag 4 oktober 2019
s.d.
Omdat
het toch zondag is en er is niets te doen en het regent, pak ik mijn
telefoontje dat tegenwoordig ook fototoestel is en dicteerapparaat en
radio en televisie en gazet, en drukkend op het prentje NWSvrt zie ik
daar staan: Live, De zevende dag.
En ik denk: nee, zo is het al zondag genoeg, en ik denk nog: daar ben
ik niet voor naar hIEr gekomen, om te moeten zien wat ze dAAr weer
allemaal vertellen, rond de tafel, met achter ze een zorgvuldig
geselecteerde selectie van modale Vlamingen die mogen meekijken en
zelfs af en toe in beeld komen, als achtergrond. En ik doe mijn
telefoontje weer weg, dat ook televisie is, en neem mijn boek en lees
nog wat. De Kapellekensbaan,
maar dat had iedereen al wel begrepen.
s.d.
In
mijn vrije tijd, waar ik veel van heb, leg ik mij onder andere dingen
toe op het maken van lijstjes. Nieuw is mijn lijstje van Overbodige
Voorwerpen, waarvan men de productie en verkoop volgens mij zou
moeten verbieden, ter bescherming van de al maar schaarser wordende
grondstoffen die ze gebruiken. Neem nu zo'n zwiepstokje met een
balletje erop. Je moet het stokje zwaaien en met een ruk doen
stoppen, zodat het balletje wegvliegt. Je hebt ook nog een hond
nodig, die het gaat halen en naar je terug brengt. Nu kun je zo'n
balletje ook gewoon gooien, dus is het zwiepstokje overbodig. De hond
volgens mij ook, in de meeste gevallen, maar dat durf ik niet goed
hardop te zeggen.
s.d.
De
dag dat ik ontdekte hoe lekker mijn Kobo-reader precies in mijn
achterzak paste, was ook toen ik iets later op een muurtje ging
zitten en een scherpe krak
hoorde. Dat was een week of twee voor ik op een avond bij een kop
koffie op de laptop zat te tikken, en toen de volle kop over het
apparaat omver gooide. Het brengt de breuk- en verlieslijst van deze
uitstap voorlopig op vier: horloge, bril, reader, laptop. Het zal de
aandachtige lezer niet ontgaan, dat de verloren en kapotte voorwerpen
al maar duurder worden. Maar dat is natuurlijk toeval.
zondag 1 september 2019
1 september
Men
heeft mij als kind nog moeten uitleggen dat de koning ook naar de wc
moest, en zelfs de paus. Ik had grote moeite om me dat voor te
stellen. Nu lukt het beter, al tracht ik het niet te vaak te doen.
Sinds vandaag weet ik dat de Heilige Vader ook in een lift vast kan
zitten. De serieuze media hebben plaats gemaakt op hun eerste pagina
om het mij te melden. Ik die dacht dat een beetje paus zich van een
wolkje of van intens gebed bediende om op te stijgen of neer te
dalen.
Een vliegtuigtrapje, dat heb ik nog wel eens gezien, met een
paus erop. Bijna altijd waaide het ook en zag je zo'n witte flap van
het pauselijk gewaad om zijn oren slaan. Komisch! Maar goed, van deze
Franciscus mag er al eens gelachen worden.
Noem mij een cynicus, maar
volgens mij is dat hele liftverhaal weer een pr-stunt. Het maakt de
man menselijk en sympathiek, en intussen vergeten we even vragen te
stellen over de zin of onzin van de Roomse en andere kerken. Zo'n
paus die gewoon zijn neus snuit.
zaterdag 24 augustus 2019
24 augustus
Ik
loop niet graag rond in kleren met boodschappen op. Als ik iets koop,
zie ik erop toe dat er geen ongein op te lezen valt. Menige keer al
viel mijn oog op een aantrekkelijk t-shirt of een aardige trui, tot
ik het kledingstuk omdraaide en zag dat het weer van dat was. Ik heb
daar niets op tegen, maar ik laat het liever aan anderen over om
daarmee rond te lopen. Zo erg moet het natuurlijk niet worden als de
man van middelbare leeftijd die ik hier door de stad zag flaneren in
een zwart t-shirt met de boodschap: Keep calm, I'm
a doctor. Maar kijk,
een week of wat geleden kocht ik in een bekende Duitse discountwinkel
een keurig t-shirt in grijs en blauw, nadat ik het voor en achter op
onbeschrevenheid had gekeurd. Ik liet het trots aan mijn gade zien.
Weet je, dat er iets op staat? vroeg ze. Jawel. Op de linkermouw, in
onopvallende zwarte letters. Certificate of
Authenticity, 2011. Moet
ik daarmee de straat op? En wat wil het ook zéggen? En als het niets
wil zeggen, waarom staat het er dan op? En waarom altijd weer in het
Engels? Ja, zo'n paraplu met Merde il pleut waar
ik iemand eens mee zag, die wil ik doodgraag hebben.
Dat noem ik een
zinvolle boodschap. Daar kan eenieder zich in vinden, op een klamme
regendag. Maar ik heb hem helaas nergens nog gezien.
maandag 19 augustus 2019
19 augustus
Of
de Vlaamse leeuw een rode dan wel een zwarte tong moet hebben, daar
gaat naar ik verneem in het thuisland het debat over. Historisch was
de tong rood, maar mettertijd is hij in bepaalde kringen zwart
geworden. Rood was er zo al geen geliefde kleur, in combinatie met
zwart en geel werd hij ondraaglijk. Onverdraaglijk. Wat een hoop
onzin. Vlaggen. Ons
en hun, en
hun zijn altijd de slechte. Never mind
dat de toestand van de planeet zorgwekkend is. De Vlaamse voorhoede
voelt zich niet aangesproken. Maar voor haar zwarte leeuw wil ze wel
nog eens de barricades op.
vrijdag 16 augustus 2019
16 augustus
In
Rochefort in het Franse departement Charente Maritime heb ik het
woord transbordeur
geleerd. Voluit is het pont transbordeur, de
naam van een 66 meter hoog ijzeren
![]() |
Klik om te vergroten |
donderdag 1 augustus 2019
1 augustus
On a eu un très
beau mois de juillet,
hoor ik een man zeggen op de markt. Vandaag is 1 augustus. Hij moet
het over juli hebben voor ik hier arriveerde, op de vlucht voor de
canicule in
het binnenland. Het mooie weer wordt nu al een week gemaakt in
onvoorspelbare en vooral korte opklaringen, als de zon even door een
gat in het wolkendek breekt. Als het niet blijvend regent. Als de
buien op tijd stoppen. Als de wind even wil gaan liggen. Als de
ochtendmist optrekt. Als het kwik toch eens de twintig haalt. Pluie,
pluies éparses, averses, rares averses, brumeux, nuageux, très
nuageux, pluie orageuse, averses orageuses, risque d'orages, brume,
bancs de brouillard.
Dat zullen ze hier met un très beau juillet
bedoelen. En het is nog waar ook. De heuvels, de baaien, de rades
en de pointes,
de zee in Finistère: ze verdragen geen al te blauwe lucht. Ze komen
pas tot hun recht onder dikke grauwe wolken, met hier en daar, af en
toe, niet te lang, een priemende zonnestraal voor het effect. Als het
zo mooi niet was, ik was hier al weer weg.
-
Overdrijf je niet een beetje?
-
Ja, oké. Een beetje.
dinsdag 23 juli 2019
22 juli
Vandaag
rond de middag wees de teller op mijn auto precies 150.000 km aan.
Het was ergens tussen Guéret en Poitiers, en het was bloedheet. Er
is een verband. Mijn auto heeft geen airco. Als het te warm wordt,
draai ik de raampjes neer. Maar als het écht te warm wordt, kan ik
ze beter toe laten, zoals de mensen doen die wel airco hebben. La
clim, zeggen ze hier.
Want de lucht die binnen stroomt is zo heet, mijn auto lijkt wel een
haardroger. Hij is inmiddels ruim elf jaar oud. Binnenkort mag ik er
Antwerpen niet meer mee binnen. Tant pis,
ik stap wel op de tram in Melsele. Ik geloof niet dat de tram naar
Antwerpen airco heeft. Hij gaat wel ondergronds, het zal daar wel
koel zijn. Ik rij te veel met mijn auto, ik weet het. Vooral op
vakantie. Dan trek ik maar van hot naar her, in plaats van rustig
thuis in mijn tuin te zitten en van de warme zomers te genieten die
we daar tegenwoordig hebben. Er is weer een verband, vrees ik.
zondag 21 juli 2019
21 juli
Het
past op deze dag eens na te denken over mijn land België. Wat voel
ik voor dat land? Het is moeilijk te zeggen. Ik kan er lange tijd uit
weggaan zonder het te missen. Het gezelschap van landgenoten zoek ik
dan niet op, om het zo maar te zeggen. Hoor ik op een markt of een
terras plots de klanken van mijn taal, in een van de vele varianten
die die rijk is, als rijk het juiste woord is, dan krijg ik niet
meteen een warm gevoel. Om het zo maar te zeggen. Toch heb ik een
België-gevoelige plek. Die wordt beroerd zo gauw anderen zich tegen
mijn land keren. Het een hell-hole
noemen, bijvoorbeeld, of een failed state, of laatdunkend zeggen dat België not
a nation is, maar an
artificial construct.
Dat laatste hoor je ook vele Belgen zelf zeggen. Ze doen dat beter
niet. Dat is dan wat ik voor mijn land voel. Het is niet zo veel,
maar laat me het. Overigens zijn alle landen artificial
constructs. Het zijn
abstracties, ze bestaan niet in het echt. Ze zijn van de maan
onzichtbaar. Dat is prima. Ook België, niet meer dan de rest.
zaterdag 20 juli 2019
19 juli
Hoe
lang ik hier al kom, ik weet het niet. Lang. Altijd wel voor een week
of twee. Ik ken het onderhand wel een beetje. De halve marathon. Het
concert met Radio France op het plein voor de kathedraal. Dit jaar
The Amazing Keystone Big Band - in
Frankrijk rijmt band
met bande.
De zweefvliegers en helikopters op de aérodrôme
uit de slotscène van La Grande Vadrouille.
De Montée Jalabert die
precies daar aankomt. De plat du jour
in de Provençal.
Wat ik miste al die tijd was een plek om eens lekker te zwemmen. Die
heb ik vandaag gevonden. Met dank aan de twee buren-forellenvissers
die mij de weg wezen. Met dank voor de forellen. Geen 25 kilometer
hier vandaan, op duizend meter hoogte, de Lac de
Ganivet. Een beetje
weggestoken achter de dennen en de heuvels, gelukkig maar. Je kunt er
in de schaduw afkoelen en opwarmen in de zon. Je kunt er op het
terras voor drie euro een glas wijn én een koffie
drinken, service
au bar. Un
café long, vraag ik,
en de barvrouw zegt: un café allongé?
In de Provençal gaat het anders. Ik: Un café
allongé, s'il vous plaît.
De kelner, luid roepend naar de bar: un café
long! De Fransen
beslissen graag zelf, hoe hun taal gebruikt wordt. Dat ik die
zwemplek nu gevonden heb, maakt me blij. Dat ik ze al die jaren niét
gevonden heb, dat maakt me dan weer boos. Op mezelf. Daar heeft
verder gelukkig niemand last van.
dinsdag 16 juli 2019
16 juli
Die
maand juli is vergeven van de feestdagen. Fourth of July, nu ook met
tanks. Quatorze juillet nooit zonder schietgeweren. Elf
juli: leeuwengezwaai. Eenentwintig juli, België rolt zijn vorst nog
eens uit. Dan hebben we het nog niet over mijn verjaardag. Die vier ik zonder vlagvertoon of geroffel op trommen, in het
buitenland ook nog. Geen toespraken, vuurwerk al
helemaal niet. Mijn kinderen bellen, ik krijg van hier en daar een berichtje. De
afzender durft zich al eens van dag te vergissen - ik word oprecht
gefeliciteerd, terwijl er nog vijf volle dagen te gaan zijn. Dat is
oké, het maakt niets uit. Met die T*** in Washington moet je dat
niet proberen, natuurlijk.
dinsdag 9 juli 2019
9 juli
Je
moet omhoog voor Les Bories. Eerst
over het bruggetje over de Lot, nog een bescheiden beek, pas
vertrokken niet ver van hier, zoals ook de Chassezac en de Allier.
Onder het piepkleine viaducje van de spoorweg door waar een paar keer
per dag een treintje knarsend voorbijkomt. Je hoort het alleen, het
blijft achter de bomen. De weg slingert en klimt gestaag, eerst naar
Les Bories Basses,
dan verder tot Les Bories Hautes.
Je moet voorbij de boerderij met de vele honden, die vroeger
losliepen en je grommend en blaffend de weg versperden. Menige keer
hield hier mijn avondwandeling op. Nu liggen de beesten aan de
ketting, ik kan verder omhoog, tot boven, waar plots het hele
landschap openvalt. Beneden is het al flink aan het schemeren, hier
loop ik nog in de laatste zon. Daar moet ik een foto van nemen. Weer
- ik heb die foto al vele keren. Nu met koeien, de laatste keer nog
schapen. In het strijklicht van de ondergaande zon. Er ontbreekt
alleen nog vioolmuziek. Gelukkig.
![]() |
Klik om te vergroten |
dinsdag 2 juli 2019
2 juli
Waar
kom je een woord als Stambouliotes
tegen? In Le Monde,
in een stuk over Ekrem Imamoglu. Dat is de nieuwe burgemeester van
Istanboel. Zo heten de mensen in zijn stad in het Frans. Er zijn er
zestien miljoen, zegt Le Monde. Dat maakt van Ekrem Imamoglu best een
belangrijke man. Zijn stad heeft de helft meer inwoners dan heel
België. Het kan sommige regeringsleden en burgemeesters van kleine
stadjes zoals Antwerpen tot enige nederigheid inspireren. Wat kunnen
we van Ekrem Imamoglu verwachten? Dat heeft hij zelf gezegd. De
economie een duw in de rug geven, de armoede bestrijden, het
wegverkeer weer vlot krijgen, het afval beter recycleren, hier en
daar wat meer groen. Het klinkt verfrissend bescheiden. Als hij het
allemaal gedaan krijgt, zullen zijn zestien miljoen Stambouliotes
goed bediend zijn. Lezen ze Le Monde in Brussel?
1 juli
Ik
heb eerder bericht over mijn nieuw horloge, dat ik in wou ruilen voor
een ander, waarop je wel kon zien hoe laat het was. Nu dat is
mislukt. De dame van de winkel ontving mij allerhartelijkst, maar
stelde even goed onverbiddelijk vast dat er al een paar krasjes op
mijn horloge zaten. Was toch direct gekomen, sprak ze vermanend, en
ze stuurde mij met mijn nu officieel niet langer nieuw horloge
huiswaarts. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het over
mijn bril hebben. De reservebril die ik gebruik nadat mijn nieuwe
bril, zoals hier eerder is beschreven, verloren raakte op een strand
in Bretagne. Gebruikte. De reservebril is stuk. Vraag me niet te
beschrijven wat er precies aan hapert, ik ken al die brillentermen
niet, maar de dame van de brillenwinkel had niet het gerief in huis
om hem te herstellen. Ze kon wel een en ander laten komen, maar dat zou
weer te lang duren: ik wil stilaan weer eens weg van de plek waar ik
ben. Ze zei dat ik vast vooruit kon bellen, naar een winkel in de
stad waar ik naar toe ging, om het nodige al te bestellen. Ze legde
op een briefje nauwgezet uit wat het probleem was, zo van une
des dents est cassée dans le cavalier de l'oeil droit,
en welke pièce détachée
ik nodig had. Ik heb haar oprecht bedankt, en nu zit ik hier met dat
briefje. Ik kan het niet gebruiken, omdat ik niet weet waar ik naar
toe wil. Ondertussen behelp ik mij met mijn tweede reservebril. Die
heb ik gelukkig in een vlaag van grote vooruitziendheid met mijn
spullen ingepakt. De wereld ziet er nu wel een beetje waziger uit. Misschien is hij dat gewoon ook geworden.
zondag 23 juni 2019
23 juni
Gezien
op de markt: een man met een t-shirt waarop stond: Un
mec comme moi, ça ne se fait plus. Geestig,
en nog waar ook. Toen keek ik naar zijn gezicht. Man, wat liep die
man te balen! Ruzie met het lief, tegen zijn zin de markt op
gestuurd, kon het kraam met de virgules
niet vinden. Ik weet niet wat er aan de hand was, maar de moraal is
duidelijk: koop geen t-shirts met geestige spreuken, want voor je het
weet, ben je vergeten wat erop staat, en valt je norse kop pas echt
op.
Gehoord
op het terras:
Ober:
On s'occupe de vous?
Klant:
Non.
Kijk
zo voel ik me ook wel eens. Of dat goed is of slecht, hangt van de
situatie af.
zaterdag 22 juni 2019
22 juni
Ik
heb een nieuw horloge gekocht. Mijn vorige was ik kwijt geraakt. Ik
mag niet zeggen: mijn oude, want het was nog behoorlijk nieuw. Mijn
oude horloge ging al een hele tijd mee, maar toen viel de wijzer
eraf. Ik bracht het naar de hersteller, hij zette de wijzer er weer
aan. Toen viel ie er weer af. Na twee keer gaf de hersteller het
op, en kocht ik een nieuw horloge. Dat ben ik dan kwijt geraakt, ik
denk in de douche. Zeker is dat niet. Het is zoals mijn bril.
Die ben ik denk ik kwijt geraakt op het strand. Maar ook dat weet is niet zeker. Ik ben al best wat brillen kwijt geraakt, maar ik wil het
nu over mijn nieuwe horloge hebben. Het ziet er erg goed uit, en
duurder dan het geweest is. Ik was best in mijn nopjes toen ik de
winkel uitstapte. Vraag eens hoe laat het is, zei ik tegen mijn gade.
Dat is onder ons een oud grapje. Hoe laat is het? vroeg mijn gade. Ik
zei het haar. Later op het strand vroeg ze het weer eens. Ik keek op
mijn horloge, maar ik kon niet zien hoe laat het was. De wijzerplaat
schitterde te veel in de zon, de streepjes en de wijzers waren te
dun, de secondewijzer zag er veel te veel als de minutenwijzer uit.
Ik denk dat ik dat horloge ga omruilen. Dat mocht, stond er op de
bon. Ik kies nu een horloge met dikke wijzers, zonder secondewijzer,
met vette goed leesbare cijfers. Ik zie me de winkel al uitkomen. Hoe
laat is het? vraagt mijn gade. Later, zeg ik. Op het strand.
donderdag 20 juni 2019
20 juni
In
elke fractie zit wel een zatte nonkel,
vindt Geert Bourgeois. Dan
moet je maar even de andere kant opkijken. Het is een sterk beeld, en
een zwak excuus.
Hij doelt op Vox, de Spaanse nationalisten in zijn ECR-fractie, die,
anders dan de Vlaams-nationalisten en Geert Bourgeois, hun land bij
elkaar willen houden, en dus niets moeten van de Catalaanse
nationalisten, die, zoals hun vrienden de Vlaams-nationalisten, van
hun land af willen.
Ik
neem me nog zo vaak voor het niet meer over politiek te hebben. Maar
nu ik toch weer begonnen ben: even dacht ik dat Bourgeois nonkel Jean-Marie bedoelde, die voor de verkiezingen een
plekje kreeg op de lijst van de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Als
onafhankelijke, weet je wel. Elke stem telt.
Volgens
mij is ook nonkel Theo een behoorlijk zatte nonkel, al vinden de
meesten dat niet aan tafel bij de Nieuw-Vlaamse Alliantie. Nog altijd
volgens mij vindt Geert Bourgeois dat wel, maar dan kijkt hij maar
de andere kant op.
Het
Vlaams Belang heeft ook zijn zatte nonkel. Vroeger hingen ze aan zijn
lippen, nu hebben ze liever dat hij zwijgt. 't Is al goed, nonkel
Filip, kun je nu horen, 't is al goed. Het Vlaams Belang is nu
fatsoenlijk.
Wel hebben ze voor de verkiezingen een plekje gegeven op
hun lijst aan de piepjonge Dries. Als onafhankelijke, weet je wel.
Dries is nog veel te jong en te nieuw in de familie om al nonkel
te zijn. Hij is meer een zat aangetrouwd neefje, maar dat hebben ze
nu nog niet door aan de tafel van het Vlaams Belang.
Ik
moet het maar niet meer over politiek hebben. Ik doe het in de
familie al lang niet meer, en zij ook niet. We praten wat, we drinken
een glas, en we kijken allemaal een andere kant op.
dinsdag 18 juni 2019
18 juni (bis)
A plus tôt,
zei ik tegen Annie, en ze lachte eens. Ja natuurlijk. A plus tôt! Ze
lachte me niet uit. De Fransen zijn het gewoon, dat buitenlanders hun
taal molesteren. Ze laten de domste fouten passeren, dat is aardig
van ze.
Zelf voelde ik me diep belachelijk. Ik kan in mijn geflatteerde zelfbeeld - wie heeft geen geflatteerd zelfbeeld? - vrij goed in het Frans uit de voeten, en dan zeg ik: à plus tôt. Natuurlijk wou ik zeggen: A plus tard. Maar net voor ik het zei, dacht ik: laat me nu maar eens A bientôt zeggen. Het had ook A tantôt kunnen zijn. Je hoeft niet zo verstrooid of wat warrig te zijn, om die dingen dan door elkaar te halen.
Ik ben wel een beetje verstrooid. Het blijft een dwaze blunder, waar ik me nu nog om geneer. Ik was er beter niet over begonnen. Maar ik dacht: als ik het nu eens aan iedereen vertel, dan is het van me af. Missen is menselijk. Er lopen ook niet zoveel Fransen rond die uit de voeten kunnen met Tot zo, of Tot later, of Tot ziens. Dan heb ik het nog niet over Doei!
Gisteren op het strand zaten vier vrouwen luidkeels en zonder stoppen te tetteren. Het was zo erg, dat ik er mijn oordopjes voor heb ingebracht. Op slag hoorde ik het klotsen van het water niet meer, en het lachen van de meeuwen. Dat was erg, maar minder erg dan het getetter van die vrouwen.
Het rare was, dat ik met geen middel kon raden welke taal die vrouwen spraken. Niet dat ik zoveel talen ken, maar door de band vang je wel een paar woorden of klanken op die aan een taal doen denken. Iets Portugeesachtigs, of iets Slavisch, of Maghrebijns, of Fries. De toon had wel iets Scandinavisch, zodat mijn gade en ik besloten dat het misschien wel Fins was, of IJslands.
Als iedereen nu eens dezelfde taal sprak, en dan bedoel ik niet per se slecht Engels, dan had je geen gedoe. Daar staat wel tegenover, natuurlijk, dat ik dan niet alleen gekweld werd door het getetter van die vier vrouwen, maar ook nog eens door wat ze zo allemaal tetterden.
Anderzijds, ze tetterden natuurlijk zo hard, omdat ze wisten dat niemand hen verstond. In het andere geval hadden ze misschien, zoals dat hoort, met gedempte stem van gedachten gewisseld. Dan wist ik nog niet wat ze allemaal zegden, en kon ik wel het water horen klotsen.
Misschien moet ik maar gewoon thuis blijven. Daar zeg ik tegen zo'n Annie: Allee, salukes! Geen gevaar dat ik me daarin mispak.
Zelf voelde ik me diep belachelijk. Ik kan in mijn geflatteerde zelfbeeld - wie heeft geen geflatteerd zelfbeeld? - vrij goed in het Frans uit de voeten, en dan zeg ik: à plus tôt. Natuurlijk wou ik zeggen: A plus tard. Maar net voor ik het zei, dacht ik: laat me nu maar eens A bientôt zeggen. Het had ook A tantôt kunnen zijn. Je hoeft niet zo verstrooid of wat warrig te zijn, om die dingen dan door elkaar te halen.
Ik ben wel een beetje verstrooid. Het blijft een dwaze blunder, waar ik me nu nog om geneer. Ik was er beter niet over begonnen. Maar ik dacht: als ik het nu eens aan iedereen vertel, dan is het van me af. Missen is menselijk. Er lopen ook niet zoveel Fransen rond die uit de voeten kunnen met Tot zo, of Tot later, of Tot ziens. Dan heb ik het nog niet over Doei!
Gisteren op het strand zaten vier vrouwen luidkeels en zonder stoppen te tetteren. Het was zo erg, dat ik er mijn oordopjes voor heb ingebracht. Op slag hoorde ik het klotsen van het water niet meer, en het lachen van de meeuwen. Dat was erg, maar minder erg dan het getetter van die vrouwen.
Het rare was, dat ik met geen middel kon raden welke taal die vrouwen spraken. Niet dat ik zoveel talen ken, maar door de band vang je wel een paar woorden of klanken op die aan een taal doen denken. Iets Portugeesachtigs, of iets Slavisch, of Maghrebijns, of Fries. De toon had wel iets Scandinavisch, zodat mijn gade en ik besloten dat het misschien wel Fins was, of IJslands.
Als iedereen nu eens dezelfde taal sprak, en dan bedoel ik niet per se slecht Engels, dan had je geen gedoe. Daar staat wel tegenover, natuurlijk, dat ik dan niet alleen gekweld werd door het getetter van die vier vrouwen, maar ook nog eens door wat ze zo allemaal tetterden.
Anderzijds, ze tetterden natuurlijk zo hard, omdat ze wisten dat niemand hen verstond. In het andere geval hadden ze misschien, zoals dat hoort, met gedempte stem van gedachten gewisseld. Dan wist ik nog niet wat ze allemaal zegden, en kon ik wel het water horen klotsen.
Misschien moet ik maar gewoon thuis blijven. Daar zeg ik tegen zo'n Annie: Allee, salukes! Geen gevaar dat ik me daarin mispak.
18 juni
Juni
is meer dan halfweg en ik heb van de maand nog maar twee stukjes
geschreven. Dat is wel een dal van productiviteit. Ik weet wel,
kwaliteit en kwantiteit en zo. Over dat eerste zal ik mij in dit
verband niet uitlaten. Ze hebben me geleerd dat je bescheiden moet
zijn. Desnoods vals, maar altijd bescheiden. Ik ken schrijvers die
daar geen last van hebben. Met kwantiteit overigens ook niet. Ik ken
een schrijver met lang haar die al tachtig boeken gemaakt heeft.
Daarnaar gevraagd zegt hij graag vals bescheiden dat Simenon er nog
veel meer had. Maar goed, twee stukjes in een dikke halve maand, dat
schuurt toch tegen de ondergrens. Wat te doen, als de inspiratie
opdroogt? Het is een probleem. In het ergste geval, als het echt
acuut wordt, kun je er een stukje over schrijven. Kwalitatief kan dat
nooit veel voorstellen. Het is een ingreep, een truc van de foor.
Daar trapt ook niemand in. Mensen zijn alert tegenwoordig, geef ze
eens ongelijk. Maar kwantitatief heb je wel gescoord. Drie stukjes in
een goeie halve maand, dat is een productietoename met vijftig
procent. Alstublieft. In alle bescheidenheid.
17 juni
De
kleintjes zijn weer uitgevaren in hun Optimistjes. Ze hebben
felgekleurde zeiltjes in rood en groen en geel, je ziet ze haarscherp
voor je uit tegen de horizon. Het is feestelijk. Je denkt: bestaat er
iets nòg
feestelijkers dan dit te doen, zwemmen in de zee en kijken naar die
Optimistjes?
Het antwoord is nee. Maar pas nu op: het is niet zomaar het zwemmen. Zwemmen is best zalig, als het water niet te koud is en niet te warm, er is genoeg wind voor een beetje golving maar niet zoveel dat je elke keer met je kop ver omhoog moet om lucht te happen. Dat is als je zoals ik op je buik zwemt. Beginnersmodus, nu al een jaar of zestig. Verder ben ik niet geraakt. Als ik echt moe word, draai ik op mijn rug.
Je mond is nu naar boven, ademen gaat min of meer ongestoord. Af en toe kun je best wel eens omkijken. Het zal maar gebeuren dat nog zo'n rugzwemmer uitgerekend jou kant op komt. Die kans wordt wel kleiner naarmate je verder uitzwemt, maar je moet nog terug ook natuurlijk. Dat kun je beter niet vergeten: je moet nog terug.
Het zal maar gebeuren dat de wind terwijl je uitzwemt van richting verandert. Kleine venijnige spattende golfjes slaan zonder ophouden op je kop. Het strand is op slag drie keer zo ver nog weg. En je ziet het niet, je zwemt op je rug. Maar dat is het ergste niet. Rugzwemmen is saai. Ik bedoel: echt saai. Boring is het beste woord, helaas weer Engels. Maar dat is precies wat rugzwemmen is.
Je kunt alleen naar de lucht kijken. Die is meestal egaal blauw, bij grauw regenweer ga je niet gauw te water. Daar kun je dan naar kijken: een egaal blauwe lucht. Met wat geluk wil er wel een meeuw overvliegen. In het beste geval een mouette rieuse. Je kunt even meelachen, maar lang duurt het niet. Boredom cloudless and entire, in de onnavolgbare woorden van Martin Amis.
Het zal allemaal wel erg blasé zijn. Dat gaat naar zee in juni, dat ligt op het strand te zonnen of zwemt een beetje, en dat klaagt dat het saai is. Maar zo heb ik het niet bedoeld. Ik wou net zeggen dat niets feestelijker is dan zwemmen in zee. Dat heb ik toch gezegd, hier helemaal bovenaan? Dat ik er ook graag nog iets bij te zien heb, is dat zo raar dan? Je gaat toch ook niet wandelen met je ogen toe? Of met je neus in de lucht?
Maar het zal wel niet helpen. Dat heb je met communicatie: zeg maar om het even wat, gegarandeerd klinkt het helemaal anders. Interviewers weten dat goed. Daar wil ik nog eens heel goed over nadenken, zegt de geïnterviewde. Hoor ik u nu zeggen dat u het voorstel afwijst? Dat soort trucs. Nee, mijnheer. Ik zeg dat ik er nog eens heel goed over na wil denken. Ik zei alleen, dat zwemmen op de rug saai is.
Het antwoord is nee. Maar pas nu op: het is niet zomaar het zwemmen. Zwemmen is best zalig, als het water niet te koud is en niet te warm, er is genoeg wind voor een beetje golving maar niet zoveel dat je elke keer met je kop ver omhoog moet om lucht te happen. Dat is als je zoals ik op je buik zwemt. Beginnersmodus, nu al een jaar of zestig. Verder ben ik niet geraakt. Als ik echt moe word, draai ik op mijn rug.
Je mond is nu naar boven, ademen gaat min of meer ongestoord. Af en toe kun je best wel eens omkijken. Het zal maar gebeuren dat nog zo'n rugzwemmer uitgerekend jou kant op komt. Die kans wordt wel kleiner naarmate je verder uitzwemt, maar je moet nog terug ook natuurlijk. Dat kun je beter niet vergeten: je moet nog terug.
Het zal maar gebeuren dat de wind terwijl je uitzwemt van richting verandert. Kleine venijnige spattende golfjes slaan zonder ophouden op je kop. Het strand is op slag drie keer zo ver nog weg. En je ziet het niet, je zwemt op je rug. Maar dat is het ergste niet. Rugzwemmen is saai. Ik bedoel: echt saai. Boring is het beste woord, helaas weer Engels. Maar dat is precies wat rugzwemmen is.
Je kunt alleen naar de lucht kijken. Die is meestal egaal blauw, bij grauw regenweer ga je niet gauw te water. Daar kun je dan naar kijken: een egaal blauwe lucht. Met wat geluk wil er wel een meeuw overvliegen. In het beste geval een mouette rieuse. Je kunt even meelachen, maar lang duurt het niet. Boredom cloudless and entire, in de onnavolgbare woorden van Martin Amis.
Het zal allemaal wel erg blasé zijn. Dat gaat naar zee in juni, dat ligt op het strand te zonnen of zwemt een beetje, en dat klaagt dat het saai is. Maar zo heb ik het niet bedoeld. Ik wou net zeggen dat niets feestelijker is dan zwemmen in zee. Dat heb ik toch gezegd, hier helemaal bovenaan? Dat ik er ook graag nog iets bij te zien heb, is dat zo raar dan? Je gaat toch ook niet wandelen met je ogen toe? Of met je neus in de lucht?
Maar het zal wel niet helpen. Dat heb je met communicatie: zeg maar om het even wat, gegarandeerd klinkt het helemaal anders. Interviewers weten dat goed. Daar wil ik nog eens heel goed over nadenken, zegt de geïnterviewde. Hoor ik u nu zeggen dat u het voorstel afwijst? Dat soort trucs. Nee, mijnheer. Ik zeg dat ik er nog eens heel goed over na wil denken. Ik zei alleen, dat zwemmen op de rug saai is.
Abonneren op:
Posts (Atom)